Posts tonen met het label Laservision. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Laservision. Alle posts tonen

woensdag 2 maart 2016

Een stapeltje beeldplaten

In augustus 2014 publiceerde ik de tiendelige serie Bevroren online over de ijstijd van online. Hierin worden de optische media behandeld van beeldplaat tot DVD. Recentelijk kreeg ik van Wim Ouwerkerk, een veteraan in ziekenhuisautomatisering en computer-ondersteund onderwijs (COO) een stapeltje beeldplaten. Kenmerkend voor deze zilverkleurige schijven met een diameter van 30 cm, is dat zowel beeld als geluid analoog zijn opgeslagen. De beeldplaat werd later LaserVision genoemd en het geluid digitaal gecodeerd werd.


Een van de mooiste beeldplaten in het stapeltje was de uitgave van Vincent van Gogh – A portrait in two parts (1982), een uitgave van Philips International/North American Philips. De speelduur per zijde was 1 uur, maar er waren navigatieprompts aanwezig zoals begin, einde, hoofdstukken, snel, normaal, langzaam. Side 1 bevat zo’n 400 tekeningen en schilderijen evenals muziekfragmenten. Side 2 bevat in video het toneelstuk Van Gogh uit 1978, geschreven door Philip Stephens met Leonard Nimoy als Theo van Gogh, de broer van Vincent. Het is een one-man multimedia show van 58 minuten.


Maar er zat meer in het stapeltje beeldplaten. De beeldplaat van Vincent van Gogh was zilverkleurig. Maar er waren ook een paar goudkleurige platen aanwezig met het logo CD-Video. Ik had tot nu toe deze goudkleurige platen nog niet gezien en moest dus even in de achtergrond duiken. De CD-Video is bedacht en ontwikkeld door Philips, en op 2 september 1987 op de markt gebracht. In tegenstelling tot de voorloper LaserVision wordt op CD-Video het geluid digitaal opgeslagen. Het beeld is echter nog steeds analoog. Er zijn verschillende varianten op de markt gebracht van 8, 20 en 30 cm diameter. De 8cm CD Video was een video-single met 20 minuten muziek en een videoclip kon bevatten. Ook zijn er varianten van 20 en 30 centimeter, maar deze zijn, volgens Wikipedia,  zo weinig toegepast dat elk exemplaar een collector's item is.

In het stapeltje beeldplaten zitten er twee CD-Video’s, een van 20 cm diameter met een video single en een van 30 cm diameter met een film. De 20 cm diameter CD-Video is van de band Dire Straits met Brothers in Arms uit 1986 met 20 minuten speeltijd, uitgebracht door Phonogram, een onderdeel van Polygram, een Philips dochter. Een mededeling op de cover zegt, dat deze gouden schijf zowel digitaal geluid als video afspeelt en alleen af te spelen is op een CD-Videomachine. Bij een van de schijvencatalogi maakte een bezoeker de opmerking, dat deze schijven een hoge CD-rot vertonen; ook het exemplaar uit het stapeltje laat CD-rot zien.
 

De 30 cm CD-Video License To Kill (1989) bevat een film op twee schijven. Beide schijven zijn goudkleurig en zijn ondertiteld voor de Nederlandstalige markt: Bond gaat er tegen aan: harde dan ooit! De film is op CD-Video uitgebracht door Warner Home Video. De speelduur van de film is 139 minuten.


CD-Video is een probeersel geweest tussen de LaserVision en de DVD. Grappig genoeg is in het stapeltje schijven ook een duidelijk voorbeeld hiervan te vinden. De cover van film A Fish Called Wanda (1992) bevat een logo van Laser Disc, desondanks is de schijf op de cover afgebeeld als een gouden schijf. De fysieke schijf is echter zilverkleurig.



De laserdisc en de CD-Video zijn nooit een succes geworden. De technologieën volgden elkaar in sneltrein tempo op en allerlei parallelle technologieën zoals CD media werden uitgeprobeerd. Zo experimenteerde het post-productiebedrijf Valkieser in 1993 een CD-i met video. En in 1995 produceerde ODME een van de eerste protoypes van de DVD; hiervoor werd de film gebruikt The Netherlands van Bert Haanstra, gemaakt in opdracht van de RijksVoorlichtingsDienst (RVD).

maandag 18 augustus 2014

Bevroren online: beeldplaat (2)

 
Ontwikkelteam beeldplaat met in het midden Klaas Compaan (© Philips)
In 1969 demonstreerde ir. Klaas Compaan, onderzoeker bij het Natuurkundig laboratorium (Natlab) van Philips, een prototype van de optische beeldplaat met een diameter van 30 cm en opslagcapaciteit van 324Mb. In tegenstelling tot de vinyl muziekplaten kende deze plaat geen groeven, maar een lint met putjes. Het was ook niet een naald van een grammofoon die zich mechanisch door groeven ploegde, maar een laserbundel tastte putjes af.
 
Terwijl de technici de beeldplaattechnologie verder ontwikkelden, werd door andere Philips-mensen nagedacht over de toepassingsmogelijkheden van de beeldplaat. In 1971 werd Thijs Chanowski, toen succesvol AV-producent van onder meer de televisieserie De Fabeletjeskrant, en Erik de Vries, de nestor van de Nederlandse televisie, uitgenodigd om van gedachten te wisselen met Liong Tan, hoofd van de videogroep van het Natlab. Zij zagen de beeldplaat als een interactief voorlichtings- en opleidingsinstrument. Een beeldplaat voor het Nederlands Zuivelbureau werd het eerste voorbeeld van een interactieve beeldplaat, gericht op verschillende doelgroepen. Menustructuren en koppelingen met teletekst-overlays maakten die differentiatie mogelijk

Introductie van de beeldplaatspeler in 1995 (foto Collection Jak Boumans; foto Collection Jak Boumans)
Maar de marketingafdeling van Philips en andere bedrijven zagen meer heil in het gebruik van de beeldplaat als medium voor de opslag van film onder de naam Laservision. De consumentenmarkt kwam schuchter op gang, maar werd wreed verstoord door de videobandtechniek van JVC, Sony en ook van Philips. De strijd tussen videobandformaten met JVC met VHS, Sony met Betamax en Philips met V2000, werd gewonnen door JVC, aangezien bij de VHS recorder een groot aantal voorbespeelde banden met o.a. soft porno werd geleverd. Ondanks de fantastische kwaliteit van de Betamax van Sony, won JVC dank zij de portfolio. Het betekende het einde van de beeldplaat op de consumentenmarkt. Maar aangezien de beeldplaat ingeblikte deskundigheid vertegenwoordigde, die overal en altijd inzetbaar was, werden er toepassingen in opleiding, vorming en training, voorlichting, marketing en archivering.

 
Domesday systeem, bestaande uit een Acorn computer en beeldplaatspeler (foto BBC CC BY 3.0)

Een van de mooiste toepassing van beeldplaten is het Britse Domesday-project van de BBC in samenwerking met Acorn Computers en Philips. Het uiteindelijke resultaat bestaat uit twee beeldplaten, die een inventarisatie van de Britse samenleving anno 1986 bevatten. Het Domesday-project is geproduceerd naar het voorbeeld van het Domesday boek van 1086, waarin 13.418 plaatsen in de Engelse graafschappen ten zuiden van de grens met Schotland worden vermeld. Op de Domesday-beeldplaten zijn 23.000 hedendaagse kaarten te zien, aangevuld met statistieken, tekst, beeld en geluid.

Beeldplaat Dutch Royal Library Disc van de KB (© foto Collection Jak Boumans; beeldplaat eigendom Collection Jak Boumans)
In Nederland liet in 1987 de Koninklijke Bibliotheek met steun van het    ministerie van Onderwijs en Wetenschappen de Dutch Royal Library Disc  produceren met 7.000 illustraties van in haar bezit zijnde middeleeuwse boeken. In 1984 produceerde Uitgeverij Het Spectrum een beeldplaat met 54.000 illustraties van de Grote Spectrum Encyclopedie. Ook werd een beelddatabank voor de reclame-industrie en uitgeverij opgezet en op een aantal beeldplaten gerealiseerd (helaas ging het bedrijf spoedig erna failliet). Maar ook kwamen er beeldplaten voor de opleiding van kraanmachinisten van het containerbedrijf ECT en instructiemateriaal voor het repareren van DAF vrachtwagens.

Hoes van de beeldplaat met illustraties van de Grote Spectrum Encyclopedie (© foto Collection Jak Boumans; beeldplaat eigendom Collection Jak Boumans)

De oplages van de beeldplaten waren uiteraard beperkt. De productie van interactieve beeldplaten groeide volgens Philips in Nederland van 40 titels in 1986 naar 125 in 1987 en iets meer dan 200 in 1988. De oplage per product lag gemiddeld tussen de 20 en 30 exemplaren. Van de geproduceerde titels is maar weinig meer over. Als beeldplaten al  terug te vinden zijn, dan zijn ze niet afspeelbaar bij gebrek aan een beeldplaatspeler. In 1991 werden in de lijst van Optische Media Projecten in Nederland, opgesteld door Electronic Media Reporting (EMR), slechts 55 beeldplaatprojecten geïdentificeerd. Dat jaar was precies het omslagpunt van de beeldplaat naar de multimedia cd-rom.