vrijdag 1 februari 2013

Een boost voor het web: browseroorlog in Nederland (3)

Het succes van Netscape maakte Microsoft wakker. Het bedrijf begon in een razend tempo te werken aan haar internetaanwezigheid en aan een browser. Dat laatste was belangrijk, want het zag er naar uit, dat Netscape verder zou gaan dan alleen maar browsersoftware. Bovendien ontstond er een grote concurrentiestrijd, waarbij Microsoft Internet Explorer bundelde met Windows software. En dit was geen oorlog die via de industrie werd uitgevochten, maar ook in de markt, internationaal en lokaal. Zo ook in Nederland.

Vanaf mei 1993 begon XS4ALL als leverancier van internetverbindingen voor consumenten. In 1994 volgden De Digitale Stad en Euronet*Internet. Zij boden allemaal toegang, niet via browsers, maar via technische software met sockets en trumpets.  Dat waren bepaald geen klantvriendelijke tools.  Bovendien moest je elke keer je informatiedienst kiezen. Toen in 1995 Michiel Frackers eindelijk klaar was met zijn internetlessen voor de KPN stafleden en technici en er besloten werd tot de oprichting van de dienst Planet Internet, was Netscape een must. Maar Microsoft was een stoorzender.

In zijn boek Op zoek naar de heilige graal besteedt Frackers een paragraaf aan het gevecht tussen Netscape en Microsoft in Nederland.  Als nieuwe dienst was het belangrijk om een klantvriendelijke toegang te bieden, die je direct leidde naar Planet Internet. Frackers kreeg van Netscape een zgn. Software Development Kit (SDK), waarmee Netscape geheel aan eigen wensen aangepast kon worden. Wel eiste Frackers exclusiviteit, al was het maar voor één jaar. En hij kreeg het. Toen Jim Clark in Nederland was om zijn jacht van 40 meter te inspecteren, werd het contract getekend. Wel maakte Jim Clark duidelijk dat hij niet te pakken genomen wenste te worden zoals dat met Netscape gebeurd was door AOL. Deze Amerikaanse informatiedienst switchte van de ene op de andere dag met haar keuze van browser en koos voor Microsoft. Clark liet Franckers duidelijk weten dat er niet te sollen viel met hem: ‘Don’t fuck us over like AOL did’, zo liet hij Frackers weten.

Intussen liep Microsoft ook in Nederland te venten met Internet Explorer. De manager Microsoft Benelux bood Planet Internet gratis de browser aan en een advertentiebudget van ruim een miljoen gulden (ruwweg 350.000 euro), als Planet Internet met Internet Explorer in zee zou gaan en niet met Netscape. Maar hij had ook een andere kandidaat op het oog.

 
De keuze werd gecompliceerder toen Nina Brink duidelijk maakte dat zij een nieuwe dienst, World Online, aan het ontwikkelen was onder het motto: voor de kwaliteit kun je beter twee afhaal Chinezen hebben in dezelfde straat hebben. Toen Jim Clark dan ook in Nederland was, werd hij door haar uitgenodigd voor een haastig belegde bijeenkomst in Naarden. In aanwezigheid van Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat hield hij een nietszeggend toespraakje voor de bühne, maar op de achtergrond werd er hard onderhandeld over het gebruik van Netscape, al was het maar om Planet Internet dwars te zitten. Uiteindelijk koos WorldOnline voor Microsoft, dat de software gebruikte om haar eigen site te promoten. Met de aangepaste Netscape software kwamen de abonnees van Planet Internet direct op de site van de dienst terecht.

Uiteindelijk veroverde ook Microsoft de browsermarkt in Nederland en in Europa. Ook in Europa werd de koppeling van het besturingsprogramma Windows met de browser Internet Explorer aangevochten door de Europese Commissie (EC). Een schikking van 900 miljoen euro, die pas in 2009 effectief werd, heeft nauwelijks effect gehad op Microsofts dominante marktpositie.

 

   

 

woensdag 30 januari 2013

Een boost voor het web: Netscape (2)


Dus Marc Andreessen kreeg niet de baan hoofd ontwikkeling en begon rond te kijken. Nog in hetzelfde jaar van de lancering van Mosaic, ontmoette hij Jim Clark, de oprichter van Silicon Graphics Incorporated (SGI), ontwikkelaar van hard- en software voor grafische representatie en met name 3D. Mosaic was op internet een reproductiemachine voor tekst; maar de ideeën van Marc Andreessen om tekeningen, foto’s en uiteindelijk ook video en geluid met tekst te integreren in een browser spraken Jim Clark erg aan. Hij zag een gat in de markt en richtte met Andreessen in 1994 het bedrijf Netscape op. Andreessen haalde zijn Mosaic ontwikkelteam op, Jim Clark wierf werknemers bij SGI en het werk aan een nieuwe browser kon beginnen.

En vanaf oktober 1994 werd de browser uitgezet. Netscape 0.9, later Netscape Navigator, was een doorslaand succes, want nu waren alle mediatypen van tekst, beeld en geluid in één browser verenigd. Het was een mijlpaal in de online wereld, want tot 1994 was er geen gebruik van geïntegreerd mediatypen in informatiediensten. Internet was niet langere een kopie van een boek met illustraties, een film met geluid en een radio-uitzending met aparte foto’s. De webbrowser schiep geheel nieuwe mogelijkheden dankzij de geïntegreerd mediatypen en het gebruik van interactiviteit.

Netscape Communicator Corp. was één van de eerste internetbedrijven, die in 1995 naar de beurs gingen. En een succes was het. Het bedrijf haalde miljoenen dollars binnen. Jim Clark had 5 miljoen US dollar in het bedrijf gestoken, maar verdiende er uiteindelijk meet dan 20 miljard US dollars mee.

Het bedrijf werkte gestaag door aan nieuwe versies voor de browser. De naam Netscape Navigator werd vanaf versie 4.0 veranderd in Netscape Communicator. En om de browser werd een heel pakket gebouwd met e-mail software en een newsfeed.  En voor paginabouwers werd de Composer toegevoegd.

Het succes ging niet onopgemerkt voorbij. Ook niet aan Microsoft. Het bedrijf had tot dan toe in feite zitten slapen. In mei 1995 schoot Bill Gates wakker en stuurde het Internet Tidal Wave memorandum naar de staf van Microsoft. Internet was van nu af van de hoogste prioriteit, want Netscape was bezig om aan de wortels van Windows te zagen. Eind augustus 1995 lanceerde Microsoft haar Microsoft Network (MSN). En intussen was Microsoft druk bezig om tegenwicht te bieden in de browsermarkt. Eerst probeerde Microsoft Netscape voor haar wagentje te spannen, hetgeen altijd is ontkend. Maar door een licentie op  Spyglass Mosaic kon Microsoft op 16  augustus snel Internet Explorer lanceren. Grote marketing truc van Microsoft was om de browser gratis te bundelen met Windows. De oorlog tussen Netscape en Microsoft was begonnen en werd tot op nationaal niveau gevoerd.

In een rap tempo nam het marktaandeel van Netscape af en in november 1998 nam de Amerikaanse online dienst AOL Netscape over voor 4,2 miljard US dollars. AOL gebruikte de browser voor haar eigen abonnees. Verder werd de broncode van Netscape Navigator vrijgegeven om herschreven te worden tot Mozilla Firefox.

Netscape ging een juridisch gevecht aan met Microsoft, vanwege oneerlijke concurrentie. Het bedrijf kreeg gelijk en ontving 500 miljoen US dollars als compensatie. Maar intussen was het marktaandeel van Internet Explorer gekomen op 90 procent. De laatste keer dat er iets van Netscape werd vernomen, was bij de introductie van Netscape versie 8.0. Maar het was geen succes en op 1 februari 2008 werd verdere ontwikkeling van Netscape stopgezet. In 2012 werden de patenten van Netscape door AOL verkocht aan Microsoft in een 1 miljard US dollars patentenpakket.

De oorlog tussen Netscape en Internet Explorer eind 1995 werd tot op nationaal niveau gevoerd, ook in Nederland en wel tussen Planet Internet en WorldOnline. Maar daarover in een volgend blog.



 

woensdag 23 januari 2013

Een boost voor het web: Mosaic (1)


Het is weer een kroonjaar in de geschiedenis van internet. Op 23 januari 1993 publiceerde het National Center for Supercomputing Applications (NCSA) van de University of Illinois de Mosaic browser. Het was het begin van webbrowsers die het mogelijk maakte informatie te vinden op het world wide web.
 
Om het probleem van vindbaarheid op internet op te lossen begon men in Europa en de VS gericht te zoeken naar oplossingen. In Europa zette de Brit Tim Berners-Lee, als onderzoeker verbonden aan het Europese laboratorium voor deeltjes onderzoek CERN (Centre Européen pour la Récherche Nucléaire) in Génève in 1989 het eerste voorstel voor een nieuw soort software op papier. Centraal in het voorstel stond het begrip van hypertext, een methode ontwikkeld door de Amerikaanse IT wetenschapper Ted Nelson, om stukken tekstuele informatie aan elkaar te koppelen in plaats van informatie lineair of hiërarchisch via boomstructuren te ordenen. Berners-Lee breidde in feite hypertext potentieel uit tot hypermedia via een hyperlink. Daardoor kon ook multimedia binnen het bereik van vindbaarheid komen. Zijn software had drie componenten: een opmaaktaal (HTML), een protocol (TCP/IP) en een webadres (URL) In 1990 was de eerste software en vanaf 6 augustus 1991 werd de World Wide Web browser verspreid.
 
In de VS, voornamelijk aan universiteiten, werden eveneens websoftware en webbrowsers ontwikkeld. Zo presenteerde begin 1990 de University of Michigan een vindsysteem onder de naam Gopher, waarmee documenten te lokaliseren waren. Met deze software, vernoemd naar een graafdiertje, konden informatieaanbieders hun informatie organiseren volgens een hiërarchie van onderwerpen. Gebruikers konden dan hun tekstdocumenten selecteren zonder dat zij de bestandsnaam hoefden te kennen.

Maar in 1992 begonnen twee ontwikkelaars, Marc Andreessen en Eric Bina aan de NCSA van de University of Illinois een grafische browser te ontwikkelen voor tekst, maar later ook voor tekst en grafische elementen zoals tekeningen, foto’s en video’s. Tot dan toe moest men grafische elementen met aparte software ophalen en nu zou dat binnen dezelfde browser gebeuren. De browser kreeg de werknaam Urbana-Champaign 0,5.

Toen de browser op 23 januari 1993 beschikbaar werd gesteld grepen niet alleen de wetenschappers de kans om hun documenten online te zetten, maar met Mosaic konden ook consumenten een website maken en pagina’s opmaken voor hun school of vereniging en over hun hobbies. In negen maanden tijd had de gratis browser Mosaic niet minder dan 1 miljoen gebruikers. Het was een absoluut succes.

Voorlopig was Mosaic nog wel tekstgeoriënteerd. Potentieel zou het grafische elementen aan moeten kunnen, maar dat moest nog wel even ontwikkeld worden. Maar bij de verdere ontwikkeling van Mosaic raakte het ontwikkelteam verstrikt in typische universiteitsproblemen. Marc Andreessen  mocht geen hoofd ontwikkeling worden. Dat was een tegenvaller voor hem en hij verliet de universiteit. Het was weliswaar het begin van het einde voor Mosaic, maar ook het begin van een andere iconische webbrowser, Netscape.








 

woensdag 16 januari 2013

De wereldapp van #WSAm. JIJ kunt hem meeselecteren. Stem op je favoriete mobiele app. Kies de wereldapp uit de 40 winnaars die werden gekozen uit de 435 inzendingen uit 102 landen.

donderdag 3 januari 2013

Met het boek op tafel


© RTL4, EditieNL, 2013

Gisteren - op mijn verjaardag - zond RTL4 in het oprogramma EditieNL een item uit over periodieke onthouding van sociale media. Daarin komt Jeroen van Loon voor, een winnaar van de European Youth Award (EYA) met zijn project Life needs internet.

Jeroen was social-mediaverslaafd. In 2010 besloot hij tot 2 maanden onthouding van internet. Hij kickte af en met succes. In het filmpje vertelt hij hoe dat ging.

In het filmpje ligt voor zijn computer een stapeltje boeken. Bovenop ligt Toen digitale media nog nieuw waren! Leuk verjaardagscadeautje.

maandag 31 december 2012

Beste wensen voor 2013


Eindejaarsoverzichten zijn interessant. Ze geven een overzicht van de gebeurtenissen en soms wordt er een conclusie getrokken. Zo ook 16 jaar geleden. Op Oudjaarsavond 1996 werd internet voor blijvend verklaard door het NOS journaal jaaroverzicht 1996.  Internet was nu definitief en officieel en niet langer meer weg te denken. Het tijdperk waarin we experimenteerden met nieuwe media (ASCII, videotex en CD-media), was ten einde gekomen. Het tijdperk van digitale media was begonnen.
 
De eerste grote fusie van Nederlandse digitale-mediabedrijven binnen de PTT, het latere KPN, vond plaats op 1 januari 1997. De videotexdienst Videotex Nederland hield op te bestaan en de elektronische berichtendienst Memocom beëindigde haar activiteiten en adviseerde haar klanten over te stappen naar World Access/Planet Internet, het latere Planet Internet en Planet, dat was ontstaan uit een fusie van twee ISPs binnen de PTT.

Of er dit jaar conclusies in het Eindejaarsoverzicht getrokken gaan worden is nog maar de vraag. Tenslotte staan de publieke omroepen zelf onder druk. Maar meer daarover later. Nu eerst de kurken laten knallen.
 

maandag 17 december 2012

Streepjescode

Op 9 december 2012 is Norman Joseph Woodland op 91-jarige leeftijd overleden. Woodland en zijn medestudent Bernard Silver waren de uitvinders van de streepjescode ook wel barcode genoemd.
Het is een faciliteit die niet meer weg te denken is in de handel en zeker niet in de elektronische handel.

De streepjescode onstond toen Silver een manager van een supermarkt aan een decaan van de Drexler University in Philadelphia hoorde vragen om mee te denken aan een oplossing hoe productinformatie kon worden opgeslagen.

Woodland had al zijn ingenieurstitel en hij besloot met zijn verdere studie te stoppen  en zich helemaal aan de ontwikkeling van de streepjescode/barcode te wijden. Toen hij op een dag min of meer gedachtenloos een patroon van paralelle lijnen in het zand tekende, was de barcode geboren, een rechthoek van verticale zwarte strepen.

Zestig jaar geleden op 7 oktober 1952 kregen Woodland en Silver het patent op hun idee. Silver overleed in 1963 en Woodland ging verder met de ontwikkeling.

In de ontwikkeling van de streepjescode kwam vaart dankzij de toepassing van leespaparatuur, maar ook werd er organisatorisch gewerkt aan de toepassing van de streepjescode.  Begin van de jaren tachtig viel alles op zijn plaats en begon de streepjescode zijn plaats in de wereld te veroveren

In Nederland werd dit bevorderd door het EDIForum, dat vanaf 1988 initiatieven op het gebied van Electronic Data Interchange bundelde. Partijen in dit platform werkten aan de invoering van de barcode en daarnaast aan elektronische bestelprocedures die via speciale netwerken verliepen. Gebruikersgroepen waren actief in uiteenlopende branches als landbouw en visserij, industrie, bouwnijverheid, handel, transport en opslag, bank- en verzekeringswezen, gezondheidsdiensten en overheid. In 1990 toonde onderzoek aan dat er 63 EDI-gebruikersnetwerken waren, waarin 1300 tot 1500 bedrijven of instituten elektronische gegevensuitwisseling toepasten. In 1991 was het aantal EDI-gebruikers al gestegen naar 5400. Twee jaar later werden 58 miljoen berichten verzonden met ordergegevens, transportopdrachten, factuurgegevens, betalingen, bevestigingen, stamgegevens, statusinformatie en historische overzichten.

In 1998 heeft EDIForum met 11 partijen het electronic commerce platform ECP.NL mee helpen oprichten. Het Platform kreeg vier clusters van taken toebedeeld: 1. Bewustwording van de markt, 2. Faciliterend raamwerk, 3. Stimulering pilotprojecten, 4. Monitoring R&D. ECP.NL zou later actief thuiswinkelen via internet oppakken en er een keurmerk voor ontwikkelen.

Vanaf 2010 is ECP  het platform waar overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kennis uitwisselen en samenwerken om de ontwikkeling van de Nederlandse informatiesamenleving te bevorderen. Hierbij is elektronische handel, inclusief streepjescodes, ondergebracht.