Posts tonen met het label VOGIN. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VOGIN. Alle posts tonen

woensdag 31 mei 2017

19 juni 1980: de geboorte van Diane

Op 19 juni 1980 kwamen meer dan honderd literatuuronderzoekers en wetenschappelijke bibliothecarissen bij elkaar in het Nederlands Congresgebouw in Den Haag. Het was een belangrijke, maar ongewone dag voor ze. Normaal zaten zij – in het pre-Google tijdperk – achter hun beeldscherm om als intermediair in wetenschappelijke databanken te zoeken voor hun collega’s: onderzoekers en wetenschappers. Oneerbiedig werden zij ook wel online machinisten genoemd.

Lees het hele artikel.
Bekijk de fotoreportage.

woensdag 23 december 2015

Deze dag in digitaalverleden.nl

In 1980 

aanbieding van het eerste exemplaar van het cursusboek Inleiding tot online literatuuronderzoek van VOGIN, geproduceerd door VNU DPI/ITIS.

Voor meer info zie pg.154-156

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN

donderdag 3 december 2015

Deze maand in digitaalverleden.nl



In 1995 


gaat VOGIN, de club van cybrarians, op in NVB, het Nederlands Verbond van Bibliothecarissen.






 Voor meer info zie pg.73, 74

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN

woensdag 28 oktober 2015

Deze dag in digitaalverleden.nl


Op 28 oktober 1977


werd VOGIN, oorspronkelijk de Vereniging van Gebruikers van Online Informatiesystemen Nederland, later de Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Interactieve Informatiesystemen, opgericht. Een dag later werd de oprichtingsvergadering gehouden.Deze gebruikers waren de eerste Nederlandse cybernauten. 

Voor meer info zie bit.ly/1PTV9el


Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN




vrijdag 19 juni 2015

Start Nederlandse informatie-industrie

Op 19 juni 1980 lanceerde Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat, in het Nederlands Congres Centrum te ’s Gravenhage, het Nederlandse netwerkknooppunt van Euronet*Diane. Dit Europese netwerk was ingericht als Direct Information Access Network for Europe (Diane) en gold als een instrument om te komen tot één Europese informatiemarkt, waarop voornamelijk wetenschappelijke en zakelijke databanken actief waren.

In die tijd was het niet eenvoudig om dergelijke databanken te bereiken. Het leggen van een verbinding via een normale telefoonlijn was niet technisch niet eenvoudig en bovendien kostbaar. Sommige bibliotheken en onderzoeksinstellingen lieten een vaste lijn leggen binnen Nederland, maar voor een technisch instituut een vaste lijn laten leggen naar bijv. de Europese ruimtevaartcomputer in Italië was onbetaalbaar.

En vanaf 1972 was het dataverkeer in Nederland gestaag gegroeid. De PTT had in 1966 wel de noodzaak van een datanetwerk voorzien en had gepland dat dir netwerk, genaamd Datanet-1, in 1980 operationeel moest zijn. Maar in de tweede helft van de jaren zeventig werd al duidelijk dat het aantal netwerkuren exponentieel toenam. Zo werden er tussen 1977 en 1978 niet minder dan 5000 netwerkuren verbruikt door 100 organisaties. Bovendien werd de aanleg van het datanetwerk uiteindelijk vertraagd tot 1982.

Als voorlopige oplossing opende de PTT op 1 augustus 1977 een nationale knooppunt DABAS (DataBase Access Service). Via deze dienst kon men met een toegangscode en een wachtwoord inbellen op een computer in Amsterdam en toegang krijgen tot grote mondiale netwerken zoals TYMNET en TELENET en vanaf 1980 ook tot het Europese netwerk.

Met Euronet*Diane beoogde de Europese Commissie de stimulering van de elektronische informatie-industrie (zie pdf). Deze bestond op dat moment voornamelijk uit literatuuronderzoekers op universiteiten en onderzoeksinstellingen, maar ook uit gebruikers van financiële diensten en technische bedrijven. Via Euronet*Diane konden deze gebruikers gemakkelijker databanken in Groot-Brittannie, Duitsland, Frankrijk en Italië bereiken.
 
Op 19 juni 1980 werd Euronet*Diane gepromoot in Nederland. Er was een conferentie en een beurs. De conferentie was georganiseerd door NBBI (Nederlands Bureau voor Bibliotheekwezen en Informatieverzorging; opgeheven in 1998) en VOGIN (Vereniging van Online Gebruikers In Nederland; nu Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Interactieve Informatiesystemen) en de beurs door Johan van Halm. De foto’s van met name de beurs laten zien uit welke nationale en internationale bedrijven de informatie-industrie op dat moment bestond.
De opening van Euronet*Diane was niet alleen een evenement van de Europese Economische Gemeenschap en van Europese online bedrijven, maar ook een eerste publieke manifestatie van de opkomende Nederlandse informatie-industrie en van de belangenvereniging VOGIN. Aan de hand van de foto’s uit het NBBI archief kunnen de volgende organisaties worden geïdentificeerd:

Nationaal:                                       Internationaal:
-          VOGIN                               - CISI
-          NLR                                    - Blaise
-          ECN                                    - Infoline
-          Bibliotheek Delft             - Datacentralen
-          Bibliotheek RU Utrecht  - Dimdi
-          Intrace                              - INKA
-          SOVIN                                - FIZ Technik
-          Bibliotheek KNAW          - G.I.D.
-          PUDOC                              - Spidel
-          TNO/CID
-          SWIDOC
-          Johan van Halm & Ass.

Van het evenement Euronet*Diane zijn nog 39 foto’s uit het NBBI archief bewaard gebleven



 

zaterdag 11 oktober 2014

De eerste Nederlandse cybernauten

Op 28 oktober 1977 werd VOGIN, oorspronkelijk de Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Online Informatiesystemen, later de Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Interactieve Informatiesystemen, opgericht. Een dag later werd de oprichtingsvergadering gehouden (zie foto's).
 
 
Zoals de slag bij de brug van Arnhem zijn veteranen kent, zo heeft online Nederland zijn eerste brigade van cybernauten. Die brigade was meer dan 20 jaar eerder actief dan de internetters.Op 9 oktober 2014 kwam de eerste brigade van cybernauten bij elkaar. 

Aanleiding was het opheffen van het Dr. Ir. Rik van Molsterfonds. Deze stichting ter nagedachtenis van een te jong gestorven online pionier en één van de oprichters van VOGIN (de Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Online informatiesystemen) reikte vanaf 1984 tot 2004 een jaarlijkse prijs uit aan jong talent op het gebied van retrieval. Want zoeken in geautomatiseerde bestanden was een specialiteit; tenslotte bestond Google nog niet. Om iets te vinden moest men kennis hebben van een aantal zoektalen. Elke gastheercomputer, zoals dat toen nog in goed puriteins Nederlands heette – tegenwoordig host -, had zo zijn eigen taal.  De Amerikaanse online informatiediensten zoals Dialog, SDC en BRS en de Europese organisaties ESA-IRS en Dimdi. IBM had de taal Stairs, het Franse bedrijf Bull voerde Mistral en Kluwer Rechtwetenschappen kocht het zoekpakket Status.

Bij binnenkomst werd er natuurlijk schichtig rondgekeken naar de aanwezigen. Sommige mensen had ik al zo'n 20 jaar niet meer gezien. Ja, Charles Citroen, de peetvader van online in Nederland, was er. Hans van Harteveld, ex-hoofd bibliotheek Koninklijk Instituut voor de Tropen, liep er als winnaar van de penning in 1988 rond. Ruud Kuipers, oud voorzitter van VOGIN en ex Kluwer, was aanwezig. Hans van Nieuwkerk, ex CID-TNO en nu ondernemer in Hongarije, was toevallig in het land. Ook de directeur van de TU Delft bibliotheek Maria Heijne liep er rond evenals emeritus professor informatiewetenschap John MacKenzie Owen. Bovendien waren mevrouw Molster en twee dochters aanwezig. Alles bij elkaar waren er ca. 30 cybrarians aanwezig. Ook waren er een paar cybrarians te herdenken, die niet langer onder ons zijn zoals een oud-collega van mij bij Oosthoek Uitgeversmij, Dick Kaandorp, en Johan van Halm van Van Halm & Associates.   

VOGIN is ontstaan in de jaren zeventig, toen er al een hechte groep wetenschappers en documentalisten was bij bedrijven als DSM en AKZO, die online gebruikten voor onderzoek. TNO had zelfs een aparte afdeling online onderzoek, CID, onder leiding van Charles Citroen. Het ging niet allemaal vanzelf, er waren veel beginnersfouten, misverstanden en onbegrip, was het niet met de host-organisaties, dan wel met de PTT vanwege de datacommunicatie. De cybernauten experimenteerden zich vele slagen in de rondte en moesten veel zelf uitvinden. Om de ervaring te delen en een groep tegen hosts en de PTT te vormen, werd in 1977 de vereniging VOGIN opgericht en werd begonnen met cursussen voor het doorzoeken van databanken. In 1980 werd het eerste handboek Inleiding tot online literatuuronderzoek gepubliceerd, vanuit het VOGIN begeleid door Lieuwien Koster en Jan van den Burg. De vereniging is overgegaan in een stichting en behoort nu tot het Koninklijk Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals (KNVI). VOGIN verzorgt nu al 25 jaar cursussen onder het motto Zoeken is een vak.

Op internet is een pagina gewijd aan de Stichting Dr. Ir. H.C. Molster Fonds oftewel het Molsterfonds ter gelegenheid van de opheffing van het fonds is een korte terugblik gemaakt.  Via een link kan een pdf document gevonden worden met een geschiedenis van het fonds en een lijst van winnaars.      

maandag 3 februari 2014

Weer sneller

Recentelijk heb ik mijn abonnement bij UPC aangepast van 50Mb downloading en 2 Mb uploading naar 120Mb downloading en 6Mb uploading. Het was ook mogelijk om de snelheid te verhogen naar 200Mb downloading en 10Mb uploading en zelfs nog hoger. Maar aangezien ik nauwelijks films kijk,  heb ik (thans) weinig behoefte aan een nog hogere snelheid. En als ik terugkijk naar de eerste modemsnelheden, waarmee ik gewerkt heb, is 120Mb/6Mb een interstellaire snelheid.

(© Collectie Jak Boumans)

Mijn eerste online ervaring was bij Uitgeverij Oosthoek, een uitgever van naslagwerken binnen het Kluwer concern. Daar werkten we vanaf 1978 met een vaste telefoonlijn vanuit Utrecht naar Salland Zetcentrum in Deventer. Het modem was in de lengte en breedte zo groot als een bijzettafeltje.

In 1980 kwam ik terecht bij VNU Database Publishing International BV (VNU DPI), een laboratorium voor elektronisch uitgeven van business producten. Daar werkten we met PCs en met modems (zie foto uit 1981).




Acoustic coupler l. 1982 (Property of Johannes Cornelius van Nieuwkerk; © Collection Jak Boumans); 2. 1983 (© Collectie Jak Boumans) 
 
De grote modems werden door de miniaturisering heel snel kleiner en draagbaar. Van de grootte van een bijzet tafeltje werden de modems al snel kleiner. Ze werden akoestisch aan de computer gekoppeld door een telefoonhoorn op een hulpstuk met een luidspreker en een microfoon te leggen. Voor draagbare computers was er het zgn. BH-modem, ook wel acoustic coupler genoemd, twee losse cups waarin de telefoonhoorn paste.
 
(Property of Johannes Cornelius van Nieuwkerk; © Collection Jak Boumans)
 
In 1980 ontwikkelde Geveke een modem voor videotexverkeer. Het werd een kastje met een telefoonaansluiting. Het modem haalde een snelheid van 1200bps down en 75 bps up. Nieuw aan het modem was de autodial, waarmee automatisch een telefoonnummer van de hostcomputer (tegenwoordig server genoemd) gekozen kon worden. Met name in een productieomgeving was de autodial een uitkomst.

Modems waren in 1980 nog weinig bekend. Het is interessant om te zien hoe modems omschreven werden in die tijd. In het boek Inleiding tot Online Literatuuronderzoek, een uitgave uit 1980 van ITIS international Technology and Innovation Service onder auspiciën van de Neederlandse Vereniging van Gebruikers van Online Informatiesystemen (VOGIN) wordt op pagina 61 een beschrijving gegeven van modems: “Het transport binnen het netwerk gebeurt via communicatiekanalen, die meestal lijnen genoemd worden. … De meeste verbindingen komen tot stand met behulp van het openbare telefoon- en (vroegere) telegraafnetwerk. Aangezien deze lijnen oorspronkelijk niet ontworpen zijn voor datatransmissie, dienen bij de zender en ontvanger van data speciale voorzieningen getroffen te worden. … Datatransmissie via de telefoonlijn wil zeggen dat dat analoge signaal een zodanige modificatie moet ondergaan dat bepaalde waarden van dit signaal geonterpreteerd worden als ‘1’ en andere waarden als ‘0’. Deze modificatie gebeurt d.m.v. een modem (zie figuur; tekening Henk Jochems).
Modem beteket modulator/demodulator. Beschouw de situatie waarin de computer een teken overzendt naar de terminal. De computer fungeert als zender, de terminal als ontvanger. De modem aan de computer-zijde van het kanaal transformeert de 0-en en 1-en afkomstig van de computer naar het analoge signaal voor het kanaal (modulatie), de modem aan de terminal-zijde transformeert dit signaal weer naar 0-en en 1-en bestemd voor de terminal (demodulatie).”

Het eerste modem waarmee ik werkte had een snelheid van 110 baud per seconde oftewel 110 tekens per seconde; geen bits per seconde. Aanvankelijk waren modems naar huidige begrippen erg langzaam: de eerste consumentenmodems konden 110 of 300 bps aan.  Al spoedig kon de telefoonlijn via een koppeling met een ingebouwd modem aan de computer worden gekoppeld. Maar binnen hetzelfde jaar begon ik te werken met een modem dat 300 bps haalde. Binnen iets meer dan een decennium ging de snelheid van telefoonmodems naar 1200, 2400, 2800, 9600 b/s en 14,4, 28,8, 33,6 en 56 kbps, waarmee de maximale capaciteit van een gewone (telefoon)spraaklijn ongeveer was bereikt. Met de komst van nieuwe telecom technologieën  zoals ISDN en later breedband werd de snelheid vergroot naar Mbps, van 1 naar 2Mbps, van 2 naar 8Mbps en van 8Mbps naar 30Mbps en door naar 50Mbps en nu naar 120Mbps.

De grootte van het modem ging van een bijzettafeltje naar een luciferdoosje, terwijl de snelheid exponentieel werd versneld en het einde is nog steeds niet in zicht.

 

 

 

 

dinsdag 17 juli 2012

Het kroonjaar 1977


Het boek gaat over de periode 1967 tot 1997. In die jaren zijn er verschillende mijlpalen gepasseerd. In de rubriek kroonjaar wordt een lustrum/jubileumjaar (1967, 1972, 1977, 1982, 1987, 1992, 1997) gekozen en de gebeurtenissen uit dat jaar vermeld. Aanvankelijk zullen er slechts een paar gebeurtenissen vermeld worden, maar naarmate de industrie zich ontwikkeld worden dit er meer. In het boek is een tijdlijn van 50 hoogtepunten opgenomen. De Excel databank van de auteur bevat echter zo’n 500 gebeurtenissen van de geschiedenis van de digitale informatie-ontsluiting.
In het kroonjaar 1977 gebeurde er veel op het gebied van de informatie-ontsluiting. De term Personal Computer wordt geïntroduceerd door de Amerikaanse computerfabrikant Tandy, die een microcomputer introduceert. En Tandy was niet de enige. Commodore introduceert de PET met 4 of 8 kilobytes intern geheugen. En Atari brengt als eerste bedrijf een spelcomputer op de markt. Maar ook in Nederland was de microcomputer doorgedrongen. Onder de naam Computer Store wordt een computerwinkel geopend in Eindhoven. N op 27 april 1977 wordt de Hobby Computer Club (HCC) opgericht als vereniging ter ondersteuning van de leden bij het ontwerpen (!) en programmeren van computers.

De PTT begint door te krijgen dat er online gebruikers zijn die in de VS en elders in Europa toegang wilden verkrijgen tot databanken via mondiale netwerken zoals Tymnet en Telenet, waarmee online gebruikers toegang kon krijgen tot de grote mondiale netwerken zoals Tymnet en Telenet. Op 1 augustus 1977 opent de PTT als voorlopige oplossing de netwerkdienst DABAS (Database Access Service).
De online diensten begonnen ook te groeien. BRS (Bibliographic Retrieval Services), een medische online dienst van de staat New York, wordt geprivatiseerd en een concurrent van Dialog en SDC. Dow Jones opent de dienst Dow Jones News/Retrieval met Wall Street artikelen en openbare bedrijfsinformatie. In Europa wordt het Duitse FachInformationsZentrum (FIZ) geopend en de onlinedienst INKA gelanceerd. In Groot Brittannië wordt Roger Bilboul aangezocht om met zijn bedrijf Learned Information de Amerikaanse online informatiedienst Dialog in Europa te vertegenwoordigen.
Maar ook in Nederland begint de Nederlandstalige online informatiedienst op gang te komen met de eerste demonstraties van het juridische online systeem van Kluwer Rechtswetenschappen, die worden verzorgd door Cor Verschoor en Jaap van Beelen op een terminal zonder beeldscherm, bestaande uit een toetsenbord, een thermische printer en een akoestisch modem.

De online informatie-industrie begint in 1977 ook een echt gezicht te krijgen. In de VS lanceert uitgeverij Online Inc. de bladen Online en Database en organiseert de eerste Online Conferentie in New York. Dit voorbeeld wordt direct gevolgd door het Britse bedrijf Learned Information, dat begint met de uitgave van het tijdschrift Online Review en in december 1977 voor de eerste keer in Londen de Online Conferentie houdt.
En ook in Nederland dringt door dat er een online informatie-industrie aan het ontstaan is. De meestal wetenschappelijke, technische of financiële gebruikers van online systemen beleggen een oprichtingsvergadering van het VOGIN, de Nederlandse Vereniging van Gebruikers van Online Informatiesystemen op 27 april 1977. Zij zijn de cybernauten avant la lettre.
Maar er is niet alleen actie op het wetenschappelijke, technische en financiële front. Teletekst en videotex melden zich als technische systemen. Finland kondigt het videotexsysteem Telset aan en Telefonica, de Spaanse telefoonmaatschappij, zet Ibertex op; toegang is mogelijk met een speciale terminal of een kaart in de PC.
De publieke omroep heeft in 1976 kennis gemaakt met Ceefax bij de BBC. En intussen is er een strijd ontstaan tussen de gedrukte pers en de publieke omroepen. In september 1977 beslist minister Van Doorn, dat de omroep en niet de pers mocht experimenteren met teletekst, aangezien de dienst gebaseerd was op beeldlijnen. De minister ging geheel voorbij aan het argument, dat teletekst geen televisieprogramma was, want het bevatte geen geluid en geen bewegend beeld.