Dit blog vindt zijn oorsprong in het boek Toen digitale media nog nieuw waren: Pre-internet in de polder (1967-1997), gepubliceerd in 2011, van de hand van Jak Boumans. Het boek gaat over de omslag van de toenmalige nieuwe media naar internet. (© 2010 - 2022 tekst en foto's: Collectie Jak Boumans, tenzij anders vermeld.) ''Het leven wordt voorwaarts geleefd maar achterwaarts begrepen.'' (Søren Kierkegaard) "Achterom kijken is ook vooruitgaan." (Olivier B. Bommel)
dinsdag 30 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
maandag 29 juni 2015
Dit jaar in digitaal verleden.nl
verzorgen SPC Vision en Uitgeverij Standaard in Antwerpen de CD-i/CD-ROM productie van Philips Media Interactieve Encyclopedie
zondag 28 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
In 1995
wordt NBLC veroordeeld door de Haagse rechtbank voor schending van auteursrechten van de boekrecensies op de LiteRom.
zaterdag 27 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
vrijdag 26 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
In 1997
verlegt Lost Boys zijn focus naar internet en ontwikkelt zich van webbouwer tot multimediabedrijf.
Meer info op pg. 256
Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN
verlegt Lost Boys zijn focus naar internet en ontwikkelt zich van webbouwer tot multimediabedrijf.
donderdag 25 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
Een catalogus van de wereld
Niet veel mensen
krijgen ooit de taak om een catalogus van de wereld te maken. In 1970 kregen
een aantal redacteuren van de Grote Spectrum Encyclopedie (GSE) de opdracht om
een catalogus van de wereld samen te stellen ten behoeve van een nieuw nasla(g)werk.
Deze encyclopedie zou anders zijn dan de bestaande naslagwerken. Het zou een
foto van de hedendaagse wereld moeten zijn en niet een naslagwerk vol met
Griekse en Romeinse mythische figuren, maar met veel sociologie. Maar hoe maak
je zo’n catalogus en breng je er orde in aan? In een gesprek met een
bibliothecaris werden een classificaties aangereikt: de Dewey Decimale Code (DDC)
of de Universele Decimale Code (UDC). De DDC en de UDC bestonden beide uit negen allesomvattende
categorieen. Met de UDC kon een document behalve in een categorie worden
ondergebracht ook informatie over de inhoud van het document door thematische trefwoorden ontsluiten. Uiteindelijk
bleef bij de GSE de indeling van negen allesomvattende categorieen over. Binnen
deze categorieen konden de lemma’s voor toekomstige artikelen worden ingevuld,
waardoor een beeld van de verschillende disciplines ontstond en uiteindelijk
een foto van de wereld in de zeventiger jaren ontwikkeld werd. (Intussen is er
binnen de Nederlandse wetenschappelijke bibliotheekwereld een nieuw classificatieschema
ontwikkeld: de NBC, Nederlands basisclassificatie).
Paul Otlet kan gezien worden als een pionier de kennismaatschappij en informatiemaatschappij. Internet heeft hij nooit gekend, maar toch was hij verkenner ervan. Hoewel de Amerikanen hypertext altijd toeschrijven aan Ted Nelson (hypermedia) en Vannevar Bush, maakte Otlet in 1934 een mechanisch hypertekst zoeksysteem met wieltjes en haakjes, dat de relevante kaartjes/links zou opleveren. Eigenlijk voorzag Otlet met zijn wereldcatalogus de zoekdienst Google op papier en is hij met 12 miljoen fiches ook de voorloper van Big Data.
Vandaag (25/6/2015) wordt in Bergen/Mons (België) het Mundaneum heropent met de tentoonstelling Mapping Knowledge in het kader van Mons, Culturele Hoofdstad van Europa en met steun van Google. De tentoonstelling is een interactieve reis naar de kern van informatie.
UDC
Het classificatieschema UDC werd ontwikkeld door de Paul Otlet 1868-1944). Deze idealistische Belg hield zich zijn hele leven bezig met het catalogiseren van de wereld: hoe meer men classificeerde, hoe beter de wereld zou worden. Behalve het classificatieschema UDC ontwierp hij ook fiches van 12 bij 7 cm, waarop een classificatie geschreven kon worden. Naarmate men meer kaartjes had kon men deze thematische trefwoorden onderling verbinden en zou een catalogus van de wereld ontstaan. Uiteindelijk zou uit deze catalogus het Universele Boek, het boek van alle kennis, moeten ontstaan. Paul Otlet bouwde zo een catalogus op van miljoenen fiches en bracht deze met ondersteuning van de Belgische koning onder in de tentoonstellingsgebouwen van het Jubelpark in Brussel
Het classificatieschema UDC werd ontwikkeld door de Paul Otlet 1868-1944). Deze idealistische Belg hield zich zijn hele leven bezig met het catalogiseren van de wereld: hoe meer men classificeerde, hoe beter de wereld zou worden. Behalve het classificatieschema UDC ontwierp hij ook fiches van 12 bij 7 cm, waarop een classificatie geschreven kon worden. Naarmate men meer kaartjes had kon men deze thematische trefwoorden onderling verbinden en zou een catalogus van de wereld ontstaan. Uiteindelijk zou uit deze catalogus het Universele Boek, het boek van alle kennis, moeten ontstaan. Paul Otlet bouwde zo een catalogus op van miljoenen fiches en bracht deze met ondersteuning van de Belgische koning onder in de tentoonstellingsgebouwen van het Jubelpark in Brussel
Behalve een catalogus
werd in het Jubelpark ook een kennismuseum ondergebracht, het Mundaneum. Hierin
toonde Otlet zijn visie op de kennismaatschappij en hoe de fiches uiteindelijk
ook elektronische met elkaar gekoppeld zouden kunnen worden. In het Jubelpark
werd dan ook een telegraafkamer ingericht, maar ook een kamer met voor zijn tijd de nieuwste microfilm
apparatuur. In de Tweede Wereldoorlog werd het archief met de fiches en de artefacten van het museum grotendeels vernietigd.
Paul Otlet kan gezien worden als een pionier de kennismaatschappij en informatiemaatschappij. Internet heeft hij nooit gekend, maar toch was hij verkenner ervan. Hoewel de Amerikanen hypertext altijd toeschrijven aan Ted Nelson (hypermedia) en Vannevar Bush, maakte Otlet in 1934 een mechanisch hypertekst zoeksysteem met wieltjes en haakjes, dat de relevante kaartjes/links zou opleveren. Eigenlijk voorzag Otlet met zijn wereldcatalogus de zoekdienst Google op papier en is hij met 12 miljoen fiches ook de voorloper van Big Data.
© Mundaneum
Vandaag (25/6/2015) wordt in Bergen/Mons (België) het Mundaneum heropent met de tentoonstelling Mapping Knowledge in het kader van Mons, Culturele Hoofdstad van Europa en met steun van Google. De tentoonstelling is een interactieve reis naar de kern van informatie.
In 2014 is er een
lezenswaardig boek over Paul Otlet verschenen onder de titel Cataloging the world, PaulOtlet and the Birth of the Information Age, geschreven door Alex Wright
en uitgegeven als gedrukt boek en als e-boek door de Oxford University Press (ISBN
978-0-19-993141-5).
woensdag 24 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
brengt Philips de CD-i Filmmaand uit om CD-video
te demonstreren
dinsdag 23 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
heeft 80 pct van de huishoudens Teletekst.
maandag 22 juni 2015
Dit jaar in digiaalverleden.nl
telt Nederland ca. 50 bulletin board systemen
zondag 21 juni 2015
Deze dag in digitaalverleden.nl
In 1952
werd op deze dag de eerste in Nederland gebouwde computer gepresenteerd: de ARRA I (Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam). Hij werd in Amsterdam gebouwd door het Mathematisch Centrum, het huidige CWI. Het was een machine die werkte met relais, door elektromagneten bediende schakelaars. In de praktijk bleek de machine niet bruikbaar. Bij de presentatie op 21 juni 1952 in aanwezigheid van de Amsterdamse burgemeester d'Ailly en minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen F.J. Th. Rutten aanwezig moest het apparaat een tabel met willekeurige getallen genereren, wat lukte, maar daarna heeft het de geest gegeven. De ARRA II uit 1954 werd wel een succes.
Meer info op
Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN
werd op deze dag de eerste in Nederland gebouwde computer gepresenteerd: de ARRA I (Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam). Hij werd in Amsterdam gebouwd door het Mathematisch Centrum, het huidige CWI. Het was een machine die werkte met relais, door elektromagneten bediende schakelaars. In de praktijk bleek de machine niet bruikbaar. Bij de presentatie op 21 juni 1952 in aanwezigheid van de Amsterdamse burgemeester d'Ailly en minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen F.J. Th. Rutten aanwezig moest het apparaat een tabel met willekeurige getallen genereren, wat lukte, maar daarna heeft het de geest gegeven. De ARRA II uit 1954 werd wel een succes.
zaterdag 20 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
zette Jan Jacobs met een Belgische
uitgever het tijdschrift Wave op, vergelijkbaar met Wired. Het tijdschrift
heeft het overleefd tot 1996.
vrijdag 19 juni 2015
Deze dag in digitaalverleden.nl
In 1980
wordt het Europese netwerk Euronet Diane in Nederland officieel gelanceerd in Den Haag door Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat.
(c) NBBI
Meer info op pg. 46
Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN
wordt het Europese netwerk Euronet Diane in Nederland officieel gelanceerd in Den Haag door Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat.
(c) NBBI
Start Nederlandse informatie-industrie

In die tijd was
het niet eenvoudig om dergelijke databanken te bereiken. Het leggen van een
verbinding via een normale telefoonlijn was niet technisch niet eenvoudig en
bovendien kostbaar. Sommige bibliotheken en onderzoeksinstellingen lieten een
vaste lijn leggen binnen Nederland, maar voor een technisch instituut een vaste
lijn laten leggen naar bijv. de Europese ruimtevaartcomputer in Italië was
onbetaalbaar.
En vanaf 1972 was
het dataverkeer in Nederland gestaag gegroeid. De PTT had in 1966 wel de
noodzaak van een datanetwerk voorzien en had gepland dat dir netwerk, genaamd
Datanet-1, in 1980 operationeel moest zijn. Maar in de tweede helft van de
jaren zeventig werd al duidelijk dat het aantal netwerkuren exponentieel
toenam. Zo werden er tussen 1977 en 1978 niet minder dan 5000 netwerkuren
verbruikt door 100 organisaties. Bovendien werd de aanleg van het datanetwerk uiteindelijk
vertraagd tot 1982.
Als voorlopige
oplossing opende de PTT op 1 augustus 1977 een nationale knooppunt DABAS (DataBase Access Service). Via deze dienst kon men met
een toegangscode en een wachtwoord inbellen op een computer in Amsterdam en
toegang krijgen tot grote mondiale netwerken zoals TYMNET en TELENET en vanaf
1980 ook tot het Europese netwerk.
Met Euronet*Diane
beoogde de Europese Commissie de stimulering van de elektronische informatie-industrie
(zie pdf). Deze bestond op dat moment voornamelijk uit literatuuronderzoekers
op universiteiten en onderzoeksinstellingen, maar ook uit gebruikers van financiële
diensten en technische bedrijven. Via Euronet*Diane konden deze gebruikers gemakkelijker
databanken in Groot-Brittannie, Duitsland, Frankrijk en Italië bereiken.

De opening van
Euronet*Diane was niet alleen een evenement van de Europese Economische
Gemeenschap en van Europese online bedrijven, maar ook een eerste publieke manifestatie
van de opkomende Nederlandse informatie-industrie en van de belangenvereniging VOGIN. Aan de hand van de foto’s
uit het NBBI archief kunnen de volgende organisaties worden geïdentificeerd:
Nationaal: Internationaal:
-
VOGIN - CISI
-
NLR -
Blaise
-
ECN -
Infoline
-
Bibliotheek
Delft - Datacentralen
-
Bibliotheek
RU Utrecht - Dimdi
-
Intrace - INKA
-
SOVIN - FIZ Technik
-
Bibliotheek
KNAW - G.I.D.
-
PUDOC - Spidel
-
TNO/CID
-
SWIDOC
-
Johan
van Halm & Ass.
Van het evenement Euronet*Diane zijn nog 39 foto’s uit het NBBI archief bewaard gebleven
donderdag 18 juni 2015
Dit jaar in digitalverleden.nl
In 1995

Meer info op pg. 266
Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN
VNU Business
Publications presenteert de site Intermediair Online

woensdag 17 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
In 1994

dinsdag 16 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl

wordt het vierde marktonderzoek wordt uitgevoerd door NBBI in 1994 in opdracht van de NVI. De projectie van de totale omzet zou omstreeks 635 miljoen gulden bedragen.
maandag 15 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
worden tijdens de Platentiendaagse worden een half miljoen CD-i schijven met muziekclips verspreid via 100 platenzaken; de CD-i was afspeelbaar op een audio cd-speler, maar voor de videoclips was uiteraard een CD-i speler nodig.
zondag 14 juni 2015
Dit jaar in digitaalverleden.nl
verspreiden Philips samen met de boekhandelaren tijdens de Boekenweek een CD-i onder de titel Denkend aan de Dapperstraat, in een oplage van 33.000 exemplaren.

zaterdag 13 juni 2015
Boek: 25 jaar internet in Nederland
De titel van het
boek is saai. Deze klinkt als een gedenkboek van een omroep of van een fabriek. Maar
niets is minder waar, want de subtitel draagt meer spanning aan: Fascinerende
herinneringen van de Nederlandse pioniers die Amsterdam tot centrum van het
Europese internet maakten.
- Surfnet en Ams-ix;
- De Digitale Stad, providers en ‘gratis toegang’;
- Pioniers en vernieuwen voor de inhoud van internet.
Het derde ‘hoofdstuk’ bevat interviews met mensen die stonden tussen de techniek en diensten en internet aan de man gingen brengen. De Digitale Stad, die internet naar de consumentenmarkt toebracht en Euronet*Internet en Planet Internet die marketingmethodes hanteerden om gebruikers te werven.
Het boek is het
resultaat van een opdracht van Amsterdam Economic Board, dat vroeg de 25 jarige
internet geschiedenis te beschrijven. Er werd niet gekozen voor een analyse van
de ontwikkelingen van internet in Nederland, maar voor een reeks interviews met
zo’n 40 gangmakers van internet. Jammer genoeg ontbreken om verschillende
redenen een aantal spelers zoals Felipe Rodriquez (medeoprichter van XS4ALL),
Adam Curry (Jamby), Roel Pieper (Twinning Network) en Nina Brink (World
Online).
De interviews
werden eerst online als pdf gepubliceerd op de site Netkwesties. Maar voor het
boek is twee derde van het materiaal van deze pdf geschrapt, waardoor de interviews
winnen aan kracht en puntigheid. Bovendien zijn de interviews en een beperkt
aantal analyses gerangschikt en geplaatst in de context van vier ‘hoofdstukken’:
-
Aartsvaders
(m/v) en Fundamenten;- Surfnet en Ams-ix;
- De Digitale Stad, providers en ‘gratis toegang’;
- Pioniers en vernieuwen voor de inhoud van internet.
De interviews van
met name de eerste twee hoofdstukken laten zien dat internet kwam vanuit de
academische hoek en dat vanuit Amsterdam via netwerktechnologie internet door
Europa werd verspreid. Het is fascinerend om te zien hoe mensen vanuit
verschillende functies en affiliaties zoals EUnet, NLnet en XS4ALL met ziel en zaligheid bezig zijn geweest
om te innoveren en internet te verspreiden. Dit was niet altijd zonder strijd
en leidde soms tot principiële technische en politieke conflicten over protocollen (OSI van
de telecombedrijven vs TCP/IP van internet).
Het derde ‘hoofdstuk’ bevat interviews met mensen die stonden tussen de techniek en diensten en internet aan de man gingen brengen. De Digitale Stad, die internet naar de consumentenmarkt toebracht en Euronet*Internet en Planet Internet die marketingmethodes hanteerden om gebruikers te werven.
Het laatste ‘hoofdstuk’
bevat interviews over de verscheidenheid aan ontluikende contentdiensten zoals veilingen,
reclame, omroep, kranten en tijdschriften en reisreserveringen; van Marktplaats
tot VPRO, Sanoma, Lost Boys en Booking.com.
De auteur van het
boek is Peter Olsthoorn, zelf een internetpionier, die op Planet Internet 12 jaar een
rubriek over ontwikkelingen in internet en de computerwereld verzorgde. Met dit
boek heeft hij een interessant overzicht afgeleverd van mensen in Nederland,
die hebben bijgedragen aan de snelle ontwikkeling van internet in Nederland en
in Europa.
Het boek bestaat
uit interviews en een klein aantal korte analyses. Opvallend is dat niemand de geïnterviewde
personen deel uitmaakte van de andere mediawereld van de ASCII en videotex onlinediensten
en de CD-media. De enige persoon die er het dichtst bijkomt is Michel Mol die vanaf
1993 met Lost Boys CD-i producties maakte voor Philips en pas in 1997
omschakelde naar internet. Maar als je de andere interviews lees, lijkt het
alsof internet in Nederland ineens uit het niet ontstaan is en in korte tijd een doorslaand succes
werd. Er ligt dus nog een thema voor het
volgend boek klaar: de ontwrichtende innovatie van internet in Nederland (1982-2001).
Het boek kan besteld worden via www.fastmovingtargets.nl:
Peter Olsthoorn, 25 jaar internet in Nederland. FMT; 2015. ISBN 978-94-92280-00-8
Labels:
Booking.com,
De Digitale Stad,
EUnet,
Euronet*Internet Planet Internet,
FMT,
Lost Boys,
Marktplaats,
NLnet,
Olsthoorn,
Sanoma,
VPRO,
XS4ALL
Dit jaar in digitaalverleden.nl
verzorgt Zoutewelle Multimedia verzorgt voor de Wereldcup voetbal de productie van de CD-i USA ’94.

Abonneren op:
Posts (Atom)