"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



dinsdag 16 augustus 2016

Nederlandse PersDatabank



Lees nu in het InCT.archief van de digitale geschiedenis: Geen plaats voor de Nederlandse PersDatabank bit.ly/2aQ95Kg


Schermprint in NRC Handelsblad (21/4/1990), beschikbaar via Delpher

 

zondag 7 augustus 2016

36 jaar geleden: proef eerste publieke online informatiedienst

Recentelijk schreef ik over het eerste webarcheologisch project in Nederland ‘DDS herleeft ‘’dat men met dit project twee decennia kan terugkijken naar de introductie van internet in Nederland. Ik uitte daarbij ook de wens, dat het mooi zou zijn “als we nu ook de eerste online publieksdienst Viditel van 1980 zouden kunnen nabouwen en online beschikbaar stellen, zodat men kan voelen hoe het was om via videotex informatie tot zich te nemen”. Tenslotte was het informatiesysteem anders dan internet en gebaseerd op een boomstructuur; bovendien bestond de pagina-opmaak uit combinaties van mozaïekblokjes.
Ik gaf tevens twee mogelijke vindplaatsen voor Viditel artefacten aan. Misschien heeft de opvolger van de PTT, KPN, nog een paar tapes liggen. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn de opvolger van het PTT museum, het Museum voor Communicatie, dat op het ogenblik in een verbouwing zit en haar depots aan het scannen is. Helaas, voorlopig nog geen reacties.

Vandaag is het precies 36 jaar geleden dat de proef met Viditel (video) door staatssecretaris Smit-Kroes in Sneek werd gelanceerd. Vanaf het begin waren er 150 zelfstandige informatieleveranciers bij betrokken, waaronder Albert Heijn, anp, abn, de Hobby Computer Club, de Stichting Teleac, Postbus 51, ns, klm, anwb, evd, bovag en een aantal uitzendbureaus. Een opvallende aanbieder was reisbureau Ad Latjes uit Tilburg, dat destijds werd ervaren als een luis in de pels van de klm. Latjes gaf klm-tickets uit die buiten Nederland waren aangemaakt en daardoor vaak goedkoper waren dan bij aankoop in Nederland. Ad Latjes zag in Viditel een nieuw verkoopkanaal.

Viditel werd door de PTT gepresenteerd als een publieke dienst, maar toch werden ook videotexdiensten voor besloten gebruikersgroepen (bgg) aangeboden. Zo startte het bedrijf Begotel een informatie- en bevoorradingssysteem voor de muziekdetailhandel.
(knipsel: Collectie Jak Boumans; gift van G.B. Smits) 
Tijl Data, uitgever van de Beurskrant, kende voor haar beursinformatie een publieke toegang, maar ook één voor een besloten groep met betaalde informatie. De toegang tot de besloten groep verliep vanaf 1982 via koppeling van de Tijl Data computer met het Viditel-systeem via Vidipoort.

Een van de grotere projecten in Viditel was Jobdata van Intermediair. Deze uitgeverij, die afhankelijk was van inkomsten uit vacature-advertenties, beschouwde Viditel als een aanslag op haar marktaandeel in de gedrukte media. Meegaan met de nieuwe technologie was dus geboden. Bovendien ontdekte men in Viditel een mogelijkheid tot verkorting van de sollicitatieprocedure dankzij informatie over het adverterende bedrijf en het gebruik van de Viditel-berichtendienst. Om een groot bereik te krijgen, plaatste Jobdata op hogescholen en universiteiten informatiezuilen voor de studenten. In de eerste jaren van Viditel was Jobdata een van de meest populaire rubrieken. In 1985 werd het project toch stopgezet. Carrière-databanken bleken geen bedreiging voor het gedrukte product, terwijl de meerwaarde gering was, zo zei Rob van den Bergh, toenmalig directeur van Intermediair Uitgeverij en later voorzitter van de Raad van Bestuur van vnu, tijdens een radio-interview.

Na het proefjaar was het voorbij 
Aan het eind van het eerste proeflaar werden de officiële tarieven ingevoerd, en verdwenen veel abonnees en informatieleveranciers. Viditel bleef te veel een technisch verhaal en de PTT en de informatieleveranciers slaagden er niet in het publiek te overtuigen van de meerwaarde. De dienst zakte in elkaar en het werd tijd om de zwarte pieten uit te delen. 

PTT Projectleider Chiel Ruiten wees naar de informatieleveranciers: ‘Vlak na de praktijkproef in 1981 hadden we 182 informatieleveranciers. Maar dat liep ineens terug naar 132. De leveranciers konden het niet langer opbrengen om elke dag opnieuw informatie in te voeren terwijl er geen sterveling naar keek. En gebruikers die het systeem hadden aangeschaft voor een bepaald oort informatie, werden weer teleurgesteld doordat de dienstenleverancier opstapte. Ik denk dat de leveranciers zich niet goed hebben gerealiseerd wat voor immense investeringen er van alle participanten werden gevraagd.’

Maar Ruiten vergat te vermelden dat het Bureel Viditel van de PTT zelf had gefungeerd als stoorzender. Maandelijks stuurde het bureau jubelende statistieken de wereld in: over het aantal bekeken pagina’s, het aantal informatieleveranciers en de groei van abonnees. Met name de aantallen abonnees en geraadpleegde pagina’s werden opgeschroefd. Het flatteren van de cijfers werd opgemerkt door de informatieleveranciers en de pers. De informatieleveranciers telden zelf veel lagere bezoekersaantallen. En toen de nieuwsbrief Media-Info in oktober 1981 in een felle briefwisseling met de PTT om opgeschoonde cijfers van Bureel Viditel vroeg, kreeg de redactie in plaats van echte cijfers een brief van de geprikkelde projectleider Ruiten over onsympathiek gedrag. 

Ondanks het inzakken van het gebruik bleven de overheid en de PTT ervan overtuigd dat Viditel door moest gaan, maar voor een andere doelgroep. 

Andere blogpostings over Viditel 
http://toendigitalemedianognieuwwaren.blogspot.nl/2014/08/viditel-voorloper-van-internet-1.html 
http://toendigitalemedianognieuwwaren.blogspot.nl/2014/08/viditel-voorloper-van-internet-2.html 
http://toendigitalemedianognieuwwaren.blogspot.nl/2015/10/viewdata.html

dinsdag 2 augustus 2016

In het zicht van internet...

Met een staat van dienst in de reclamewereld en marktonderzoek sinds 1972 had het automatiseringsbedrijf IVEV (Instituut voor Enquête Verwerking) na een fusie met het RijksComputerCentrum dé informatiebank van Nederland in handen. Maar in het zicht van internet strandde de Informatiebank.

IVEV
IVEV was als automatiseringsafdeling van Makrotest actief in de marktonderzoek wereld, toen het zich in 1972 afscheidde. Onder leiding van Frans van Weeren werd het een innoverend bedrijf dat slimme software ontwikkelde, maar ook grote softwarepakketten aankon. Zo ontving het bedrijf als tweede software bedrijf in Nederland een licentie voor het gebruik van Oracle software.
Qua activiteiten had het bedrijf een scala aan projecten van mediaplanning tot boekenoplage-voorspellingssysteem. Ook hield IVEV het Regio-, Basis- en RTVbestand van Het Media Instituut bij en stelde het online beschikbaar. Verder ontwikkelde het bedrijf het PTT-Verrijkingsinstrument voor marktonderzoek, waarbij postcodes werden verrijkt met CBS gegevens, urbanisatiegraad, gemeentegrootte, provincie, Nielsengebied, EEG code, Cebucogebied, nodaal gebied, plaatsnaam en gemeentenaam. 

IVEV/Marketing Data 
V.l.n.r. Ruud Buijn, Han Koppelaar, Gerard van Meurs, Frans van Weeren, Rob Piscaer, Lex van Straten en Bob Grossenbagt 
(© Onderzoek)

Vanaf 1986 werd een online activiteit toegevoegd, die IVEV als centraal inbelpunt voor de marketing-communicatiewereld en een opstap was naar een bredere online doelgroep. In 1986 werd de informatieleverancier Marketing Data overgenomen. Het bedrijf was in 1984 opgericht en produceerde samenvattingen van kranten- en tijdschriftartikelen, voorzien van bedrijfscodes. De doelgroep was werkzaam in marketing, reclame en zakelijke dienstverlening. De gebruiker kon op trefwoorden en bedrijfscodes in de databank informatie zoeken. Behalve elektronische informatie leverde Marketing Data op verzoek ook de kopieën van de originele artikelen. De portefeuille van online bestanden werd in de jaren daarna verder uitgebreid. Zo bracht IVEV in 1989 voor uitgeverij Vermande databestanden van het ministerie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening online. 

Informatiebank 
IVEV en Marketing Data kwamen in 1990 in contact met het RCC, het RijksComputerCentrum. In dat jaar was het overheidsbedrijf verzelfstandigd in aanloop naar privatisering. RCC nam in de jaren tachtig een centrale positie in als rekencentrum voor de overheid. Dat was voornamelijk administratief werk, maar bij de ministeries ontstond ook de behoefte aan het produceren en raadplegen van databanken. Hiervoor was IBM Stairs-software op grote mainframes beschikbaar. In 1991 had het RCC 25 openbare overheidsbestanden online met in totaal 1 miljoen documenten, variërend van bibliografische bestanden van ministeries en semioverheidsinstellingen tot fulltext parlementaire bestanden.
Het RCC streefde ernaar marktleider te worden op het gebied van het online ontsluiten van informatie in databanken en besloot IVEV over te nemen in 1991. De activiteiten werden ondergebracht in de werkmaatschappij RCC-IVEV. In 1995 werd de werkmaatschappij uitgebreid met de oprichting van de Informatiebank als een gezamenlijke onderneming van SDU en de RCC Roccade werkmaatschappij Twinfo (het toenmalige RCC-IVEV). Doelstelling van het bedrijf was om  zich ontwikkelen tot een multimedia-uitgeverij op het terrein van openbaar bestuur, milieu, marketing en management.
RCC Roccade stak haar ambitie om uit te groeien tot dé online- en offline-informatiedienst  van Nederland niet onder stoelen of banken en wilde uitbreiden. Zo kocht het de Nederlandse  Pers Databank en nam het de milieu-informatiedienst  Centrale Ingang Milieu Informatie (CIMI) onder haar hoede. 

In het zicht van internet... 
De activiteiten van Twinfo vielen samen met de introductie van internet in Nederland. Op 1 mei 1993 XS4ALL lanceerde haar internet toegang met 500 gebruikers op de openingsdag. En op 15 januari 1994 opende De Digitale Stad (DDS) haar poorten en wist in korte tijd 10.000 gebruikers voor zich te winnen.
Maar RCC Roccade kreeg die internetgolf niet te pakken. Want in 1996 kondigde RCC Roccade een programma van desinvesteringen aan vanwege de laagconjunctuur. Bovendien rommelde het ook binnen RCC Roccade en Twinfo, waar culturen met elkaar botsten. Dat leidde tot een splitsing van de activiteiten van de Informatiebank in de segmenten overheids- en bedrijfsinformatie. Het onderdeel overheidsinformatie, inclusief CIMI, ging verder als Sdu Informatiebank in Den Haag. De bedrijfsinformatietak, met de productgroepen Marketing Data, Nederlandse Persdatabank en de Management CD, bleef bij de Informatiebank, maar stonden in de verkoop. Zo werd in 1996 de Nederlandse Pers Databank overgenomen door het uitgeversconcern PCM. Marketing Data werd in 1997 verkocht aan investeerders. De drijvend krachten achter de Informatiebank, Frans van Weeren en Atie de Heer verdwenen uit beeld. En de overgebleven activiteiten van Twinfo werden geïntegreerd in RCC Roccade of afgebouwd.

In het zicht van internet verloor Nederland een potentieel krachtige online databank.

maandag 18 juli 2016

Van sjouwcomputers naar schootcomputers

Wanneer over de eerste draagbare computers in de jaren tachtig wordt geschreven, dan wordt al snel gesproken over de sjouwcomputers: KayPro en Osborne. Je kon ze inderdaad verplaatsen, maar je moest wel spierballen hebben. Beide ‘draagbare’ computers wogen 10kg plus.

 
Links: Osborne; rechts: Kaypro

Minder aandacht is er gewoonlijk voor de schootcomputers. Deze generatie van draagbare computers werd populair bij journalisten gezien het  gewicht van 1,5 tot 2 kg, afhankelijk van de batterijen. In 1983 kwamen de merken NEC, Tandy en Olivetti met deze lichtgewichten op de markt. Ze kwamen allemaal uit dezelfde fabriek van Kyocera: NEC 2081A, Tandy100, Olivetti M-10 en de Tandy 200.


 
















Boven links: NEC 2081A (bruikleen van Hans van Nieuwkerk; foto: Collectie Jak Boumans);boven rechts: Tandy100 (computer en foto: Collectie Jak Boumans; beneden links: Olivetti M-10; beneden rechts: Tandy200 (foto: Herman van Oorschot) 

Draagbare computers werden weer een onderwerp, toen een collega uit mijn netwerk midden in een verhuizing zat en meldde dat hij nog een Tandy200 had gevonden tussen zijn spullen. Hij stuurde er later nog een foto van. Wow! Wat een feest om deze te zien. Zelf heb ik een Tandy100 sinds 1983. Ik kocht geen sjouwcomputer, aangezien ik in dat jaar aan een hernia geopereerd werd. Ik heb de Tandy100 in het ziekenhuis kunnen gebruiken, zij het met een extern modem, want wifi moest nog uitgevonden worden. Uiteraard had ik de nodige belangstelling aan bed van de doctoren en verplegend personeel. Die had ik later ook in Londen, wanneer ik op het apparaat zat te tikken in de Northernline metro.

In 1985 heb ik op de Tandy100 het manuscript voor de Aula pocket Online Handboek geschreven; je kon er 32 pagina’s op schrijven en moest dan de tekst uploaden voor opslag op een floppy disc naar een bureau PC, in dit geval een Superbrain. Toern het boek af was, werd een floppy disc en een geprint manuscript aan de uitgever (Uitgeverij Het Spectrum) toegeleverd, die vervolgens door overtikken van het papieren zetsel liet fabriceren! Ook werden met de Tandy100 artikelen aangeleverd aan de redactie van de VNU nieuwsbrief Media-Info, later omgedoopt tot Telecombrief.
 
 

Het schrijven gebeurde op een Tandy100, daarna werden ca. 32 pagina's verzonden per modem naar de bureau PC Superbrain, op een floppy gezet en uitgeprint. (Apparaat: Collectie Jak Boumans; beide foto's: Collectie Jak Boumans). 

De Tandy100 doet het nog steeds. Onlangs gebruikte ik hem nog bij een praatje in de klas van een kleinkind; hij ging rond en de kinderen hakten er lustig op los.

Het was een mooie serie computers. Behalve de Tandy100 heb ik ook de NEC 2081A in mijn collectie als bruikleen van Hans van Nieuwkerk. De apparaten van deze 1983 serie hadden allemaal een bijna gelijk toetsenbord en het intern geheugen kon ca. 32 pagina’s tekst bevatten. Ze hadden een venster van 8 regels tekst. De Tandy200 van één jaar later had hetzelfde toetsenbord, maar een groter venster van 16 regels met 40 tekens per regel.

Na de aanloop van de sjouwcomputers en de schootcomputers in het begin van de jaren tachtig is de ontwikkeling naar draagbare computers met een groot scherm, groot geheugen, internen modem en zelfs een ingebouwde CD speler snel gegaan en is er en wedstrijd ontstaan wie de lichtste computer kan bouwen.

donderdag 14 juli 2016

E-bookbarometer Q2 2016


Persbericht CB 

E-bookbarometer Q2 2016: lenen steeds populairder, verkoop groeit weer 

Vandaag publiceert CB de e-bookbarometer met daarin de ontwikkeling van e-books in het Nederlands taalgebied, tweede kwartaal 2016.

Waar in het eerste kwartaal nog een lichte daling zichtbaar was in e-bookverkoop, ziet CB nu weer groei; +9% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2015. E-bookuitleningen via bibliotheek.nl blijven onverminderd doorgroeien (+87% ten opzichte van Q2 2015). De gemiddelde consumentenadviesprijs daalt verder (-0,4% ten opzichte van het vorige kwartaal).

Nieuw in de infographic is het aandeel e-bookverkopen in literaire fictie; met 11,3% aanzienlijk hoger dan de 6,1% e-books in de totale boekverkoop

De trend in de verhouding verhuur versus verkoop lijkt op die van e-bookbarometer over het eerste kwartaal 2016. Net als de vorige keer stijgt de verkoop mee op het moment dat titels voor het eerst in de verhuur gaan.

Het aantal nieuwe titels lijkt minimaal gestegen. Er is echter een afname van titels gedurende het afgelopen kwartaal, door een mogelijke opschoning. Er zijn dus wel degelijk veel nieuwe e-books bijgekomen.

dinsdag 12 juli 2016

De Digitale Stad gaat weer herleven

De kennis van de geschiedenis van digitalisering is oppervlakking. In gastcolleges vraag ik studenten wel eens naar hun eerste computer, hun eerste bankrekening, hun eerste e-mail, hun eerste mobiele telefoon, hun eerste appie en met wie. De komst van de mobiele telefoon kunnen ze meestal nog wel herinneren, maar de eerste computer (nee, geen my first Sony!). 

Digitale archeologie 
Nu is er ook weinig van de digitale geschiedenis in Nederland te ervaren. Als het al iets dan gaat het voornamelijk over hardware, computers van mainframe, PC’s en draagbare computers. Er zijn weinig historische programma’s te ervaren. Gelukkig is er het Nederlands Instituut voor Games en Computers in Zwolle. M.n. in het Gamesmuseum, ook wel bekend als het Bonami Spel museum, geeft een goede beleving van spellen sinds de digitalisering. Maar een echte belving van bijvoorbeeld de eerste sites van internet was tot nu toe onmogelijk. Maar dat zal niet lang meer duren.   

De Digitale Stad (DDS)
Onlangs werd in het Amsterdam Museum een voorvertoning gegeven van site De Digitale Stad, die op 15 januari 1994 in Amsterdam van start ging en de eerst stimulans  voor consumenten internet in Nederlands was. Het was een project van het politiek-cultureel centrum De Balie en xs4all, naar het voorbeeld van de Free-Nets in Noord-Amerika. Aanleiding waren de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 1994. Behalve via de plaatselijke televisie-, radio- en gedrukte media, zou via De  Digitale Stad een publieksdebat plaatsvinden. De metafoor van een virtuele stad werd gekozen om het karakter van het publieke domein van DDS  te benadrukken. Na eerst tekstuele informatie- en  communicatiediensten aangeboden te hebben, werd op 15 oktober 1994 overgegaan naar een grafi sche interface op het World Wide Web. De organisatie kreeg geld van de gemeente Amsterdam voor het opzetten van een site. Om het debat in forums aan te wakkeren was er natuurlijk publieke belangstelling nodig. En die kreeg DDS op radio en televisie en in de schrijvende pers. Marleen Stikker werd de virtuele burgemeester van dds en stond de media te woord. En aan de poorten stonden duizenden potentiële internetters van buiten Amsterdam te dringen om via een inbelverbinding toegang te krijgen tot dds. Na zes weken telde het project al meer dan tienduizend geregistreerde gebruikers. Niet alleen internet aanbieder xs4all was verrast door de belangstelling, maar ook lijnenboer PTT Telecom (citaat uit: Toen digitale media nog nieuw waren, pg. 250).

Virtuele beleving
Iets van de eerste opwinding uit 1994 zal in het najaar terug te voelen zijn, wanneer DDS versie 4.0 te beleven is. Zoals men nu nog steeds door Pompei kan lopen en een Romeinse stad kan ervaren, zo zal men dan ook de eerste Nederlandse virtuele stad kunnen bezoeken en herbeleven, voorzien van een plattegrond.
De voorvertoning van DDS versie 3.0 was onderdeel van het project ‘DDS herleeft’, een initiatief van het Amsterdam Museum, De Waag Society, UvA and Beeld en Geluid. De originele bestanden zijn teruggevonden in het DDS archief, dat in het bezit is van het Amsterdam Museum. Het bestand is 10Mb en stond op een harde schijf. Deze heeft 20 jaar opgeslagen gelegen. Van het bestand hebben informaticastudenten van de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) twee versies gemaakt: één met alle gegevens en een replica. DDS versie 4.0 zal een emulatie zijn  die helemaal nieuw is geprogrammeerd 'om een hedendaags, stabiel en beveiligd functioneren mogelijk te maken'. In die versie zal men een avatar kunnen kiezen en door de stad kunnen verplaatsen van café naar postkantoor en bibliotheek via de metro. 

20 jaar terug in de tijd 
‘DDS herleeft’ is een eerste webarcheologisch project, waarmee men terug kan naar internet zoals het was tussen 1994 en 1996. Daarmee kunnen we zo'n twee decennia terugkijken. Het zou mooi zijn als we nu ook de eerste online publieksdienst Viditel van 1980 zouden kunnen nabouwen en online beschikbaar stellen, zodat men kan voelen hoe het was om via videotex informatie tot zich te nemen. Misschien heeft het ex PTT museum, het Museum voor Communicatie, of de opvolger van PTT nog een paar tapes liggen.