Posts tonen met het label VNU DPI. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VNU DPI. Alle posts tonen

vrijdag 26 augustus 2022

Unieke Nederlandse PC geveild voor 3.100 euro

De illustratie is van een Holborn 6500 en niet van een Holborn 6110, die ter veiling is aangeboden. 

Catawiki heeft afgelopen week een veiling van vintage computerobjecten georganiseerd.  Deze nieuwe rubriek bij Catawiki van vintage computerobjecten verschilt van de andere aangeboden computerobjecten van gangbare draagbare computers en tablets. De aangeboden vintage objecten komen uit de jaren tachtig en negentig. Het zijn tot nu toe oude rekenmachines, maar ook Apple machines zoals MacIntosh en Indigo evenals Commodore machines (als dan niet met verpakking). Maar bij deze veiling was het mogelijk om op een unieke machine te bieden. En dat werd dan ook gedaan door 10 bieders met een stevige prijs voor de winnaar van de veiling. Het gaat niet om de miljoenen zoals bij de eerste Apple machines, maar voor een Nederlandse PC is 3.100 euro, excl. veiling en verzendkosten, een fors bedrag. Dit terwijl de machine niet langer functioneert door een probleem met het moederbord.operationeel is. 

Maar het is een Holborn (Born in Holland), gemaakt in een bedrijf dat vanaf 1979, uitsluitend PCs fabriceerde. De hardware van de machine was ontworpen door Hans Polak samen met Henny Bevers en  het ontwerp van de futuristische terminal was gemaakt door Vos Industrial Designers. Van binnen is de terminal een aangepaste MicroBee monitor en maakte gebruik van een Z80 processor. De Holborn gebruikte het besturingssysteem CP/M. 

Artikel in de Tubantia van 21 mei 2021
 
Het bedrijf Holborn begon met haar hoofdkantoor in Holten in 1978. De eerste fabricagefaciliteit was in Hengelo en later in Enschede. Het bedrijf was slechts kort actief, van 1979 tot 1983, toen het failliet ging. Het bedrijf ontwikkelde twee productielijnen: de groeicomputer de multi 9100, een, uitbreidbaar, op maat gemaakt business systeem met een eigen ontwikkeld besturingssyteem Holborn Operating System (HOS); later kwam ook de 7100 versie uit, die naar de 9100 kon worden uitgebreid. Maar Holborn is meer bekend om de stand-alone Holborn 6110 onder CP/M en het prototype 6500 beide met de science-fictionachtige monitor. Er zijn waarschijnlijk slechts 100 apparaten van de 6110 geproduceerd en verkocht, vnl. aan kleine bedrijven voor administratieve doeleinden. Voor de gestylde en ergonomische machine werd aanvankelijk 30.000 gulden (ca. 14.000 euro) gevraagd. Het bedrijf moest in Nederland opboksen tegen grotere machines van eigen bodem zoals Elektrologica en Philips, maar ook tegen goedkopere kantoormachines zoals Wang. En de echte concurrentie kwam in 1981 met de introductie van de PC door IBM en latere klonen. 
 
Het veilingsobject is een Holborn 6110. Het aangeboden systeem bestaat uit een toetsenbordmonitorconsole en een externe box met twee diskettestations. Het systeem is oorspronkelijk begin jaren tachtig gekocht voor zo'n 20.000 gulden als middelgrote zakelijke computer.

Deze computer stopte met werken in 1996. De computer is onlangs aangezet, de diskdrives gaan aan en draaien en de ventilator op de computer gaat aan. Het scherm gaat niet aan en het lijkt erop, dat het mislukt is om een onderdeel op het moederbord te repareren.
 
Persoonlijke noot. Ik heb in 1980 kennis gemaakt met PCs bij het nieuwe media laboratorium VNU Database Publishing International (VNU DPI). in Amsterdam. Er was een Apple IIe aanwezig, maar de automatiseringsafdeling van VNU had een grote batch Superbrains (over AI gesproken) gekocht en deelde deze machines, die werkten met het besturingssysteem CP/M, uit. De Superbrain was ergonomisch een lompe machine, waar je
problemen met je rechterhand kon krijgen van de opstaande rand bij het toetsenbord . (Foto Coll. JB)
  

vrijdag 2 januari 2015

Deze dag in digitaalverleden.nl

2 januari 1980

Het nieuwe-medialaboratorium VNU DPI (VNU Database Publishing International) wordt gelanceerd.


Link: http://buziaulane.blogspot.nl/2006/01/vnu-history-1.html

                                                  




Meer info over VNU DPI op pagina's 100, 102, 103, 138 en 211.

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN


 


 


 

maandag 3 februari 2014

Weer sneller

Recentelijk heb ik mijn abonnement bij UPC aangepast van 50Mb downloading en 2 Mb uploading naar 120Mb downloading en 6Mb uploading. Het was ook mogelijk om de snelheid te verhogen naar 200Mb downloading en 10Mb uploading en zelfs nog hoger. Maar aangezien ik nauwelijks films kijk,  heb ik (thans) weinig behoefte aan een nog hogere snelheid. En als ik terugkijk naar de eerste modemsnelheden, waarmee ik gewerkt heb, is 120Mb/6Mb een interstellaire snelheid.

(© Collectie Jak Boumans)

Mijn eerste online ervaring was bij Uitgeverij Oosthoek, een uitgever van naslagwerken binnen het Kluwer concern. Daar werkten we vanaf 1978 met een vaste telefoonlijn vanuit Utrecht naar Salland Zetcentrum in Deventer. Het modem was in de lengte en breedte zo groot als een bijzettafeltje.

In 1980 kwam ik terecht bij VNU Database Publishing International BV (VNU DPI), een laboratorium voor elektronisch uitgeven van business producten. Daar werkten we met PCs en met modems (zie foto uit 1981).




Acoustic coupler l. 1982 (Property of Johannes Cornelius van Nieuwkerk; © Collection Jak Boumans); 2. 1983 (© Collectie Jak Boumans) 
 
De grote modems werden door de miniaturisering heel snel kleiner en draagbaar. Van de grootte van een bijzet tafeltje werden de modems al snel kleiner. Ze werden akoestisch aan de computer gekoppeld door een telefoonhoorn op een hulpstuk met een luidspreker en een microfoon te leggen. Voor draagbare computers was er het zgn. BH-modem, ook wel acoustic coupler genoemd, twee losse cups waarin de telefoonhoorn paste.
 
(Property of Johannes Cornelius van Nieuwkerk; © Collection Jak Boumans)
 
In 1980 ontwikkelde Geveke een modem voor videotexverkeer. Het werd een kastje met een telefoonaansluiting. Het modem haalde een snelheid van 1200bps down en 75 bps up. Nieuw aan het modem was de autodial, waarmee automatisch een telefoonnummer van de hostcomputer (tegenwoordig server genoemd) gekozen kon worden. Met name in een productieomgeving was de autodial een uitkomst.

Modems waren in 1980 nog weinig bekend. Het is interessant om te zien hoe modems omschreven werden in die tijd. In het boek Inleiding tot Online Literatuuronderzoek, een uitgave uit 1980 van ITIS international Technology and Innovation Service onder auspiciën van de Neederlandse Vereniging van Gebruikers van Online Informatiesystemen (VOGIN) wordt op pagina 61 een beschrijving gegeven van modems: “Het transport binnen het netwerk gebeurt via communicatiekanalen, die meestal lijnen genoemd worden. … De meeste verbindingen komen tot stand met behulp van het openbare telefoon- en (vroegere) telegraafnetwerk. Aangezien deze lijnen oorspronkelijk niet ontworpen zijn voor datatransmissie, dienen bij de zender en ontvanger van data speciale voorzieningen getroffen te worden. … Datatransmissie via de telefoonlijn wil zeggen dat dat analoge signaal een zodanige modificatie moet ondergaan dat bepaalde waarden van dit signaal geonterpreteerd worden als ‘1’ en andere waarden als ‘0’. Deze modificatie gebeurt d.m.v. een modem (zie figuur; tekening Henk Jochems).
Modem beteket modulator/demodulator. Beschouw de situatie waarin de computer een teken overzendt naar de terminal. De computer fungeert als zender, de terminal als ontvanger. De modem aan de computer-zijde van het kanaal transformeert de 0-en en 1-en afkomstig van de computer naar het analoge signaal voor het kanaal (modulatie), de modem aan de terminal-zijde transformeert dit signaal weer naar 0-en en 1-en bestemd voor de terminal (demodulatie).”

Het eerste modem waarmee ik werkte had een snelheid van 110 baud per seconde oftewel 110 tekens per seconde; geen bits per seconde. Aanvankelijk waren modems naar huidige begrippen erg langzaam: de eerste consumentenmodems konden 110 of 300 bps aan.  Al spoedig kon de telefoonlijn via een koppeling met een ingebouwd modem aan de computer worden gekoppeld. Maar binnen hetzelfde jaar begon ik te werken met een modem dat 300 bps haalde. Binnen iets meer dan een decennium ging de snelheid van telefoonmodems naar 1200, 2400, 2800, 9600 b/s en 14,4, 28,8, 33,6 en 56 kbps, waarmee de maximale capaciteit van een gewone (telefoon)spraaklijn ongeveer was bereikt. Met de komst van nieuwe telecom technologieën  zoals ISDN en later breedband werd de snelheid vergroot naar Mbps, van 1 naar 2Mbps, van 2 naar 8Mbps en van 8Mbps naar 30Mbps en door naar 50Mbps en nu naar 120Mbps.

De grootte van het modem ging van een bijzettafeltje naar een luciferdoosje, terwijl de snelheid exponentieel werd versneld en het einde is nog steeds niet in zicht.

 

 

 

 

vrijdag 15 november 2013

EVD online

De posting van Toon Lowette deed me denken aan Belindis, de BELgian INformation DIssemination Service, van het ministerie van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. Het was een van de eerste online overheidsinformatiediensten in Europa. Op een IBM mainframe werd o.a. het zoekprogramma STAIRS gedraaid.

De Belgische dienst was er al vroeg bij, maar ook de Nederlandse EVD,  de Nederlandse afdeling handelsbevordering van het ministerie van Economische Zaken. Want vanaf 1972 stuurde deze afdeling van EZ al periodiek een magneetband met samenvattingen van artikelen uit wetenschappelijke en zakelijke publicaties naar Brussel om op de host gezet te worden. Er was ook een gedrukte uitgave van onder de titel Foreign Economic and Trade Abstracts (FETA).  De ASCII productie en online distributie voor de documentatieafdeling van EZ  gebeurde via het Nederlandse  Rijkscomputercentrum (RCC). Maar vanaf 1972 waren de samenvattingen ook online te doorzoeken, waarschijnlijk voor een zeer beperkte kring van Belgische en EG ambtenaren via de Belgische host Belindis. Vanaf 1978 werd die kring groter, toen  FETA, dank zij een subsidie van de Europese Gemeenschap, op de Amerikaanse host Dialog terecht kwam en wereldwijd beschikbaar kwam.

Het was dus niet alleen het Belgische ministerie van Economie dat er vroeg bij was, maar ook het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. Het online brengen van de FETA was overigens niet het enige online wapenfeit van dit ministerie. Want toen in 1980 de videotex informatiedienst Viditel online ging, bedachten mensen binnen EZ, waaronder de heer Ypma, dat Viditel wel eens voor het Midden en Klein Bedrijf (MKB) zou kunnen gaan werken. Dat leidde tot de videotex versie van TED (Tenders Electronic Daily). Deze dienst met Europese openbare aanbestedingen was beschikbaar via een ASCII databank en in druk. De meeste bedrijven in Nederland hadden een abonnement op de gedrukte versie, want de online versie via de EC host ECHO was te ingewikkeld. Viditel zou hierin verandering kunnen brengen en de aanbestedingen nog op dezelfde dag van verschijning kunnen publiceren.

Openingsscherm van de EVD met de rubriek Aanbestedingen

Onder de paraplu van VNU Database Publishing International werd een rubriek/site opgezet met een unieke zoekwijze. Videotex bestanden hadden een hiërarchische structuur, die begon met een site van drie cijfers, in het geval van de EVD, 246. De daarop volgende pagina had vier cijfers, bijv. 2461 en de daarop volgende pagina 26412. Omdat echter de aanbestedingen dagelijks ververst werden, werd gekozen voor een de driecijfers 246, gevolgd door de datum, bijv. 246810102 voor 2 januari 1981. Op deze manier hoefde de MKB’er niet van boven naar beneden. Aangezien de ruimte op de videotexpagina’s nog al beperkt waren, konden alle aanbestedingen toch via volgpagina’s zoals 246810102a t/m z vermeld worden.

De eerste tijd werden de koppen van de aanbestedingen overtypt in het videotexformaat, maar later werd een automatische selectie, extractie en conversie gedaan van ASCII naar videotex.

zondag 8 juli 2012

De Softwaregids is 12,5 jaar online. In september 1999 is de Softwaregids in Nederland van start gegaan. Van 1999 tot 2001 heeft de Softwaregids als particulier initiatief onderdeel uitgemaakt van verschillende websites binnen het VNU Portfolio. Na het barsten van de internet bubble in 2001 is de Softwaregids als zelfstandige website verder gegaan. Sinds de start in 1999 hebben 5.000 softwarebedrijven zich geregistreerd en zijn er 20.000 softwareproducten ingeschreven. Jaarlijks worden ongeveer 2 miljoen zoekopdrachten verwerkt. Sinds 2010 is de Softwaregids meertalig en actief in België en verschijnen er steeds meer producten uit het buitenland welke in Nederland nog niet vertegenwoordigd zijn.

De doelstelling is sinds de start ongewijzigd: Aanbieders van zakelijke software worden in de gelegenheid gesteld om hun organisatie en producten kosteloos te registreren onder voorwaarde van regelmatige validatie. Hierdoor wordt de actualiteit gegarandeerd.
Bezoekers wordt een informatiebron geboden waarop zakelijke software gezocht kan worden, eveneens kosteloos. De database kan worden benaderd vanuit een behoefte aan bepaalde functionaliteit of een behoefte vanuit een specifieke branche. De resultaten kunnen verder worden gefilterd op criteria als prijs, OS, etc.

De softwaregids heeft een geschiedenis liggen bij VNU, een van mijn oude werkgevers. Ook ik heb daar een geschiedenis liggen, die ook te maken heeft met computer en softwaregidsen. In 1980 werkte ik bij het bedrijf VNU Database Publishing International B.V. (VNU DPI), een greenhouse voor elektronisch uitgeven binnen de VNU Business Press Group. Deze business divisie bezat o.a. tijdschrifttitels als Intermediair, Computable, Textilia en PW. Internationaal, buiten de Benelux, had de divisie ingezet op automatisering, tegenwoordig ICT genoemd. Een van de eerste internationale vestigingsplaatsen was Londen. Er werden Engels computer tijdschrifttitels gekocht van Haymarket Media Group en een bedrijf opgezet in het hartje van Londen. Maar VNU BPL wilde snel groeien en kocht ook CUYB Ltd in Bournemouth, een uitgever van computer jaarboeken onder de originele titel Computer User Year Book, een uitgave met hardware en software informatie. Het was een goede aankoop, maar de productiemethode van de boeken verkeerde tussen het loodzetten en fotozetten.

Dat was het punt waarop ik in 1981 gevraagd werd voor advies. Met de ervaring van het automatiseren van de productieprocessen van naslagwerken zoals encyclopedieën (Grote Spectrum Encyclopedie, Summa, Grote Oosthoek), was dit natuurlijk een hele uitdaging. Het bedrijf werd van Bournemouth naar de Londense vestiging verplaatsten voorlopig bleef de productiemethode hetzelfde. Intussen zou gewerkt worden aan een nieuwe productiemethode, die zowel gedrukte jaarboeken en online databanken zou moeten opleveren; tevens werkte ik aan mijn vestiging in Londen. Daar werd ik geconfronteerd met een nieuwe uitgever die zijn eigen adviseur meebracht. Deze had kennis van nieuwe software (Mapper) en die moest – zonder voorbeelden en zonder schaduwdraaien - gebruikt gaan worden. Dat werd een moeilijke beslissing voor mij. Gelukkig wist ik in het bedrijf twee andere projecten binnen te halen: een PC software directory en het online brengen van een dagelijkse nieuwsbrief. Het Computer User Year Book project mislukte faliekant en er kwamen een jaar lang geen jaarboeken uit, behalve de PC software directory die in samenwerking met Roto Smeets in Den Bosch geproduceerd was. De Engelse jaarboeken zijn er uiteindelijk gekomen en hebben tot ruim in het eerste decennium van 2000 bestaan.

Intussen was Tosco, het bedrijf achter de Nederlandse Softwaregids, midden 1999 begonnen met het verzamelen, beheer en verrijken van profielen en is nu marktleider binnen de branche. Het bedrijf heeft intussen een indrukwekkend bestand van courante profielen van 11.000 softwarebedrijven, 26.000 contactpersonen en 30.000 softwareproducten opgebouwd.