"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



maandag 4 juni 2012

Verdomhoekje van de mediageschiedenis

Op 30 mei 2012 verscheen op de site van Villamedia een column onder de titel Verdomhoekje. De column ging over de niet beste reputatie van de internetjournalistiek met associaties als knippen, plakken, kopieren en aggregeren. De auteur Alexander Pleijter vindt het “jammer dat veel krantenjournalisten vaak denigrerend spreken over internetjournalistiek. Mogelijk kennen ze de geschiedenis van hun eigen medium niet zo goed.” Aan het einde van de column constateert hij: de internetjournalistiek zit niet alleen in het verdomhoekje van de journalistiek, maar ook in het verdomhoekje van de mediageschiedenis.

Deze constatering is zo juist. Zelf zou ik het willen verwoorden als: hoe jonger de mediageschiedenis, des te minder interesse is ervoor. Goed er zijn intussen een paar serieuze boeken over de moderne geschiedenis van de krantenjournalistiek (de Volkskrant en de Pers), over de radio-omroep (Vara) en de televisie en zelfs over Teletekst. Maar de online geschiedenis in het algemeen en de internetjournalistiek in het bijzonder heeft in Nederland nog geen geheugen.

Dank zij de reacties op de column werd het geschiedenisgeheugen van de internetjournalistiek weer even opgefrist. Zo schrijft Marko Faas: De eerste Nederlandse journalisten die exclusief voor het web werken, zaten volgens mij bij Planet (Francisco van Jole, Peter Olsthoorn en Erwin van de Zande) en World Online. Eerst nog alleen met nieuws over en op het web, maar begin 1998 (als ik het me goed herinner) heb ik de zogeheten newschannel opgetuigd. Met actueel nieuws. Deels van het ANP, maar ook live verslaggeving van de bombardementen op Kabul in 1998 en interviews zoals die met Poncke Princen. Volgens mij was ik bij World Online de eerste met een Nederlandse online nieuwssite, die niet was verbonden aan een krant, persbureau of aan teletekst.

Dan ontstaat er een discussie over het op internet gaan van de kranten. (Ik gebruik hier bewust op internet gaan in plaats van online gaan, want in het pre-internet tijdperk waren er al kranten, die online waren zoals Het Financieeele Dagblad sinds 1986 met een eigen archief en de Persdatabank sinds 1988 met dagbladen als Transport en later NRCHandelsblad).
De eerste kranten gingen experimenteel op internet via De Digitale Stad, die op 15 januari 1994 haar poorten openden. NRC Handelsblad publiceerde drie maanden lang elke dag met gebruikmaking van Gopher software. Ook Het Parool was aanwezig in de De Digitale Stad evenals het weekblad De Groene. Maar de eerste serieuze sites werden zichtbaar in 1995. Het Eindhovens Dagblad, toen nog onderdeel van VNU Dagbladen, bracht als eerste haar krant online en maakte deze o.a. toegankelijk met de Rosetta zoeksoftware van Philips (nooit meer iets van deze software gehoord). Op 1 juli 1995 keerde NRC Handelsblad terug met een eigen website op http://www.nrc.nl. Ook de website was een redactie-initiatief. NRC Handelsblad was daarmee de tweede Nederlandse krant met een eigen website, zo bevestigt Dick van Eijk.

Uit het boek Toen digitale media nog nieuw waren kan het volgende worden aangevuld. In 1995 presenteerde VNU Business Publications de site Intermediair Online. Onder de bezielende leiding van Pieter van Twisk wist een kleine pionierende redactie, gescheiden van de redactie van het weekblad, een site op te bouwen die paste bij het imago van het weekblad.

Ook Wegener ging zich roeren op het gebied van internet. Samen met omroeporganisatie Veronica startte deze uitgever in het voorjaar van 1995 de dienst Veronica Interactive Plaza (VIP). De dienst zou goedkoop en gemakkelijk moeten zijn. Veronica zou een elektronische gids, spelletjes en communicatie met radio- en televisieprogramma’s inbrengen, terwijl Wegener zou bijdragen met elektronisch nieuws en de elektronische versie van de jeugdkrant Primeur. VIP was echter geen lang leven beschoren en voor september 1995 waren de partijen alweer uit elkaar, met ruzie want er was geen contract.
Toch deed Wegener met internet zijn eerste ervaring op toen het Utrechts Nieuwsblad, onderdeel van Wegener, tijdens het Nederlands Filmfestival van 1995 in Utrecht een site met de agenda, het nieuws van het festival en een databank met filmrecensies uit de krant sponsorde. In 1995 was Planet Internet van start gegaan en boekte in korte tijd veel succes.

Dat vroeg om een antwoord van de uitgevers. Met City OnLine, een joint venture van VNU Dagbladen en Wegener, probeerde de uitgevers van regionale kranten de markt serieus aan te pakken. Deze consumentendienst was uitgedacht door Maurice de Hond voor zijn toenmalige broodheer Wegener. De formule was gebaseerd enerzijds op interactie van bewoners die in City Online een huis hadden, en op nieuws en informatie van de dagbladen anderzijds. De winst moest komen uit advertenties. Organisatorisch bestond City OnLine uit een franchiseketen van lokale digitale steden, waarvan de franchise gekocht kon worden door regionale dagbladtitels. De promotie van de site was in handen van de franchisenemer, de regionale krant. Bezoekers van City Online konden zich inschrijven voor een huis, een metafoor die reeds door DDS was gebruikt. Bewoners konden bij elkaar in de straat op bezoek gaan, aangezien de straatgenoten door de computer gekozen waren op basis van de door hun opgegeven voorkeuren en interesses. Via cookies werden ze door de computer herkend en begroet zodra zij aanlogden bij City Online. De dienst werd in oktober 1996 officieel gelanceerd in Utrecht en daarna in andere steden. Eind 1997 waren er in Nederland 1 miljoen internetgebruikers; City Online had 17 lokale digitale steden met 16.000 bewoners en dagelijks zo’n 6.000 bezoekers. Daarmee behoorde City OnLine tot de top-tien van meest bezochte Nederlandse sites. Toch werd de dienst begin 1998 opgeheven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen