Posts tonen met het label TNO. Alle posts tonen
Posts tonen met het label TNO. Alle posts tonen

vrijdag 19 juni 2015

Start Nederlandse informatie-industrie

Op 19 juni 1980 lanceerde Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat, in het Nederlands Congres Centrum te ’s Gravenhage, het Nederlandse netwerkknooppunt van Euronet*Diane. Dit Europese netwerk was ingericht als Direct Information Access Network for Europe (Diane) en gold als een instrument om te komen tot één Europese informatiemarkt, waarop voornamelijk wetenschappelijke en zakelijke databanken actief waren.

In die tijd was het niet eenvoudig om dergelijke databanken te bereiken. Het leggen van een verbinding via een normale telefoonlijn was niet technisch niet eenvoudig en bovendien kostbaar. Sommige bibliotheken en onderzoeksinstellingen lieten een vaste lijn leggen binnen Nederland, maar voor een technisch instituut een vaste lijn laten leggen naar bijv. de Europese ruimtevaartcomputer in Italië was onbetaalbaar.

En vanaf 1972 was het dataverkeer in Nederland gestaag gegroeid. De PTT had in 1966 wel de noodzaak van een datanetwerk voorzien en had gepland dat dir netwerk, genaamd Datanet-1, in 1980 operationeel moest zijn. Maar in de tweede helft van de jaren zeventig werd al duidelijk dat het aantal netwerkuren exponentieel toenam. Zo werden er tussen 1977 en 1978 niet minder dan 5000 netwerkuren verbruikt door 100 organisaties. Bovendien werd de aanleg van het datanetwerk uiteindelijk vertraagd tot 1982.

Als voorlopige oplossing opende de PTT op 1 augustus 1977 een nationale knooppunt DABAS (DataBase Access Service). Via deze dienst kon men met een toegangscode en een wachtwoord inbellen op een computer in Amsterdam en toegang krijgen tot grote mondiale netwerken zoals TYMNET en TELENET en vanaf 1980 ook tot het Europese netwerk.

Met Euronet*Diane beoogde de Europese Commissie de stimulering van de elektronische informatie-industrie (zie pdf). Deze bestond op dat moment voornamelijk uit literatuuronderzoekers op universiteiten en onderzoeksinstellingen, maar ook uit gebruikers van financiële diensten en technische bedrijven. Via Euronet*Diane konden deze gebruikers gemakkelijker databanken in Groot-Brittannie, Duitsland, Frankrijk en Italië bereiken.
 
Op 19 juni 1980 werd Euronet*Diane gepromoot in Nederland. Er was een conferentie en een beurs. De conferentie was georganiseerd door NBBI (Nederlands Bureau voor Bibliotheekwezen en Informatieverzorging; opgeheven in 1998) en VOGIN (Vereniging van Online Gebruikers In Nederland; nu Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Interactieve Informatiesystemen) en de beurs door Johan van Halm. De foto’s van met name de beurs laten zien uit welke nationale en internationale bedrijven de informatie-industrie op dat moment bestond.
De opening van Euronet*Diane was niet alleen een evenement van de Europese Economische Gemeenschap en van Europese online bedrijven, maar ook een eerste publieke manifestatie van de opkomende Nederlandse informatie-industrie en van de belangenvereniging VOGIN. Aan de hand van de foto’s uit het NBBI archief kunnen de volgende organisaties worden geïdentificeerd:

Nationaal:                                       Internationaal:
-          VOGIN                               - CISI
-          NLR                                    - Blaise
-          ECN                                    - Infoline
-          Bibliotheek Delft             - Datacentralen
-          Bibliotheek RU Utrecht  - Dimdi
-          Intrace                              - INKA
-          SOVIN                                - FIZ Technik
-          Bibliotheek KNAW          - G.I.D.
-          PUDOC                              - Spidel
-          TNO/CID
-          SWIDOC
-          Johan van Halm & Ass.

Van het evenement Euronet*Diane zijn nog 39 foto’s uit het NBBI archief bewaard gebleven



 

woensdag 2 oktober 2013

Nederland bouwt weer een computer (1)

Nederlandse wetenschappers gaan onder leiding van de TU Delft werken aan een supercomputer. De computer moet over vijftien jaar klaar zijn. Het gaat om een zgn. quantumcomputer is een project van QuTech, een instituut voor innovatie, voor negen miljoen per jaar gefinancierd, gefinancierd door het Rijk, de TU Delft, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en het bedrijfsleven.

Na meer dan 60 jaar gaat Nederland weer een eigen computer bouwen. Want tussen 1950 en 1980 werden er computers gebouwd op universiteiten en door commerciële bedrijven in Nederland. Sommige van die computers bestaan nog; veel bleven niet bewaard. In 2010 heeft SCEN, Stichting Computer Erfgoed Nederland, het Nationaal Register Historische Computers gepubliceerd.

Universiteit als computerbouwer
Vanaf 1952 bestudeerden wetenschappers niet alleen computers, maar begonnen ze die ook te ontwikkelen. Universiteiten en wetenschappelijke instellingen werden computerbouwers.
 
 De eerste computer in Nederland was de ARRA I (Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam). Hij werd in Amsterdam gebouwd door het Mathematisch Centrum. Het was een machine die wekte met relais, door elektromagneten bediende schakelaars. In de praktijk bleek de machine niet bruikbaar. Bij de presentatie op 21 juni 1952 in aanwezigheid van de Amsterdamse burgemeester d'Ailly en minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen F.J. Th. Rutten aanwezig moest het apparaat een tabel met willekeurige getallen genereren, wat lukte, maar daarna heeft het de geest gegeven. De ARRA II uit 1954 werd wel een succes. De computer bevatte radiobuizen en, transistors en een ringkerngeheugen. Met deze computer werden met succes berekeningen uitgevoerd voor o.a. de Fokker vliegtuigfabriek. De ARRA I noch de ARRA II zijn bewaard gebleven.

In 1954 werd door het Mathematisch Centrum begonnen met de bouw van een tweede generatie computer, de ARMAC (Automatische Rekenmachine MAthematisch Centrum); in 1956 was de computer klaar. Nieuw bij deze machine was dat de software als uitgangspunt werd genomen. Op basis van het ontwerp van de software werd vervolgens de hardware gebouwd. Deze computer maakte gebruik van transistors, een trommelgeheugen en een ringkerngeheugen. De ARMAC rekende onder andere ten behoeve van de Deltawerken. De computer leek commercieel perspectief te hebben. Er is overigens geen exemplaar van de ARMAC bewaard gebleven.

Ook op de TU Delft werd onderzoek gedaan en werden computers gebouwd. In 1952 ontwikkelde Willem van der Poel de ARCO (bijgenaamd Testudo). In het jaar erna werkte hij aan de ontwikkeling van de PETRA, de eerste computer in Nederland met radiobuizen in plaats van relais. In 1957 bouwde Van der Poel de eerste ZEBRA, die half werkt met buizen en half met transistors. De ZEBRA was zo succesvol dat hij, overigens volledig met transistors, in Groot-Brittannië door Stantec in productie werd genomen. De ARCO is bewaard gebleven in de collecties van de TU Delft; de PETRA is echter niet bewaard gebleven. Van de Stantec ZEBRA zijn nog twee exemplaren te vinden in de collecties van de TU Delft.

Wetenschappelijke instellingen
Bij TNO bouwde men in 1955 een computer, de VTH, een technisch zeer geavanceerde analoge computer. Vliegtuigbouwer Fokker gebruikte de computer om vliegtuigbewegingen en luchtstromen te berekenen en simuleren. De VTH wordt gezien als de eerste zeer geavanceerde technisch-wetenschappelijke computer In Nederland. Van de VTH zijn nooit meer exemplaren gebouwen. Nu maakt de VTH deel uit van de collecties van de TU Delft.

In de jaren vijftig was Philips als elektronicabedrijf niet actief in de bouw van commerciële computers. Wel werd bij het Philips Natuurkundig Laboratorium (Natlab) de PETER gebouwd, die in 1958 operationeel werd. Deze werd gevolgd door de PASCAL (Philips Akelig Snelle CALculator), die in 1960 in gebruik werd genomen en veel sneller en betrouwbaarder was dan zijn voorganger. Maar commercieel zat Philips met een probleem, want het bedrijf was actief in het maken van componenten voor IBM. En omdat dit een goede handel was, wilde Philips eigenlijk geen concurrent van IBM worden, maar dat veranderde na 1960.

Tegen het einde van de jaren vijftig waren de universiteiten, met name de Universiteit van Amsterdam en Technische Universiteit Delft, klaar met het bouwen van computers. Omdat het Mathematisch Centrum niets voelde voor een commercieel avontuur met de ARMAC, werd in 1956 het bedrijf Electrologica opgericht. Een jaar later kwam IBM met mainframes op de markt.

Het is interessant om te observeren dat een vergelijkbare situatie is ontstaan rond de quantumcomputer. Er is nog geen quantumcomputer. Er moet bovendien nog veel onderzoek gedaan worden naar de toe te passen quantumleer, te gebruiken nano-apparatuur, maar ook de software. Duurde de ontwikkeling van computers aan de universiteiten in de jaren vijftig ruwweg een decennium, de ontwikkeling van de quantumcomputer wordt geraamd op 15 jaar.

dinsdag 24 januari 2012

Reactie Geert Rolf (Tehuis voor Bejaarde Computers)

Vorige week ontving ik een reactie op het boek van Geert Rolf. Hij leverde de foto op pagina 245 van een VAX 11/780 computer van TNO-IBBC; met een vergelijkbare computer werd in 1986 door CWI het transatlantische verkeer onderhouden tussen de VS en Nederland

Geert Rolf is de eigenaar van het particuliere museum Tehuis voor Bejaarde Computers in Winssen vlak bij Nijmegen. Wie dit museum bezoekt reist terug in de tijd naar de minicomputers van de jaren 70, die geleidelijk doorgroeien naar 32 bits systemen en werkstations van de jaren 80 en 90. Het Tehuis voor Bejaarde Computers richt zich op 16 bit minicomputers te beginnen met de PDP 11/20 (1970). Hoewel de meerderheid van de systemen gemaakt zijn door Digital Equipment Corporation zijn er ook anderen van Philips, Data General, Olivetti, Hewlett Packard enz. De collectie omvat ook een aantal bekende 32 bit machines uit de jaren '80.

Hallo Jak,

Het boek heb ik inmiddels uit…

Het boek beschrijft een deelgebied van de IT, waar ik me niet zo mee bezig hield. Ik ben wat minder met informatie-ontsluiting en wat meer met ontwikkelingen in de techniek bezig. Niettemin opende het mijn ogen voor een lange ontwikkeling  (producten en markt) van wat toch weer techniek gedicteerd wordt: waar de mogelijkheden en vooral onmogelijkheden van de toenmalige datacom (lees PTT) een belangrijke rol speelde.

Het leek mij dat de tweede helft van het boek wat aanschouwelijker overkomt: ik kon me in de tweede helft wat beter voorstellen waar het inhoudelijk om ging.

De volgende herinneringen maakte het boek weer eens los:

-1- 1977/1978 zat ik op de HTS"A" aan de Europaboulevard Amsterdam en een van de oudere jaars studenten liep een stage bij VNU aan het Gelderlandplein. Ik ben een keer bij 'm wezen kijken. Er stond een PDP 11/40 waarop MUMPS draaide een Basic-achtig taaltje met ingebouwde database.

-2- +- 1988 Bij de Nijmeegse Blindenbibliotheek liep een project om infomatievoorziening voor blinden/slechtzienden te ontsluiten: IBM PS2/30 met brailleleesregel en braille printer; inbellen op Brabantse Informatie Project en daarnaast enkele offline infobronnen op CDROM. Projectbegeleiding: Research voor Beleid.

-3- +- 1995 Vanuit Thijssen Field Service (Veenendaal) een storing opgelost aan de datacom van een bedrijf aan de Vijzelstraat in Amsterdam. De naam is me ontschoten, maar zij waren een "nieuwe media" tak van een bedrijf uit Gouda dat vooral met Viditel toepassingen bezig was (geweest). Dat takje aan de Vijzelstraat ging niet lang daarna failliet.

…

Geert

Beste Geert,

Dank voor je reactie.

Ja het boek is meer vanuit de informatie-ontsluiting geschreven dan vanuit de techniek. Niet verwonderlijk, ik heb theologie en filosofie gestudeerd.

Leuk om te horen dat je het tweede gedeelte aanschouwelijker vond.

Tav je herinneringen:

1. De PDP van VNU Tijdschriften was voor de abonnementen administratie… Voor de redactie hebben zij in 1979 bij de introductie van het mislukte tijdschrift NieuwsNet gekozen voor Wang.

2. Bij het Nijmeegse Blindenbibliotheekproject heb je nog gewerkt met het Brabants Informatie Project (BIP). Ik heb laatst de toenmalige projectleider … nog gesproken. Ik heb ook nog met Research voor Beleid gewerkt. Research voor Beleid en mijn bedrijf Electronic Media Reporting hebben samen onderzoek naar de toekomst van CD-i gedaan (zie FD 02/09/1992). Philips was daar niet blij mee.

3. Dat bedrijfje in de Vijzelstraat ken ik niet, maar dat bedrijf in Gouda was volgens mij TSS. Zij brachten o.a. Teletekst en de NS op Viditel…

Jak

zaterdag 19 november 2011

Eerste reacties op het boek (1)

Er beginnen reacties op het boek binnen te komen. Een er van komt van Charles Citroen (zie foto). Wat mij betreft is hij de godfather van online in Nederland. Ik leerde online zoeken van hem in 1980, maar hij was al met online bezig bij TNO van het begin van de jaren zeventiger.

Na een compliment: Je boek ziet er heel mooi uit, gaat hij in op het begin van online in Nederland

Voor wat betreft de oprichting van de Stichting NIC en het ChemAbs bestand op ESRO/ESA, ik heb daarover een stukje geschreven in Open (27, 1995, 10 pp. 310-311.
De crux is, dat wist je waarschijnlijk niet, dat ESRO een eigen huurlijnnetwerk had gemaakt. We konden toen al met 2400B werken met dedicated terminals. (pag 43/44)
Op pag 72 correct verwoord. Detail op die pag: de NOCI heette gewoon Nederlandse Org Chemische Info, hoefde niet in het Engels.
De stichting NIC werd opgericht door de Kon Ned Chem Ver in 1973 samen met Shell, DSM, Akzo, Unilever en Philips. TNO was daar geheel niet bij betrokken.
In 1974 traden TU's Delft en Eindhoven en Hoogovens toe. Pas in 1977 toen de NOCI werd opgeheven nam TNO de secretariaatsfunctie over van de KNCV.


Citroen: Ach, het zijn details die niemand ooit zal vinden, maar het leek me leuk het je te melden.