maandag 29 juni 2020

Eerste .nl roman 'opgegraven'

Op 10 maart plaatste de webarchivaris van de Koninklijke Bibliotheek (KB) een oproep op Twitter voor een exemplaar van de eerste Nederlandstalige roman, Roes der Zinnen, in 1994 geplaatst op internet. De roman is niet langer beschikbaar op internet, maar zou nog wel beschikbaar zijn op een floppy disc. Een speurtocht naar de floppy disc was van korte duur, want die was opgeslagen in mijn particuliere E-media collectie (CJB). Een speurtocht naar een floppy discspeler duurde langer. Maar op 25 juni 2020 is de inhoud van de floppy disc overgedragen aan het Webarchief van de Koninklijke Bibliotheek.

Foto van de floppy disc met omdoos en zegel. Op de disc heeft de auteur geschreven: dhr Bouman, 8/12/1994 en Marcel. De schijf werd overhandigd op een congres over Internet in de Reehorst te Ede, georganiseerd door het Multi Media Research Institute (MMRI).

De schrijver en zijn roman

De schrijver van Roes der Zinnen was Marcel Bullinga (1958-2019). Hij had in 1994 al elf boeken gepubliceerd waaronder de roman Jongensboek. Toen ontdekte hij internet. Zijn verkenningen op het nieuwe medium maakte hem nieuwsgierig en begon met het onderzoeken van toekomstperspectieven. Op XS4ALL was hij een van de eerste drie Nederlanders die een eigen site opzette. Nadat hij het manuscript van Roes der Zinnen aan verschillende uitgevers zonder resultaat aangeboden had, zag hij een internetproductie in het project, waarbij hij gebruik kom maken van nieuwe technieken zoals multimedia en hyperlinks en nieuwe distributietechnieken. Voor eigen rekening en risico produceerde hij de site http://www.xs4all.nl/~roesderz/ en bracht deze op 15 oktober 1994 online, vooruitlopend op een congres over het Elektronisch Boek, dat op 17 oktober 1994 in Rotterdam werd gehouden. Het boek Roes der Zinnen is nooit in gedrukte vorm uitgekomen en heeft nooit een ISBN uitgeversnummer gehad.

De roman

De roman is ‘een persoonlijke zoektocht naar extase’ en gaat over de ervaringen van een jongen, die als fotomodel en danser heeft gewerkt en nu op dit leven terugkijkt.  Deze zoektocht naar extase ontwikkelt zich in 52 hoofdstukken tekst, een vijftiental foto’s en een muziekfragment.

Elektronisch boek

Het tijdstip waarin de roman op internet gepubliceerd werd, was een warrige tijd voor de media. Verschillende elektronische informatiedragers vochten om de heerschappij: floppy discs, CD-media en online. Sinds 1982 was de digitale CD op het toneel verschenen, eerst met muziek (CD-Audio), toen met tekst (CD-ROM), daarna met multimedia (CD-ROM, CD-i, 3DO, CDTV) en in 1991 verscheen Sony met een mini-ROM voor het (multimedia) e-boek. De Amerikaanse Voyager Company experimenteerde met boeken, films en muziek op floppy discs, CD-ROMs en beeldplaten en werd vooral bekend door de Expanded Books, hypermedia boeken.  Online werd in diezelfde tijd geïntroduceerd als internet voor consumenten; in Nederland op 1 april 1993 door de provider XS4ALL. Er verschenen wel sites voor literatuur zoals de Opkamer en Forum, waar verhalen en novelles op werden gepubliceerd, maar geen romans.

Mediakeuze

Met internet werden nieuwe mogelijkheden voor een roman verkend. Er zijn twee series hoofdstukken: die van het verleden en die van nu. Behalve teksten zijn er foto’s van een vijftiental fotografen toegevoegd en is later een geluidsfragment voor een dansperformance toegevoegd.

Waarom in het nationaal webarchief

Literatuur recensenten hebben zich nooit gewaagd aan een recensie, maar dat kan ook zijn vanwege hun onbekendheid met de computer en internet. Marcel Möring stelde op het Elektronisch Boek congres, dat een boek, geproduceerd zonder een redacteur van een uitgeverij alleen maar leidt tot meer rotzooi; overigens zonder het bewuste boek te hebben gelezen. Rob van Erkelens van de Groene Amsterdammer noemt het een regelrechte draak.

Maar het was wel de eerste roman, die op .nl gepubliceerd werd en geen platte kopie van een gedrukt boek was. Het had multimedia (tekst, foto’s, muziek en een grafiek).

Bovendien had het een nieuwe distributieformule, waarbij het eerste hoofdstuk als uithangbord gebruikt werd, na bestelling van een floppy disc à 25 gulden een wachtwoord werd uitgereikt, dat toegang gaf tot de rest van de roman.

Wat is er tot nu toe opgegraven


-          52 tekstfiles van hoofdstukken;

-          4 tekstfiles voor copyright, opdracht, index en begin;

-          Grafische file met choreografie, thumbnails en logo’s;

-          Technische files: web (Cello) en Winsock, een programmaatje dat toegang gaf tot internet;

-          Een schermfoto, afgedrukt in een krantenartikel;

-          Een vijftal krantenartikelen, beschikbaar op Delpher.nl.

-          Vermelding van het bestaan van het boek in mijn gedrukte boek Toen digitale media nog nieuw waren – Pre-internet in de Polder (1967-1997) en in mijn blogposting.

Er ontbreken nog een vijftiental foto’s en een muziekfragment.

Een schermfoto uit de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC), 11 maart 1996 (Bron: Delpher.nl)





Wat kan het nationaal webarchief ermee?

Het webarchief kan de tekst en technische files opslaan en reproduceren, inclusief het zappen tussen hoofdstukken, van verleden naar nu en v.v. Een hedendaagse webbrowser kan Cello vervangen, aangezien de tekstfiles html gecodeerd zijn.

Maar met deze reconstructie van de tekstfiles is er nog niet de ervaring van de eerste publicatie, want de foto’s ontbreken en het muziekfragment. Naar deze ontbrekende multimedia assets wordt nog onderzoek gedaan in het privé archief van de schrijver.

zaterdag 4 april 2020

BPN 1750: Jazeker, internet heeft een beschermheilige


Isidorus, glasschilderij van Iris Gerritsen, Delft, particuliere collectie, 2005. 

Vandaag in 636 stierf Isidorus van Sevilla, beschermheilige van bibliotheken en internet. Je kunt je afvragen hoe hij de beschermheilige van het internet werd.

De rooms-katholieke kerk heeft een legioen van heiligverklaarde en fantasieheiligen; heiligen voor elke dag en elke gebeurtenis in het leven. Isidorus werd in 653 in Toledo heilig verklaard, omdat hij een voorbeeld was voor christenen en niet-christenen, een rol speelde in de kerk als bisschop van Sevilla en hij theoloog en geleerde was. Paus Johannes Paulus II heeft hem, naast het feit dat hij al de beschermheilige van catalogi en bibliotheken was, in 2005 aangewezen als de beschermheilige van het internet. Deze titel kreeg hij voor het encyclopedisch werk dat hij op zich nam door het samenstellen van een summa van universele kennis, de Etymologiae. Deze encyclopedie, een geschreven Wikipedia, beter bekend als Origines, bestaat uit een compilatie van 448 hoofdstukken in 20 delen. Persoonlijk houd ik van deze heilige omdat ik verschillende gelijkenissen met hem herken.

Tijdens het Vierde Concilie van Toledo in 633 stelde Isidorus voor om seminaries bij de Spaanse kathedralen in te stellen voor priesterstudenten. Grieks, Hebreeuws en liberale kunsten waren verplichte vakken, terwijl hij ook rechten en geneeskunde promootte. Dankzij Isodorus studeerde ik in mijn jeugd op kleine en grote seminaries en werd ik opgeleid in Grieks en Latijn, filosofie en theologie en studeerde af als Master of Divinity (MDiv.) aan het Notre Dame Seminary in New Orleans, La.

Nadat ik mijn studie had afgerond, verkoos ik geen klerikale carrière, maar ging de uitgeverij in. In 1970 kwam ik bij Uitgeverij Het Spectrum, onderdeel van VNU, terecht die een nieuwe algemene encyclopedie van 25 delen opzette en deze redactioneel  met behulp van een computer produceerde.  Bij Uitgeversmij. Oosthoek, onderdeel van Kluwer, produceerden we een encyclopedie in weekafleveringen met de naam Summa.

In 1980 stapte ik in de nieuwe mediawereld, eerst in online ASCII en videotex, later in offline media als magnetische en optische schijven, totdat in de jaren negentig internet doorbrak. Zowel online als offline bleef ik geïnteresseerd in encyclopedieën zoals de gedrukte 21-delige Academic American Encyclopaedia, een product van het Amerikaanse avontuur van VNU begin jaren tachtig, die door Grolier werd omgezet in de eerste lichting elektronische naslgwerken en online werd gedistribueerd door The New York Times Information Bank, de Dow Jones News/Retrieval en Compuserve en offline op CD-ROM. Als Nederlander zag ik met belangstelling de publicatie van de Interactieve Encyclopedie op CD-I van Philips Media. IN 1994 brak internet door als een allround kennisdrager met zoekmachines als AltaVista en Yahoo. Maar de kenniswereld veranderde in 1998 door de introductie van de zoekmachine Google en in 2001 met de internet encyclopedie Wikipedia.
 
Er is enige gelijkenis tussen Isidorus en mij, maar die verdient wel een disclaimer: hij is een heilige en ik niet. Hij is de patroonheilige van gedrukte catalogi en gedrukte bibliotheken en sinds deze eeuw van het digitale medium internet. Ik ben de bibliothecaris van een kennismuur van 20 gedrukte, meerdelige encyclopedieën en de curator van pre-internet online streams zoals ASCII, videotex en een depot van offline media zoals floppy discs, videodiscs, CD-ROM's en CD-I's.

zaterdag 28 maart 2020

Enno leest: 'Toen digitale media nog nieuw waren'

Digitale informatievoorziening is voor ons zo normaal geworden, dat we het ons amper nog kunnen voorstellen dat die een generatie geleden nog amper bestond. Met heel veel vallen en opstaan zijn we gekomen waar we nu zijn, met alles wat we willen weten onder handbereik en ons drie slagen in de rondte netwerkend. Jak Boumans heeft in een uitputtende studie uiteengezet wat in ons land allemaal gebeurde voordat we massaal online gingen. Die geschiedenis begint in 1945 en loopt parallel met de ontwikkeling van de computer. 

Het hoofdstuk ‘Nieuwe media in de polder’ gaat van start in 1967, als Pierre Vinken onderzoek laat doen naar de mogelijkheden van digitaal bij databeheer. Wat volgde was een aantal experimenten, waarvan enkele op werkelijk spectaculaire manier faalden. De kansen die digitalisering bood waren groot, de valkuilen dito. Net als nu uitgeverijen driftig op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen, zo smeten in de voorgaande decennia bedrijven – en ook de rijksoverheid - met geld, op zoek naar de digitale informatievoorzieningsgraal. Het ging daarbij om forse bedragen. In 1987 schreef VNU 23 miljoen gulden af na het floppen van onder meer een experiment in Zuid-Limburg. Andere projecten leverden meer succes op. De cd-rom heeft het jaren uitgehouden, Teletekst bestaat nog steeds en in Frankrijk ging pas onlangs de stekker uit Minitel, hun variant op projecten die in Nederland een vroegtijdig einde kregen.

Het leuke is dat Boumans alles in diverse functies van dichtbij heeft meegemaakt en dus kennis en anekdotes uit de eerste hand kan vertellen, maar hij haalt ook een column in Boekblad aan, door Willem Tel (!), waarin wordt beschreven hoe bij de introductie in 1980 van Viditel alles stoppen doorsloegen. Boumans beschikt ook nog eens over een goed bijgehouden archief, inclusief beeld, zodat de tekst verluchtigd kon worden met passende illustraties – die bij de oudere generaties ongetwijfeld een sterk gevoel van nostalgie zullen oproepen. Het interessantste aan dit boek is dat het een achtergrond schildert bij de vanzelfsprekendheid waarmee wij ons in de digitale ruimte bewegen, en de ontwikkeling van elektronische informatievoorziening in een passend historisch perspectief plaatst.
 
Bron: gepost door

donderdag 26 maart 2020

26 maart 1976: Eerste koninklijke e-mail verzonden


Vandaag werd in 1976 de eerste koninklijke e-mail verstuurd door de Britse koningin Elizabeth II. Zij bezocht het Royal Signals and Radar Establishment, het telecom onderzoeksinstituut in Malvern ter gelegenheid van het in gebruik nemen van de connectie met het Amerikaanse ARPANET, de voorloper van internet.

Ingenieur Peter Kirsten had een e-mail account aangemaakt met de gebruikersnaam HME2 en een bericht voorbereid. De koningin hoefde alleen maar een paar knoppen n te drukken en het bericht was verzonden, zo herinnerde Peter Kirsten zich. Uiteraard werd een foto gemaakt van deze historische gebeurtenis.