Posts tonen met het label Excerpta Medica. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Excerpta Medica. Alle posts tonen

woensdag 1 maart 2017

50 jaar nieuwe media in Nederland

Hebt u zich wel eens afgevraagd wie de pionier van nieuwe media in Nederland is (of was) en wanneer die persoon actief was? De definities van pioneer en nieuwe media maken dit een moeilijke vraag. Gaat het om een computerdeskundige of iemand die met digitale media een businessproces totaal veranderde? De laatste definitie past dr Pierre Vinken. Op het gebied van nieuwe media, met name elektronisch uitgeven, was hij in Nederland een echte pionier.

Lees de hele column op InCT, platform voor uitgeefexperts

maandag 19 januari 2015

1980: start Nederlandse informatie-industrie

Jonge generaties zullen zich waarschijnlijk  niet bewust zijn van het bestaan van een Nederlandse informatie-industrie vóór de introductie van consumenteninternet in 1994. De aanloop naar de commerciële en publieke begin van de digitale informatie van de Nederlandse industrie is gestart in 1967 en 13 jaar later in 1980 ging de Nederlands informatie-industrie commercieel en publiek met databases, videotexdiensten en teletekst informatiediensten, geproduceerd door bestaande en nieuwe bedrijven en overheidsinstellingen.

De aanloop naar 1980
De digitalisering van het publiceren van informatie begon met de automatisering van zetwerk en de opslag op magnetische tapes. In Nederland werd het proces bedacht door Excerpta Medica en haar zusterbedrijf Infonet. Wetenschappelijke uitgeverij Excerpta Medica begon met fotozetwerk evenals offline en online distributie, resp. magneetbanden en online via diensten als Dialog sinds 1974. De expertise van Infonet werd gebruikt door de redactie en het productieteam van de Grote Spectrum Encyclopedie (GSE) en aanvankelijk voor het nationale bibliotheek systeem.

In 1975 bezocht het management team van Kluwer juridische uitgevers zoals Westlaw in de VS en begon te praten over het opzetten van een Nederlandse juridische database. In 1977 was Kluwer Rechtswetenschap zover dat databanken opgebouwd werden en de eerste met demo’s ermee gegeven.

In 1976 werd het Britse videotexsysteeem  aan kabelaars en telco’s getoond voor de introductie in Nederland. Ook het Nederlandse staatsbedrijf  der PTT toonde interesse. Een jaar later begon de Nederlandse publieke omroep NOS met de variant van videotex, nl. teletekst, de tekst-televisiedienst, te bestuderen.


De consumentenelektronicabeurs Firato was het draaipunt voor bedrijven en staatsinstellingen om serieus over elektronische diensten na te denken of achter te gaan lopen. Dus in 1979 besloot de NOS om te beginnen met het experimenteren met de tekst-televisiedienst Teletekst. Ook de PTT begon  videotex serieus te nemen met het opzetten van een aparte afdeling.



Ook de Nederlandse uitgever VNU zette een videotex adviesdienst TVS (Toegepaste Viewdata Systemen) op. Elsevier was al commercieel bezig en Kluwer was druk met de voorbereiding van de Juridische Databank. Dus twee staatsbedrijven en drie particuliere bedrijven stonden in de startblokken om met publieke of  commerciële digitale informatiediensten geld te gaan verdienen.

Race voor digitale informatie
Het jaar 1980 begon met het nodige lawaai. VNU startte een media-laboratorium onder de naam VNU Database Publishing International. Het werd opgericht om de digitale mogelijkheden onderzoeken voor bedrijfsinformatie. Op 1 april 1980 werden drie digitale informatiediensten gelanceerd. De publieke omroep systeem begon de tekst-televisie dienst Teletekst, (dit tot groot chagrijn van de krantenwereld). Op dezelfde dag  lanceerde Kluwer Rechtswetenschap haar Juridische Databank commercieel. Op dezelfde dag lanceerde het blad Distrifood haar videotex informatiedienst.

Op 7 augustus 1980 lanceerde de Nederlandse PTT met de videotexdienst Viditel met VNU als één van de grootste informatie-aanbieders, nl. Jobdata, Teletips en Distrifood. In hetzelfde jaar kocht Elsevier het Amerikaanse Congres Information Service (CIS) voor 43 miljoen gulden; het uitgeversbedrijf  zag de dienst als een springplank voor een vergelijkbare dienst van de Europese Economische Gemeenschap (EEG).


Het was duidelijk dat de race voor digitale informatie was begonnen. Elsevier was ver vooruit met ervaring in de online databankwereld wereldwijd en specifiek in de Verenigde Staten, maar moest ook de nederlaag van Europe Data, de Europese evenknie van CIS, erkennen in 1987. Kluwer was de juridische dienst begonnen als een nieuw distributiekanaal voor de juridische informatie die zij in eigendom had. VNU DPI was opgezet als een media-laboratorium om haar weg in het bedrijfsleven te vinden, maar dat mislukte, omdat het bedrijf geen eigen content bezat en echt beleid ontbrak. De twee staatsbedrijven begonnen met de Teletekst en Viditel diensten met publiek geld. Alle drie bedrijven, daarentegen, waren gericht op het groeidoel van 30 procent van de omzet uit digitale diensten en producten in het jaar 2000.

Digitalisering kader van de internationalisering
De race voor digitale informatie werd niet alleen beperkt tot het Nederlandse grondgebied. Alle drie uitgeverijen kregen ook expliciet een internationaliseringsbeleid. Elsevier was al internationaal gegaan met zijn wetenschappelijke divisie. Kluwer begon rond te kijken in de wetenschappelijke en professionele sectoren. VNU begon zijn reis van Haarlem naar Harlem in het bedrijfsleven met het kopen van de Amerikaanse dienst Disclosure en het starten van VNU Business Publications in Londen (UK).

Terugkijkend na 35 jaar, kunnen we concluderen dat Elsevier en Kluwer in de digitale informatie-industrie internationaal niches hebben gevonden. Elsevier is groot in wetenschappelijke informatie met diensten zoals LexisNexis, Science Direct en Scopus. Kluwer heeft zich gespecialiseerd in wet- en regelgeving, accountancy en de gezondheidszorg. VNU bestaat sinds januari 2007 niet meer.

dinsdag 6 januari 2015

Dit jaar in digitaalverleden.nl

In 1967 

laat Professor Pierre Vinken, directeur van de uitgeverij Excerpta Medica, een studie maken naar het gebruik van een computer in een redactionele omgeving, voor het beheer van verwijzingen en databasepublishing. In 1968 draait  Excerpta Medica schaduw met het nieuwe computersysteem en kan vanaf 1969 elektronische bestanden produceren.  In 1974 begint Excerpta Medica, inmiddels overgenomen door Elsevier, haar publicaties per magneetband aan te bieden aan farmaceutische bedrijven voor intern gebruik van de onderzoeksafdelingen, maar ook elektronisch aan online diensten zoals de Amerikaanse informatiedienst Dialog en Europese dienst ESA/IRS.

Meer info op pg. 70,76,77,78, 102, 103, 168

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN

dinsdag 23 december 2014

Twee kroonjaren van Elsevier

Het einde van 2014 nadert en daarmee een paar kroonjaren uit de online geschiedenis. Zo heeft Reed Elsevier, of meer precies Elsevier zeker twee kroonjaren te vieren, nl 1974 en 1994. In 1974 ging Elsevier met haar pas verworven dochterbedrijf Excerpta Medica voor de eerste keer online. En in 1994 kocht Reed Elsevier de pionier onder de online informatiediensten, LexisNexis. Twee grote momenten in de geschiedenis van online, maar ook in de geschiedenis van Elsevier.


Excerpta Medica
Excerpta Medica was een wetenschappelijke Uitgeverij, opgericht na de oorlog. Door de oorlog was de wetenschappelijke wereld veranderd. Voor de oorlog was de voertaal voor wetenschappelijke publicaties het Duits met uitgeverijen als Springer Verlag en Thieme Verlag. Na de oorlog veranderde dat en werd Engels de wetenschappelijke voertaal. Dat betekende nieuwe kansen en nieuwe spelers in de wetenschappelijke uitgeefwereld. Zo richtte in 1946 Janos Freud en E. Landsberger, beiden Duitse immigranten met medewerking van professor M. Woerdman een internationale uitgeverij op. De uitgeverij zou medische referaatbladen gaan uitgeven met samenvattingen van wetenschappelijke artikelen, die verschenen waren in medische publicaties. De medische wetenschap werd in 15 sectoren verdeeld en vanaf 1947 verschenen de eerste afleveringen.

In 1957 kwam Pierre Vinken binnen als assistent. Vinken studeerde medicijnen in Leiden en werd opgeleid om neurochirurg te worden. Binnen Excerpta Media kreeg hij uiteindelijk sectie VIII psychologie en neurologie onder zijn beheer. Maar behalve werk voor deze sectie, bleek hij ook een voortreffelijk organisator en vernieuwer te zijn. Zo werd hij in 1964 benoemd tot voorzitter van de redactiecommissie en in 1966 tot mededirecteur van de uitgeverij.

De uitgeverij beschikte intussen over een vaste staf van 54 medische specialisten die redactionele verantwoordelijkheid droeg voor 35 ‘abstract’-tijdschriften en naslagwerken. De redactie produceerde samenvattingen van biomedische artikelen en bracht indextermen aan. Het archief bestond medio jaren zestig uit meer dan 1,3 miljoen Engelstalige uittreksels en een nog groter aantal indextermen. Ook werden de oorspronkelijke teksten van artikelen gekopieerd voor het archief.

Pierre Vinken (© 1980 NVB; Collectie Jak Boumans)

Vinken ontwikkelde snel grootse plannen voor de uitgeefportefeuille, onder meer wilde hij het aantal ‘abstract’ tijdschriften uitbreiden. In de praktijk kwam het erop neer dat een samenvatting in meerdere tijdschriften zou voorkomen. In het toenmalige productieproces betekende dit het telkens opnieuw zetten van de relevante uittreksels en indextermen. Bovendien streefde Vinken volledige consistentie in de indextermen na en om dat te bereiken moest de gecontroleerde termenlijst, de thesaurus Malimet ( Master List of Medical Terms), worden geautomatiseerd. In feite wilde Vinken meer productie met minder mensen. Ondanks het extra werk dat een grotere productie mee zou brengen, voelde hij niets voor uitbreiding van de typekamer waar de teksten en indextermen op linten voor de zetmachines werden geponst.

Via zijn werk in het academische ziekenhuis was hij in aanraking gekomen met het Ziekenhuis Informatie  Systeem (ZIS), dat prof. dr. A.R. Bakker aan het ontwikkelen was. Naar aanleiding van deze kennismaking werden in 1967 de technische specificaties opgesteld, waaraan een systeem voor Excerpta Medica moest voldoen.

Op zijn zoektocht om zo’n systeem daadwerkelijk te realiseren, kwam Vinken in aanraking met Frans van der Walle, een vliegtuigbouwkundig ingenieur. Deze adviseerde hem bij de aankoop van een computersysteem, vier geschakelde NCR 315-machines. In een volgende stap werden alle zet- en computeractiviteiten van Excerpta Medica ondergebracht in een nieuw softwarehuis, Infonet, een gezamenlijk bedrijf van de uitgeverij en Van der Walle. In 1968 werd succesvol schaduw gedraaid en na installatie van het systeem in 1969 werden er al aanzienlijke besparingen gerealiseerd op het productieproces van de uitgeverij.

Barry Stern, Head Sales EMbase (© 1980 NVB; Collectie Jak Boumans) 

In 1974 begon Excerpta Medica, in 1972 overgenomen door Elsevier, haar publicaties per magneetband aan te bieden, zowel aan farmaceutische bedrijven voor intern gebruik van de onderzoeksafdelingen als elektronisch aan online-diensten. Zo kwamen de samenvattingen via de informatiedienst Dialog wereldwijd beschikbaar voor medische en farmaceutische onderzoekers.

Met de lancering van de online versie EMbase werd het bedrijf een van de online pionier bedrijven in Nederland en een inkomstenbron voor Elsevier.
 

LexisNexis
In 1994 kocht Reed Elsevier een van de oudste Amerikaanse full-text informatiediensten LexisNexis. Deze pionier was voortgekomen uit een activiteit van de automatiseringsafdeling van het papierconcern Mead Data Central, want sinds 1967 leverde deze afdeling de volledige teksten van juridische uitspraken aan de Ohio Bar Association. In 1970 werd het bedrijf Lexis opgericht, dat juridische informatie online distribueerde.  Later is er de nieuwsdienst Nexis bijgekomen. Deze  dienst bood de volledige tekst van krantenartikelen, van bijvoorbeeld de Boston Globe en de Philadelphia Inquirer. Een grote aanwinst voor de dienst was in 1979 de toevoeging van het bestand van de gerenommeerde krant New York Times. Daarna werden online archiefdiensten opgekocht zoals Profile van de Financial Times en in 2002 Factlane, de vroegere Nederlandse Persdatabank.

De online dienst Lexis Nexis werd in december 1994 gekocht door Reed Elsevier. Dit gebeurde precies op het keerpunt van online naar internet. Lexis was de belangrijkste reden voor Elsevier. Sinds 1970 had het bedrijf Congressional Information Services (CIS) gekocht als juridisch-politieke informatiedienst. In 1983 werd het model gekopieerd voor de Europese markt onder de naam Europe Data; het bedrijf werd echter in 1987 alweer opgeheven. Maar toen Lexis Nexis in 1994 langskwam als mogelijkheid kon Reed Elsevier als algemene uitgeverij met een consumenten divisie, een business divisie en een wetenschappelijke divisie een mooie online informatiedienst kopen. Behalve de krantenarchieven evenals de zakelijke en juridische informatie, leverde Lexis Nexis ook veel technische en marketing ervaring, die bruikbaar was om een wetenschappelijke informatiediensten zoals Science Direct (1997) en citaten-index  Scopus  op te zetten.  
 
De illustratie uit een brochure van Excerpta Medica is afkomstig uit het boek Tegen het idealisme, een biografie van Pierre Vinken, geschreven door Paul Flentrop; uitgeverij Prometheus (2007)

vrijdag 12 december 2014

Gaten in het digitaal geheugen

Op 5 december 2014 vertelde ik het verhaal over de eerste dagelijkse nieuwsbrief om online te gaan in Europa in 1984. De nieuwsbrief werd op de markt gebracht door VNU op Telecom Goud voor enkele jaren en dan een aggregator opgenomen de nieuwsbrief in zijn portefeuille, de meeste kans op de host Dialog (deze dagen een ProQuest bron). Dit is alles wat ik weet over het leven van de elektronische nieuwsbrief. Ik heb geprobeerd om wat erna gebeurde op te sporen. Een mailtje naar de VNU marketingman van destijds Clive Snell, bracht geen uitkomst. Zoekacties op  internet leverden geen verwijzing naar een editie of een bron op. Het is dus meest waarschijnlijk dat niet een van de edities is bewaard gebleven.

Hi Jak,
Good to hear from you. I think you know more about all this than I do.
I have been away from that world for some 20 years
so can't help with any of your queries at all.
Best wishes
Clive

Zoals ik op 5 december reeds heb aangegeven werd in 1987 door de redactie van Telecombrief een dagelijkse nieuwsbrief gemaakt, die echter snel door het management uit de lucht werd gehaald. Ik ga ervan uit dat niet een van deze nieuwsbrieven digitaal bewaard is gebleven. Of misschien toch op floppy disc?

Toen ik verder zocht in mijn archief, kwam ik op een andere elektronische nieuwsbrief, waaraan ik bijgedragen heb geleverd aan het begin van de jaren tachtig. De Online Chronicle was een tweewekelijkse online nieuwsbrief, geproduceerd door Online Inc, uitgever van de gedrukte tijdschriften Online en Database, later overgenomen door Information Today. De nieuwsbrief werd gestart door de redacteur van Online, Jean-Paul Emard en liep van 1981 tot 1988. Ik Europees nieuws bijgedragen, zo'n 300 artikelen. Deze werden op een van de oudste online informatiediensten geladen, Dialog als bestand 170. Dialog is ontstaan binnen de luchtvaartindustrie Lockheed, werd overgenomen door de eigenaar van Reuters, de Canadese uitgever Thomson en later verkocht aan ProQuest. Geen bestanden kunnen worden teruggehaald, noch een genoemde bron op internet. De enige inhoud die ik heb links van de artikelen is een lijst van bibliografische gegevens zoals datum stempels en 308 koppen. Misschien mag ik een deel van de informatie op een floppy disk hebben, maar die nog steeds een floppy disk kan lezen.

Een lijst met voorbeelden van 30 koppen van artikelen in de rubriek Europese Nieuws voor de Online Chronicle (Dialog File 170) van 1982 tot 1988, geschreven door Jak Boumans op een Superbrain PC(zie foto boven)

Jr   Titel

1988 Agricultiural Abstracts On CD-ROM
1988 Elsevier Buys TWO U.S. companies
1988 German CD-ROM With Economic Formule
1988 Dutch Magazine Titels On CD-ROM
1988 Book Review – Electronic Publishing, A Blueprint

1987 Kluwer Announces Merger With Wolters Samsom Group
1987 Hoppenstedt Shows CDROM With Dataware Software
1987 Elsevier Makes Public Bid For Legal Publisher Kluwer
1987 Jim Ducker Leaves One Pergamon Company For Another

1986 10th  International Online Informaton Meeting London
1986 Search Aid & Publications (European) – Guide Minitel
1986 Pergamon-Infoline After The Take-Over Of Orbit
1986 Changes at MEAD Data Central International
1986 Three Scenarios For European Information Industry

1985 Finsbury Data Adds New Database
1985 Belindis Keeps Going
1985 Datasolve To Launch New Database
1985 Belgian Host Euris Stops
1985 Television Channel Used For Business Data Transport
1985 G-Cam Launches French Language Daily Newspaper
1985 Eurolex Sold To Butterworth by Mead Data Central
1985 Finsbury Moves Into The Black After 5 Years
1985 Excerpta Medica Ups Prices
1985 CNOL Goes With Data-Star

1984 Prestel Security Breach
1984 French Online Market 1983: FFR 100M

1982 Elsevier-NDU To Start Europe Data
1982 Belgian Host Belindis To Enlarge Capacity
1982 IEPRC To Institute Fellowship
 

Maar als we het dan toch hebben over gaten in het digitale geheugen, dan is er een groot gat van de eerste Nederlandse videotexdienst Viditel. Het systeem noch beeldpagina’s kunnen nog opgeroepen worden. Er zijn wel video’s en foto’s van, maar er is  geen werkend demonstratiesysteem met een aantal beeldpagina’s.  

Er zijn veel bestanden verdwenen tussen 1967 en 1997. Het zou interessant zijn om de Directory of databases van 1997 na te lopen. Toen was het nog mogelijk om alle online databanken te vatten in een (gedrukt) naslagwerk. De vraag is echter of al deze bestanden bewaard hadden moeten blijven? Naar mijn mening zijn deze online publicaties een weergave van een zich ontwikkelende informatie-industrie, in het bijzonder van Europa, voordat internet op het toneel verscheen. IDB Online was een monitor voor de computer industrie in Europa en kan inzicht geven hoe computerbedrijven tot stand kwamen en het computergebruik in heel Europa werd bevorderd. En de Online Chronicle gaf een beeld van de ontwikkeling van de informatie-industrie in de VS en Europa. En Viditel was de eerste Nederlandse online publieksdienst.

Ook van internet is er weinig bewaard van de jaren 1993 tot 1997. Op de Wayback Machine kunnen nog een aantal Nederlandse pagina’s en sites teruggevonden worden, maar representatief zijn ze niet. Gelukkig verzorgt een groep mensen, in 1994 betrokken bij De Digitale Stad, het archief hiervan en biedt het Amsterdam Museum onderdak aan dit archief.



Het digitale geheugen van de jaren 1967 tot 1997 bevat grote gaten van verdwenen diensten en bestanden met weinig substantiële ruimte ertussen. 
 

woensdag 14 maart 2012

Het kroonjaar 1972

Het boek gaat over de periode 1967 tot 1997. In die jaren zijn er verschillende mijlpalen gepasseerd. In de rubriek kroonjaar wordt een lustrum/jubileumjaar (1967, 1972, 1977, 1982, 1987, 1992, 1997) gekozen en de gebeurtenissen uit dat jaar vermeld. Aanvankelijk zullen er slechts een paar gebeurtenissen vermeld worden, maar naarmate de industrie zich ontwikkeld worden dit er meer. In het boek is een tijdlijn van 50 hoogtepunten opgenomen. De Excel databank van de auteur bevat echter zo’n 500 gebeurtenissen van de geschiedenis van de digitale informatie-ontsluiting.

De wetenschappelijke uitgeverij Excerpta Medica wordt verkocht aan Elsevier, waarmee Elsevier digitale kennis inkoopt. De acquisitie veroorzaakt enige paniek bij Uitgeverij Het Spectrum, die bij de zustermaatschappij van Excerpta Medica, Infonet, diensten gebruikt voor de productie van de Grote Spectrum Encyclopedie. De oplossing lag in de verzelfstandiging van Infonet.

In de VS doet Carlos Cuadra, directeur van SDC, onderzoek naar de haalbaarheid van commerciële online diensten. Van de 7000 verstuurde enquêteformulieren kreeg hij er slechts 72 terug. De boodschap leek duidelijk: er was geen markt voor online diensten. Desondanks zag hij met lede ogen hoe zijn concurrent Roger Summit , directeur van Lockheed-zoekdiensten, de online dienst Dialog  begon aan te bieden. Dialog werd hiermee de eerste commerciële online dienst.

De Economische Voorlichtings Dienst (EVD) van het ministerie van Economische Zaken start een databank met Engelstalige samenvattingen van artikelen over de economie, die in Nederland verschenen waren. De databank Foreign Economic and Trade Abstracts wordt aanvankelijk gedistribueerd via de Belgische overheidshost Belindis en vanaf 1978 via de Amerikaanse dienst Dialog.

Stichting Moderne Media (SMM) wordt opgericht. SMM is een lobby-organisatie voor uitgevers. Zij worden geconfronteerd met de introductie van nieuwe media zoals videobanden, beeldplaten en diaseriesvoor het onderwijs. Later kwamne hier floppy discs bij en online uitgeefdiensten. SMM hield contact met ministeries en discussieerden o.a. over de rol van de omroep bij teletekst; SMM meende dat deze dienstverlening uitgeversterritorium was. In 1977 besliste minister Van Doorn dat teletekst bij de omroep thuis hoorde. 

vrijdag 3 februari 2012

Kroonjaar 1967

Het boek gaat over de periode 1967 tot 1997. In die jaren zijn er verschillende mijlpalen gepasseerd. In de rubriek kroonjaar wordt een lustrum/jubileumjaar (1967, 1972, 1977, 1982, 1987, 1992, 1997) gekozen en de gebeurtenissen uit dat jaar vermeld. Aanvankelijk zullen er slechts een paar gebeurtenissen vermeld worden, maar naarmate de industrie zich ontwikkeld worden dit er meer.
In het boek is een tijdlijn van 50 hoogtepunten opgenomen. De Exceldatabank van de auteur bevat zo’n 500 gebeurtenissen uit de geschiedenis van de digitale informatie-ontsluiting.

In de VS wordt geëxperimenteerd met full tekst zoeksoftware door vliegtuigbouwer Lockheed. Het bedrijf krijgt het beheer en de bedrijfsdistributie van het bestand van de NASA, de ruimte-organisatie toegewezen. Behalve Lockheed is ook Systems Development Corporation (SDC), een dochterbedrijf van de denktank RAND, bezig met het ontwikkelen van full tekst zoeksoftware.

In de VS levert de automatiseringsafdeling van het papierconcern Mead Data Central digitaal de volledige teksten van juridische uitspraken aan de Ohio Bar Association. De activiteit wordt in 1973
omgezet in een commercieel bedrijf met de naam Lexis, nu onderdeel van Reed-Elsevier. In 1975 bracht de directie van Kluwer Rechtswetenschappen een oriënterend bezoek aan het bedrijf.

In Nederland laat professor Pierre Vinken, neurochirurg en directeur van de uitgeverij van tijdschriften met medische samenvattingen van wetenschappelijke artikelen, Excerpta Medica, een studie maken naar het gebruik van een computer in een redactionele omgeving, voor het beheer van verwijzingen en databasepublishing. Excerpta Medica zou uiteindelijk de eerste Nederlandse uitgeverij en waarschijnlijk ook de eerste Europese uitgever, worden die een computer gebruikte in een redactionele omgeving.

vrijdag 4 november 2011

Nederlandse digitale pionier Pierre Vinken overleden

Op vrijdag 4 november is Dr Pierre Vinken op 83-jarige leeftijd overladen. Vinken, qua opleiding neurochirurg, is een belangrijke pionier van digitale informatie in Nederland en uitgever met een visie geweest. Hij was een persoon met veel interesses en opinies. Zo schreef hij in literaire bladen, gaf zijn politieke opinie ten beste en was medeoprichter van het Republikeins Genootschap.

De verdiensten van Vinken voor de Nederlandse nieuwe media worden beschreven in het boek Toen digitale media nog nieuw waren – Pre-internet in de polder (1967-1997).

Naast zijn baan als neuro–chirurg in het Academisch Ziekenhuis in Leiden, werkte Pierre Vinken bij "Excerpta Medica, een internationale uitgeverij van ‘abstracts’ op medisch gebied. De uitgeverij beschikte over een vaste staf van 54 medische specialisten die redactionele verantwoordelijkheid droeg voor 35 ‘abstract’-tijdschriften en naslagwerken. De redactie produceerde samenvattingen van biomedische artikelen en bracht indextermen aan. Het archief bestond medio jaren zestig uit meer dan 1,3 miljoen Engelstalige uittreksels en een nog groter aantal indextermen. Ook werden de oorspronkelijke teksten van artikelen gekopieerd voor het archief.
Excerpta Medica kwam in 1966 onder leiding te staan van Dr Pierre Vinken. Toen Vinken directeur werd, kreeg hij te maken met een weinig efficiënt productieproces. Bovendien ontwikkelde hij snel grote plannen voor de uitgeefportefeuille, onder meer wilde hij het aantal ‘abstract’-tijdschriften uitbreiden.
In de praktijk kwam het erop neer dat een samenvatting in meerdere tijdschriften zou voorkomen. In het toenmalige productieproces betekende dit het telkens opnieuw zetten van de relevante uittreksels en indextermen. Bovendien streefde Vinken volledige consistentie in de indextermen na en om dat te bereiken moest de gecontroleerde termenlijst, de thesaurus Malimet ( Master List of Medical Terms) worden geautomatiseerd. In feite wilde Vinken meer productie met minder mensen. Ondanks het extra werk dat een grotere productie mee zou brengen, voelde hij niets voor uitbreiding van de typekamer waar de teksten en indextermen op linten voor de zetmachines werden geponst.
Nu was Vinken via zijn werk als neurochirurg in het Academisch Ziekenhuis in Leiden in contact gekomen met automatisering en met prof. Dr. A.R. Bakker, die een ziekenhuisinformatie-systeem (ZIS) aan het ontwikkelen was. Naar aanleiding van deze kennismaking werden in 1967 de technische specificaties opgesteld waaraan een systeem voor Excerpta Medica moest voldoen.
Op zijn zoektocht om zo’n systeem daadwerkelijk te realiseren, kwam Vinken in aanraking met Frans van der Walle, een vliegtuigbouwkundig ingenieur. Deze adviseerde hem bij de aankoop van een computersysteem, vier geschakelde NCR 315-machines. In een volgende stap werden alle zet- en computeractiviteiten van Excerpta Medica ondergebracht in een nieuw softwarehuis, Infonet, een gezamenlijk bedrijf van de uitgeverij en Van der Walle. In 1968 werd succesvol schaduw gedraaid en na installatie van het systeem in 1969 werden er al aanzienlijke besparingen gerealiseerd op het
productieproces van de uitgeverij. Bovendien werd het mogelijk om nieuwe tijdschriften voor steeds kleinere doelgroepen op de markt te brengen.
In 1974 begon Excerpta Medica, inmiddels overgenomen door Elsevier, haar publicaties per magneetband aan te bieden, zowel aan farmaceutische bedrijven voor intern gebruik van de onderzoeksafdelingen als elektronisch aan online-diensten. Zo kwamen de samenvattingen via de informatiedienst Dialog wereldwijd beschikbaar voor medische en farmaceutische onderzoekers.
Door het succes en de ervaringen bij Excerpta Medica kon Infonet uitgroeien tot een softwarehuis dat ook voor derden ging werken. Zo was het bedrijf betrokken bij de ontwikkeling van het redactioneel systeem voor de Grote Spectrum Encyclopedie (1970–1979) en bij de ontwikkeling van het bibliotheeksysteem PICA".

Pierre Vinken (rechts) naast Neelie Kroes, toenmalig staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat in 1980 tijdens de lancering van het Nederlandse knooppunt van het Europese netwerk EURONET*DIANE (foto © NBBI Archief)




In 1972 werd Excerpta Medica overgenomen door Elsevier en kwam Pierre Vinken in het bestuur van de uitgeverij. Zijn ambitie was de uitgeverij de top uitgeverij te laten zijn van professionele (wetenschappelijke en zakelijke) informatie. Uiteindelijk leidde hij Elsevier via een aantal fusies naar het concern Reed-Elsevier. In 1999 nam hij afscheid van het concern. De uitgeverij was inderdaad een van de belangrijkste spelers te worden van wetenschappelijke en zakelijke informatie in de wereld na de aankoop van de informatiedienst Lexis-Nexis.

zondag 16 oktober 2011

Perslog (4)

Het boek heeft veel vermeldingen gekregen in de  Google zoekmachine.

Als de titel Toen digitale media nog nieuw waren wordt ingetikt, verschijnen er 72 links verdeeld over 27 pagina’s.

Wordt de subtitel Pre-internet in de polder ingetikt dan verschijnen er 41 links over 8 pagina’s.

Meest opvallende link: een link naar een Nederlands Wikipedia artikel over P.J. Vinken. In mijn boek wordt Pierre Vinken uitgeroepen als de eerste nieuwe media pionier in Nederland. Met verwijzing naar mijn boek, (zij het met een spelfout in mijn naam) wordt deze observatie overgenomen door de schriver(s) van het Wikipedia artikel.

In het Wikipedia artikel wordt gesteld:

Brede interessse
Vinken heeft altijd een brede interesse gehad. In 1957 was hij met Geert van Oorschot en diverse anderen betrokken bij de oprichting van het literair tijdschrift Tirade. Van 1959 tot 1963 schreef hij onder pseudoniem over kunst in het weekblad Vrij Nederland. Ook publiceerde hij diverse kunsthistorische artikelen, geïnspireerd door prof. William Hekscher. Als directeur van Excerpta Medica werd hij de grondlegger van de digitalisering van de Nederlandse media. (1967). (Bron: Jan Boumans, Toen digitale media nog nieuw waren, 2011, 70, 304). In 1967 werd op zijn initiatief het landelijk pathologisch anatomisch informatiesysteem PALGA opgericht. In 1968 was Vinken mede-oprichter van bibliotheekautomatiseerder PICA. Vinken had een groot aantal commisariaten. In 1996 was hij mede-oprichter van het Republikeins Genootschap. In 2011 werd bekend dat Vinken voorzitter is van het nieuwe cultuurfonds Ammodo, dat is opgezet door de Stichting Optas.

Leuke tweet van Kees Winkel, Hogeschool Utrecht:


Nieuw top-boek 'Toen digitale media nog nieuw waren' van @YJabo Jak Boumans. Eindelijk de context van waar we staan op een rij

zaterdag 17 september 2011

Wie komen er voor in het boek: De aanloop (2)

De aanloop naar commerciële online diensten en producten ligt in 1967 toen de uitgeverij Excerpta Medica een studie deed naar het gebruik van een computer in de redactionele omgeving. Dat werden uiteraard geen PC’s , want die waren er nog niet. Het werden vier geschakelde NCR 315 machines. De initiator van de studie was Pierre Vinken. Deze neurochirurg innoveerde het redactionele proces van de biomedische uitgeverij Excerpta Media. Uiteindelijk voerde Vinken een elektronische uitgeeflijn bij de uitgeverij in, die vanaf 1974 bestanden op magneetband aan bedrijven aanbood en via de Amerikaanse online informatiedienst Dialog. Met de opgedane ervaring adviseerde Vinken ook de wetenschappelijke bibliotheken en uitgeverijen zoals Uitgeverij het Spectrum. Met de vliegtuigbouwkundige Van der Walle bouwde Pierre Vinken het bedrijf Infonet op, dat zich richtte op elektronisch uitgeven.


Bij TNO werd al vroeg online gerechercheerd naar wetenschappelijke artikelen en met name chemische artikelen. Dit gebeurde onder leiding van Charles Citroen. Hij was ook een van de oprichters van VOGIN (Vereniging van Online Gebruiker Informatiesystemen Nederland) in 1977 (zie foto van oprichting). Charles is voor mij de godfather van online Nederland; ik leerde van hem online zoeken in 1980.

In 1972 werd door de minister van Onderwijs en Wetenschappen de Commissie Nucleaire Informatieverzorging (CNI) opgericht. CNI werd belast met het verzorgen van het Nederlandse aandeel in het International Nuclear Information System (INIS). Na diverse uitbreidingen van het takenpakket werd in 1976 de naam gewijzigd in COmmissie voor BIbliografie en DOCumentatie (Cobidoc). Online databanken waren toen nog nauwelijks bekend en een van de belangrijkste taken van Cobidoc destijds was de voorlichting over en het promoten van informatie uit online databanken.
Cobidoc werd in 1987 geprivatiseerd en de activiteiten op commerciële basis voortgezet in Cobidoc BV. Vanaf het begin maakten Peter Rosenbrand en Jan van der Veen deel uit van Cobidoc.

De EVD, de promotie-afdeling van het toenmalig ministerie van Economische Zaken, was ook vroeg actief met online. Er was een databank met samenvattingen van artikelen over de Nederlandse economie, die online gebracht werd bij Dialog. En later bracht de EVD de Europese aanbestedingen op Viditel. Projectleider was toen de heer Ypma.


Kluwer begon vanaf 1975 met het opzetten van een juridische databank. Vanaf 1977 begonnen Cor Verschoor en Jaap van Beelen met voorlichting over deze databank binnen Kluwer en bij de overheid en advocatenkantoren. Ik maakte toen kennis met online zoeken.







(Ik  begon naar aanleiding van een demonstratie consequenties ervan door te denken voor encyclopedieën voor mijn toenmalige uitgever Oosthoek. Het leverde een typisch plaatje op van de toekomst voorspellen via de achteruitkijkspiegel).




Vanaf 1976 begonnen de omroepen te kijken naar teletekst. Wim Stokla, ex adjunct-hoofdredacteur, kreeg de opdracht om teletekst in de omroep te integreren. Tijdens de Firato, de jaarlijkse consumentenelektronica beurs van 1978 werd een eerste demonstratie gegeven.


Tijdens deze Firato van 1978 gaf de PTT ook een demonstratie van videotex. De demonstraties van teletekst en videotex schiepen grote verwarring, maar ook zag men met name voor videotex commerciële mogelijkheden. De PTT benoemde Ir. Chiel Ruiten (+) tot projectleider voor videotex.


Uitgeverij VNU vond de dreiging groot o.a. voor de vacature advertenties van Intermediair en begon een adviesbureau voor videotex onder de naam TVS onder leiding van Arjen Everts.