"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



zaterdag 17 september 2011

Wie komen er voor in het boek: De aanloop (2)

De aanloop naar commerciële online diensten en producten ligt in 1967 toen de uitgeverij Excerpta Medica een studie deed naar het gebruik van een computer in de redactionele omgeving. Dat werden uiteraard geen PC’s , want die waren er nog niet. Het werden vier geschakelde NCR 315 machines. De initiator van de studie was Pierre Vinken. Deze neurochirurg innoveerde het redactionele proces van de biomedische uitgeverij Excerpta Media. Uiteindelijk voerde Vinken een elektronische uitgeeflijn bij de uitgeverij in, die vanaf 1974 bestanden op magneetband aan bedrijven aanbood en via de Amerikaanse online informatiedienst Dialog. Met de opgedane ervaring adviseerde Vinken ook de wetenschappelijke bibliotheken en uitgeverijen zoals Uitgeverij het Spectrum. Met de vliegtuigbouwkundige Van der Walle bouwde Pierre Vinken het bedrijf Infonet op, dat zich richtte op elektronisch uitgeven.


Bij TNO werd al vroeg online gerechercheerd naar wetenschappelijke artikelen en met name chemische artikelen. Dit gebeurde onder leiding van Charles Citroen. Hij was ook een van de oprichters van VOGIN (Vereniging van Online Gebruiker Informatiesystemen Nederland) in 1977 (zie foto van oprichting). Charles is voor mij de godfather van online Nederland; ik leerde van hem online zoeken in 1980.

In 1972 werd door de minister van Onderwijs en Wetenschappen de Commissie Nucleaire Informatieverzorging (CNI) opgericht. CNI werd belast met het verzorgen van het Nederlandse aandeel in het International Nuclear Information System (INIS). Na diverse uitbreidingen van het takenpakket werd in 1976 de naam gewijzigd in COmmissie voor BIbliografie en DOCumentatie (Cobidoc). Online databanken waren toen nog nauwelijks bekend en een van de belangrijkste taken van Cobidoc destijds was de voorlichting over en het promoten van informatie uit online databanken.
Cobidoc werd in 1987 geprivatiseerd en de activiteiten op commerciële basis voortgezet in Cobidoc BV. Vanaf het begin maakten Peter Rosenbrand en Jan van der Veen deel uit van Cobidoc.

De EVD, de promotie-afdeling van het toenmalig ministerie van Economische Zaken, was ook vroeg actief met online. Er was een databank met samenvattingen van artikelen over de Nederlandse economie, die online gebracht werd bij Dialog. En later bracht de EVD de Europese aanbestedingen op Viditel. Projectleider was toen de heer Ypma.


Kluwer begon vanaf 1975 met het opzetten van een juridische databank. Vanaf 1977 begonnen Cor Verschoor en Jaap van Beelen met voorlichting over deze databank binnen Kluwer en bij de overheid en advocatenkantoren. Ik maakte toen kennis met online zoeken.







(Ik  begon naar aanleiding van een demonstratie consequenties ervan door te denken voor encyclopedieën voor mijn toenmalige uitgever Oosthoek. Het leverde een typisch plaatje op van de toekomst voorspellen via de achteruitkijkspiegel).




Vanaf 1976 begonnen de omroepen te kijken naar teletekst. Wim Stokla, ex adjunct-hoofdredacteur, kreeg de opdracht om teletekst in de omroep te integreren. Tijdens de Firato, de jaarlijkse consumentenelektronica beurs van 1978 werd een eerste demonstratie gegeven.


Tijdens deze Firato van 1978 gaf de PTT ook een demonstratie van videotex. De demonstraties van teletekst en videotex schiepen grote verwarring, maar ook zag men met name voor videotex commerciële mogelijkheden. De PTT benoemde Ir. Chiel Ruiten (+) tot projectleider voor videotex.


Uitgeverij VNU vond de dreiging groot o.a. voor de vacature advertenties van Intermediair en begon een adviesbureau voor videotex onder de naam TVS onder leiding van Arjen Everts.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen