Posts tonen met het label Telecom Gold. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Telecom Gold. Alle posts tonen

donderdag 1 november 2018

De pers in de mediatransitie

Ik ben een liefhebber van retro-pc’s en sinds een herniaoperatie met name van draagbare retro-pc’s. Toen ik onlangs dan ook een Kaypro op de veilingsite Catawiki zag, begon de geheugenmachine meteen te werken. Want daarmee konden verslaggevers en correspondenten, na de automatisering van het zetproces met mainframes en mini-computers, eindelijk voetbalwedstrijden, evenementen en persconferenties ter plekke verslaan.

Lees verder in het inct.archief van de digitale geschiedenis:

maandag 7 maart 2016

De uitvinder van de apenstaart is dood

Op 5 maart is Raymond (roepnaam Ray) Tomlinson op 74-jarige leeftijd overleden, waarschijnlijk aan een hartaanval. De aankondiging van zijn overlijden werd gedaan door zijn oud-werkgever Bolt Beranek and Newman en bevestigd op Twitter door Vint Cerf, de uitvinder van netwerkprotocol TCP/IP. Tomlinson heeft altijd een relatie met Nederland gehad, aangezien hij in de plaats Amsterdam in de Amerikaanse staat New York geboren werd op 2 oktober 1941. 

Apenstaartje 
Tomlinson werkte voor zijn oud-werkgever mee aan de ontwikkeling van het militaire en later ook academische netwerk ARPANET, de voorloper van Internet. Hij zat middenin de ontwikkeling van het package-switch netwerk. Voor dat netwerk ontwikkelde hij software voor de berichtendienst, zoals wij die nu als e-mail kennen.
Dat wil niet zeggen dat tegelijk iedereen deze software accepteerde. Er hadden zich reeds enkele berichtendiensten ontwikkeld tussen de weinige mainframes die in het Amerikaanse leger, universiteiten en bedrijven werkten. Maar deze berichtendiensten waren steeds gebaseerd op 1-op-1 verbindingen tussen gebruikers en computers en v.v. Bovendien waren deze diensten in het begin bestemd voor intern verkeer. Zo schreef bijvoorbeeld Dough Engelbarth, de uitvinder van de muis, het programma NLS (oNLine System), waarmee een database met verzonden en ontvangen berichten gecreëerd werd.  Deze berichtendiensten werden later gecommercialiseerd door bijvoorbeeld IBM, Digital Equipment Corp. met DECNET, General Electric Corp. met GEISCO British Telecom met Telecom Gold en PTT Telecom met Memocom, steeds op basis van 1-op-1 verbindingen via huurlijnen of via datanetten. Maar als je zakelijke relaties op een ander computersysteem of netwerk zaten dan kon je geen zaken met ze doen of afspraken maken.


Een print van een e-mail connectie met een snelheid van 1200bps op de berichten-dienst Telecom Gold. Identificatie was een code ID VNUXXX zonder apenstaartje.






Toen binnen Arpanet netwerken met package-switch protocollen begonnen te ontstaan, werd de adressering van de ontvanger en de ontvangende computer een probleem. Aangezien de pakketjes met stukjes van het bericht niet langen 1-op-1 verzonden werden, maar lang meerdere routes, moest de ontvangen, maar ook de ontvangende computer bekend zijn. Tomlinson kwam in de herfst van 1971 voor dit probleem met de oplossing de apenstaartje (@) als verbinding tussen de naam en ontvangende computer. Het duurde tot het begin van de jaren negentig voordat het apenstaartje in algemeen gebruik kwam. Mijn huidige e-mail adres dateert van 1995.

Symbool 
Gevraagd waarom hij het @ teken gebruikte, antwoordde hij dat het teken niet of nauwelijks gebruikt werd. Het was een teken overgenomen van mechanische rekenmachines, waar het gebruikt werd bij vermenigvuldigingen: 10 stuks @ 9,999. In het Engels werd het teken aangeduid als at: dus 100 stuks voor 9,99. Bovendien vond hij het een goede aanduiding op welke computer of in welk computerbestand men het bericht kon vinden.

Het eerste bericht 
Natuurlijk is iedereen nieuwsgierig naar het eerste bericht dat Tomlinson schreef. Gevraagd naar het eerste bericht antwoordde hij, dat hij dat niet meer wist. Het was een testbericht met een adres inclusief apenstaartje en als boodschap wat losse letters. Maar ook gaat het verhaal dat hij waarschijnlijk (als goed Amerikaan) de eerste regel van Lincoln’s Gettysburg Address in hoofdletters als bericht had geschreven. Maar dit verhaal lijkt echter te veel op het verhaal van de pionier van elektronische boeken Michael Hart, die in 1971 Lincoln’s Gettysburg Address  met hoofdletters als eerste e-boek in een mainframe opsloeg.

Waardering 
Tomlinson kreeg van de Internet Society een plaats in de "Internet Hall of Fame". MIT plaatste hem als vierde op de lijst van de top 150 meest invloedrijke personen van de universiteit.

Apenstaartje als symbool 
Het apenstaartje werd in verschillende landen een icoon voor internet. Het lijkt erop dat het symbool een mysterieuze marketingkracht had, die vertaald werd in staarten van dieren, en pars-pro-tot voor hele dieren, maar ook voor astronomische gerechten.
In Nederland werd het e-mail symbool @ vanaf het begin als apenstaart(je) aangeduid. Tegenwoordig is de marketingmystiek af van het woord apenstaart(je) en wordt het teken meer als at aangeduid. Een rondgang langs de uitdrukking voor het e-mail symbool in andere landen levert een bonte revue op van dieren met staarten. Het dichtst bij het Nederlandse apenstaart(je) is het Afrikaanse aapstert. In Duitsland wordt wel eens Klammeraffe gebruikt dat staat voor slingeraap, maar ook een scheldwoord is van kantoormannetje, pennenlikker. In het Pools en het Sloveens wordt het woord aapje gebruikt. Maar in verschillende talen wordt de part pro tot stijlfiguur gebruikt en passeert er een dierentuin met dieren met staarten: in het Deens wordt varkenstaart gebruikt, in het Fins kattenstaart, in het Maderijns Chinees muisje en in het Russisch hond. Maar ook dieren zonder staart passeren de revue: in Esperante slak en het Italiaans beperkt zich tot het slakkenhuisje, in het Hongaars wormen en in het Nieuwgrieks eendje. In het Fins kan het symbool ook aangeduid worden als miauw van een kat.
Ook gastronomische gerechten worden als aanduiding gebruikt: in het Hebreeuws en Zweeds lijkt het symbool op een zoet kaneelbroodje. Het Tsjechisch is uniek in haar aanduiding van een zure rolmops.
Er zijn ook taalkundige aanduidingen:  in het Baskisch gewalste-a of gewikkelde-a; in het Bosnisch gekke a; in het Deens en Zweeds ook als snavel-a of slurf-a; in het Noors de alfakrul en in het Turks a met een staart.

Apenstaartje als icoon 
Het at teken werd in Nederland gesymboliseerd in de term apenstaart(je) en bleek een aantrekkelijke marketingkracht te hebben. Zo gebruikte  de toenmalige internetprovider Euronet het apenstaartje op de affiches die ’s morgens op 1 mei 1995 in de bushokjes in het centrum van Amsterdam hingen. De affiche riep grote verwondering op, aangezien slechts een paar duizend mensen toen bekend waren met internet. (Affiche eigendom CJB).

@men 


vrijdag 12 december 2014

Gaten in het digitaal geheugen

Op 5 december 2014 vertelde ik het verhaal over de eerste dagelijkse nieuwsbrief om online te gaan in Europa in 1984. De nieuwsbrief werd op de markt gebracht door VNU op Telecom Goud voor enkele jaren en dan een aggregator opgenomen de nieuwsbrief in zijn portefeuille, de meeste kans op de host Dialog (deze dagen een ProQuest bron). Dit is alles wat ik weet over het leven van de elektronische nieuwsbrief. Ik heb geprobeerd om wat erna gebeurde op te sporen. Een mailtje naar de VNU marketingman van destijds Clive Snell, bracht geen uitkomst. Zoekacties op  internet leverden geen verwijzing naar een editie of een bron op. Het is dus meest waarschijnlijk dat niet een van de edities is bewaard gebleven.

Hi Jak,
Good to hear from you. I think you know more about all this than I do.
I have been away from that world for some 20 years
so can't help with any of your queries at all.
Best wishes
Clive

Zoals ik op 5 december reeds heb aangegeven werd in 1987 door de redactie van Telecombrief een dagelijkse nieuwsbrief gemaakt, die echter snel door het management uit de lucht werd gehaald. Ik ga ervan uit dat niet een van deze nieuwsbrieven digitaal bewaard is gebleven. Of misschien toch op floppy disc?

Toen ik verder zocht in mijn archief, kwam ik op een andere elektronische nieuwsbrief, waaraan ik bijgedragen heb geleverd aan het begin van de jaren tachtig. De Online Chronicle was een tweewekelijkse online nieuwsbrief, geproduceerd door Online Inc, uitgever van de gedrukte tijdschriften Online en Database, later overgenomen door Information Today. De nieuwsbrief werd gestart door de redacteur van Online, Jean-Paul Emard en liep van 1981 tot 1988. Ik Europees nieuws bijgedragen, zo'n 300 artikelen. Deze werden op een van de oudste online informatiediensten geladen, Dialog als bestand 170. Dialog is ontstaan binnen de luchtvaartindustrie Lockheed, werd overgenomen door de eigenaar van Reuters, de Canadese uitgever Thomson en later verkocht aan ProQuest. Geen bestanden kunnen worden teruggehaald, noch een genoemde bron op internet. De enige inhoud die ik heb links van de artikelen is een lijst van bibliografische gegevens zoals datum stempels en 308 koppen. Misschien mag ik een deel van de informatie op een floppy disk hebben, maar die nog steeds een floppy disk kan lezen.

Een lijst met voorbeelden van 30 koppen van artikelen in de rubriek Europese Nieuws voor de Online Chronicle (Dialog File 170) van 1982 tot 1988, geschreven door Jak Boumans op een Superbrain PC(zie foto boven)

Jr   Titel

1988 Agricultiural Abstracts On CD-ROM
1988 Elsevier Buys TWO U.S. companies
1988 German CD-ROM With Economic Formule
1988 Dutch Magazine Titels On CD-ROM
1988 Book Review – Electronic Publishing, A Blueprint

1987 Kluwer Announces Merger With Wolters Samsom Group
1987 Hoppenstedt Shows CDROM With Dataware Software
1987 Elsevier Makes Public Bid For Legal Publisher Kluwer
1987 Jim Ducker Leaves One Pergamon Company For Another

1986 10th  International Online Informaton Meeting London
1986 Search Aid & Publications (European) – Guide Minitel
1986 Pergamon-Infoline After The Take-Over Of Orbit
1986 Changes at MEAD Data Central International
1986 Three Scenarios For European Information Industry

1985 Finsbury Data Adds New Database
1985 Belindis Keeps Going
1985 Datasolve To Launch New Database
1985 Belgian Host Euris Stops
1985 Television Channel Used For Business Data Transport
1985 G-Cam Launches French Language Daily Newspaper
1985 Eurolex Sold To Butterworth by Mead Data Central
1985 Finsbury Moves Into The Black After 5 Years
1985 Excerpta Medica Ups Prices
1985 CNOL Goes With Data-Star

1984 Prestel Security Breach
1984 French Online Market 1983: FFR 100M

1982 Elsevier-NDU To Start Europe Data
1982 Belgian Host Belindis To Enlarge Capacity
1982 IEPRC To Institute Fellowship
 

Maar als we het dan toch hebben over gaten in het digitale geheugen, dan is er een groot gat van de eerste Nederlandse videotexdienst Viditel. Het systeem noch beeldpagina’s kunnen nog opgeroepen worden. Er zijn wel video’s en foto’s van, maar er is  geen werkend demonstratiesysteem met een aantal beeldpagina’s.  

Er zijn veel bestanden verdwenen tussen 1967 en 1997. Het zou interessant zijn om de Directory of databases van 1997 na te lopen. Toen was het nog mogelijk om alle online databanken te vatten in een (gedrukt) naslagwerk. De vraag is echter of al deze bestanden bewaard hadden moeten blijven? Naar mijn mening zijn deze online publicaties een weergave van een zich ontwikkelende informatie-industrie, in het bijzonder van Europa, voordat internet op het toneel verscheen. IDB Online was een monitor voor de computer industrie in Europa en kan inzicht geven hoe computerbedrijven tot stand kwamen en het computergebruik in heel Europa werd bevorderd. En de Online Chronicle gaf een beeld van de ontwikkeling van de informatie-industrie in de VS en Europa. En Viditel was de eerste Nederlandse online publieksdienst.

Ook van internet is er weinig bewaard van de jaren 1993 tot 1997. Op de Wayback Machine kunnen nog een aantal Nederlandse pagina’s en sites teruggevonden worden, maar representatief zijn ze niet. Gelukkig verzorgt een groep mensen, in 1994 betrokken bij De Digitale Stad, het archief hiervan en biedt het Amsterdam Museum onderdak aan dit archief.



Het digitale geheugen van de jaren 1967 tot 1997 bevat grote gaten van verdwenen diensten en bestanden met weinig substantiële ruimte ertussen. 
 

vrijdag 5 december 2014

Eerste dagelijkse online nieuwsbrief in Europa 30 jaar geleden

Vandaag is het 30 jaar geleden dat de eerste dagelijkse online nieuwsbrief in Europa werd gelanceerd tijdens de jaarlijkse Online Information Meeting  in het Novotel in Hammersmith. Het was de zakelijke nieuwsbrief IDB Online, een nieuwsbrief voor de computerindustrie. Dagelijkse, zakelijke nieuwsbrieven waren wel bekend in de VS, maar niet in Europa, laat staan nieuwsbrieven voor consumenten. Ik had de eer om de nieuwsbrief te lanceren namens VNU (London) Ltd.
© Foto en artefact Collectie Jak Boumans 

IDB, Informatics Daily Bulletin, was een bestaande nieuwsbrief die dagelijks gemaakt werd als een tweezijdige A4 op geel papier. Het bracht dagelijks berichten uit de computer en informatie-industrie. De meeste abonnees waren gevestigd in Groot-Brittannië; verder waren er abonnees in Europa en de VS.  Deze abonnees ontvingen de nieuwsbrief via de Royal Mail.

Het idee voor een online nieuwsbrief ontstond na de zoveelste poststaking van de Royal Mail in 1982/1983. Opzeggingen kwamen binnen uit de VS en Europa.  Er werd uitgegekeken naar een andere distributie. Plannen voor een dagelijkse online nieuwsbrief werden gepresenteerd, maar het management twijfelde. VNU had net haar eerste investering in electronisch uitgeven gedaan met de aankoop van het Amerikaanse bedrijf Disclosure. En in Europa had VNU net zo’n 15 miljoen gulden (7, 5 miljoen euro) verbrandt met het uitgeeflaboratorium VNU Database Publishing International. Maar met een subsidie van 60.000 euro van de EEG Commissie werd de weg geëffend.

Voor een dagelijkse online nieuwsdienst werd gekeken naar voorbeelden in de VS. Een van de voorbeelden was de veertiendaagse nieuwsbrief voor de informatie-industrie, Online Chronicle, file 170 op de host (tegenwoordig server genoemd) Dialog. Maar het plan kreeg pas echte vaste vormen met de e-mail dienst Telecom Gold, een dochter van British Telecom. Deze dienst was uniek in 1982, omdat in die tijd e-mail diensten en databank diensten gescheiden waren. Maar software van Westinghouse bracht e-mail en een databankdienst onder in dezelfde machine. De dagelijkse nieuwsbrief zou worden geladen op de databankdienst, terwijl de koppen van de artikelen naar de e-mailbox van de abonnee werden gestuurd.

In 1983 werden de plannen uitgewerkt en in 1984  werd proef gedraaid. De redactie bleef werken zoals het altijd had gedaan. De tekst voor de nieuwsbrief werd elektronisch geproduceerd met Wordstar als tekstverwerker. De distributie van de papieren nieuwsbrief bleef via de dagelijkse post gaan. De elektronische versie werd de volgende morgen geproduceerd en vóór 12 uur ’s middags op de machine van Telecom Gold geladen. Vanaf 1985 werd een kopie automatisch gestuurd naar de Amerikaanse online dienst Newsnet, die dezelfde Westinghouse software had.
Voor VNU (London) Ltd. was  het de eerste kennismaking met een elektronisch product. De marketing ervoor werd uitgedokterd door Clive Snell, tegenwoordig  mede-oprichter en commercieel directeur van Mylearningworx ltd. De nieuwsbrief heeft enige jaren als zelfstandig elektronische nieuwsbrief gedraaid en is daarna opgenomen in een aggregatiebestand van computerpublicaties.
 
In 1987 volgde Chiel Kramer en Dirk Rignoldus van de redactie van Telecombrief bij VNU Business Publications in Amsterdam het voorbeeld van IDB Online. Zij publiceerden Telecombrief Online op Memocom van PTT Telecom, een vergelijkbare dienst met Telecom Gold. Maar hun dagelijkse nieuwsbrief was geen lang leven beschoren. De elektronische publicatie werd nog in hetzelfde jaar opgeheven. 

zondag 28 juli 2013

Viditelkraak 28 juli 1986

Zoals reeds gemeld in de aankondiging van vrijdag 26 juli, was vandaag tijdens de historische flits van het VPRO programma Onvoltooid Verleden Tijd een interview gepland over kraken. Aanleiding was het  radio-fragment van TROS AKTUA uitgezonden op 28 juli 1986 over krakers van het Viditelsysteem; vandaag dus precies 27 jaar geleden.

Het fragment gaat over scholieren die niet alleen het Viditelsysteem wisten binnen te dringen, maar ook bij reisbureaus en banken binnen konden komen. Een onschuldig begin van iets dat nu cybercrime genoemd wordt. Tegenwoordig staan er hoge straffen op, en de personen achter Anonymous en Wikileaks worden gezien als topcriminelen.

Het interview werd gedeeltelijk ingehaald door de actualiteit, de dood van Barnaby Jack. Deze hacker  liet op hackerbijeenkomsten graag zien hoe geldautomaten gratis geld konden spugen. De laatste tijd hield hij zich met name bezig met medische toepassingen en de beveiligingslekken daarin. Zo kon hij   een pacemaker hacken en 830 volt door een virtueel hart te jagen. Hij heeft gewerkt bij beveiligingsbedrijven zoals McAfee.

Barnaby Jack was slechts acht jaar oud toen in Nederland de Viditelkraak van 28 juli 1986 plaats vond. Viditel werd in 1980 op 7 augustus door de PTT gelanceerd. Viditel was de eerste online dienst voor consumenten in Nederland. Het was in eerste instantie een online dienst tussen een centrale computer en een aangepaste televisie. De interactieve dienst presenteerde berichten en nieuwsteksten op de manier zoals we die nu nog kennen van Teletekst, maar had ook de mogelijkheid om elektronische berichten te versturen.

Het Viditelsysteem, dat in 1980 in Den Haag geplaatst werd, was een GEC 408 2 met een intern geheugen van 384Kb, zes schijfeenheden van elk 70 Mb, die elk 60.000 pagina’s konden bevatten. Het systeem kon gelijktijdig 192 gebruikers aan (iets waar de huidige internetaanbieder niet mee uit de voeten zou kunnen).

In 1986 werd het Viditelsysteem gekraakt door twee jongens van 17 jaar. Zij belden Viditelgebruikers op, deden zich voor als PTT mensen en kregen de toegangscodes en wachtwoorden. In feite is er niets veranderd, nu bellen mensen op zogenaamd namens Microsoft om te helpen bij het schoonmaken van de PC en vragen dan om de codes.

Overigens was het niet de eerste keer dat het Viditelsysteem gekraakt werd. In 1983 was al een keer vanuit Londen gekraakt door Hugo Cornwall. Tijdens een demonstratie in Londen keek hij mee naar de vingerbewegingen van een British Telecom medewerker, toen deze  het Viditelsysteem demonstreerde. Met de zo afgekeken toegangscode en het wachtwoord kon hij zich nog tijdens de demonstratie toegang verschaffen tot het Viditelsysteem. Hugo Cornwall was  het pseudoniem van Peter Sommer, die dit voorval beschreef in zijn Hacker’s Handbook, dat in 1985 zijn eerste editie beleefde.

En echt moeilijk was het eigenlijk niet om de Viditelcomputer te kraken. De beheerder van de Viditelcomputer stuurde de wachtwoorden per fax naar een bedrijf zonder de aanbeveling om het wachtwoord na de eerste toegang direct te veranderen.

Kraken in de jaren tachtig
Het kraken is eigenlijk begonnen met het inbreken op telefoonnetwerken, en de eerste die dat deed  was een zekere Susan Headley uit Californië. We hebben het dan over 1977. Dit werd deels gedaan voor de sport, maar deels ook om betaalde telefoontikken te ontwijken. Vanaf 1980 waren computers aan de beurt. Een typisch voorval dateert uit 1982. Toen werd tijdens een live televisie-uitzending van de BBC over computers een vrij onschuldige computerkraak uitgevoerd. Hierbij verscheen ineens een gedichtje op het scherm.

Daarna volgden meer kraken, die de publiciteit haalden. In 1984 kraakten leden van de Hamburgse Chaos Computer Club (CCC) het BTX-systeem, de Duitse Viditel. Ze slaagden erin een grote bank die ook BTX gebruikte iedere 3 sekonden automatisch een pagina van de CCC te laten bellen die 10 mark kostte. Zo toonden ze aan dat deze fout in BTX iedere gebruiker failliet kon maken. De bank had geclaimd dat het systeem volkomen veilig was.  Via Bildschirmtext werd toen 134.000 DM (ca. 75.000 euro) van de bank afgehaald en overgemaakt op de rekening van de club. De volgende dag werd het geld tijdens een persconferentie door de hackers teruggestort. 

Eveneens werd in 1985 de elektronische postbus van de Britse prins Phillip op het e-mailsysteem Telecom Gold gekraakt. De krakers kwamen achter het veiligheidsniveau van de mailbox en het wachtwoord, dat eenvoudig uit de code 1234 bestond. 

Ook in Nederland werden al computers gekraakt. Zo wist Jan Jacobs, freelance journalist, in het voorjaar van 1985 vanuit zijn werkkamer in te breken in het bestand van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) te Bilthoven. Hij kreeg inzage in vertrouwelijke medische gegevens over patiënten en tal van andere gegevens. Van een "hobbykraker" had hij het telefoonnummer en codewoord van de computer gekregen.

Eveneens in 1985 kraakten twee Delftse studenten van 20 en 22 jaar een belangrijk netwerk van de PTT met veertien aangesloten computers, waaronder het 008 bestand. Namen van slecht betalende klanten maar ook geheime telefoonnummers van particulieren, bedrijven en overheidsinstellingen lagen ineens op straat. De studenten, aangemoedigd door Bob Herschberg, professor besturingssystemen aan de TU  in Delft, hadden gelukkig geen slechte bedoelingen, maar wilden gewoon de slechte beveiliging aantonen. Kort na deze kraak installeerde minister van justitie, Korthals Altes, een commissie onder voorzitterschap van de Leidse hoogleraar prof. mr. H. Franken om deze problematiek te onderzoeken.

Criminele hackers
In 1989 was er een eerste geslaagde poging, waarbij computerkrakers zich toegang verschaften tot computers van de Amerikaanse overheid en van Amerikaanse bedrijven en toegangscodes verkochten aan de Russische KGB. Dat werd gezien als computercriminaliteit.

Het misdadig kraken was niet eenvoudig om te bestrijden in de jaren tachtig en negentig. De processenverbaal werden door de politie tenslotte nog uitgetikt op ouderwetse typemachines. Maar ook nu is crimineel kraken moeilijk te bestrijden, aangezien bij de voortschrijdende automatisering zoveel partijen betrokken zijn en veel keuzes en fouten worden gemaakt. Mensen die daar oog voor hebben kunnen met die kennis systemen kraken. Zo koos de organisatie die de OV kaart uitgeeft voor een laag beveiligingsniveau. Binnen de kortste keren was het systeem gekraakt. Bovendien kun je van alles beveiligen, maar dan heb je toch nog mensen die op verzoek van wildvreemden hun toegangscodes en wachtwoorden afgeven. Daar heb je dan weer een voorlichtingsactie (bijv. tegen phishing) voor nodig om dit tegen te gaan.

Overheid als hacker
Het kraken in het begin van de jaren tachtig was speels. Maar met het bankincident in Hamburg in 1985 en de cyberspionage in 1989 werd aangetoond dat kraken de onschuld voorbij was. Hacken werd steeds moeilijker om te onderscheiden in ethisch en crimineel, hoewel er dus nog wel degelijk ethische hackers zijn. Naarmate de overheden zich begonnen te bedienen van  informatiesystemen, konden ook zij gegevens aan elkaar koppelen en hun systemen gebruiken om elkaar en burgers te bespioneren. Door wat de klokkenluiders zoals Assange, Manning en Snowdon naar buiten hebben gebracht, ontstaat het beeld dat ook overheden hackers zijn geworden. Daarmee gaat het kraken een hogere ethische dimensie in, op verschillende manieren: strafrechtelijk en politiek. Een goede nieuwe vraag voor het vak informatiekunde op school zou zijn: welke soorten hackers kun je onderscheiden en waarom zijn ze gevaarlijk?

Het interview terugluisteren.