"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



donderdag 24 mei 2012

Cyberpoezie

Vandaag, drie dagen na de sterfdag van de dichter P.C. Hooft (1581-1647), ontvangt Tonnus Oosterhoff de PC Hooft-prijs 2012 voor poëzie. De prijs is hem toegekend voor het gehele oeuvre. Het juryrapport geeft als oordeel: ‘Oosterhoffs poëzie is in hoge mate vernieuwend, ze heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’ Na het lezen hiervan vraag je je wel af hoe dat beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties eruit ziet. Een blik op zijn site maakt een en ander duidelijk over beweeglijkheid en sensaties. Tonnus Oosterhoff is namelijk niet een dichter die een stel gedichtenbundeltjes laat uitgeven, maar hij experimenteert ook met poëzie op het scherm, cyber poëzie, zou je het kunnen noemen.

Zijn cyber poëzie is interessant. Tonnus Oosterhoff zet niet zomaar wat gedichten op het scherm als was het een poëtisch microblog, maar hij experimenteert met de mogelijkheden van elektronische presentatie. Op zijn site zijn zes gedichten te ervaren. Elk van de gedichten heeft een andere multimediale samenstelling.

-        Na de vooruitgang. Het gedicht begint met het snelle faden van de kleuren op het scherm van zwart naar grijs en grijs naar zwart en alle grijstonen ertussen in. Het gesproken woord is als een filmverslag. Het effect van faden wordt zelfs inhoudelijk gekoppeld aan de tekst, wanneer het gaat om de ochtendstond en het zwart lichtgrijs wordt.

-       Toch is het. Onder dit gedicht wordt een stuk van Bach afgespeeld. De dichter speelt met woorden, maar niet regel na regel en niet woord na woord, maar zinnen met ruimte ertussen en woorden met willekeurige spaties ertussen. Het is behalve tekst ook een visueel spel van woorden in willekeurige volgorde.

-        Nachtkrabbel. In dit gedicht is er sprake van typografische tekst en handgeschreven tekst – ik neem aan van de auteur. De typografische tekst fades van zwart naar grijs en verdwijnt, terwijl de handgeschreven tekst soms gecorrigeerd wordt. Het lijkt op een kleien strijd tussen typografische tekst en handgeschreven tekst.

-        Drie brieven: kogelbrief, priembrief en brandbrief. Deze brieven zijn alle drie in handschrift geschreven, maar met een zekere typografische invloed bij bijv. de brandbrief. Overigens zijn de brieven geschreven in een handschrift, waarbij het handschrift van mijn huisarts een typografisch kunstwerkje is.

Aan alles komt een eind.Hierbij wordt gespeeld met een kleur achtergrond en met een video. De tekst van het gedicht is in rood en met de woorden wordt gespeeld op een regel.

   Zelfportret. Dit gedicht begint met een geschilderd zelfportret. Dan    verschijnt  er tekst die willekeurig op het scherm geplaatst wordt en langzaam wordt het geluid van slagwerk hoorbaar, waarna een ritme tussen tekst en geluid ontstaat.




Geschiedenis
Het is interessant om te zien dat de computer de literatuur begint te beïnvloeden. En het heeft lang geduurd. Het eerste teken van literatuur op een computer was in 1971, toen Michael Hart het Gutenbergproject opstartte en auteursrechtenvrije boeken, inclusief gedichtenbundels, begon over te tikken voor opslag, raadpleging en lezing op een computer.

Een paar jaar later begon de Nederlands-Amerikaanse peetvader van het e-boek, Andries van Dam (Groningen, 1938), met zijn studenten op de Brown University te experimenteren met gedichten op de computer, geen microcomputer, maar een minicomputer, waarschijnlijk een PDP van Digital met een aantal domme monitoren. Rond 2005 was hij als expert op het gebied van elektronische boeken betrokken bij de rechtszaak van de uitgeverij Random House tegen Rosetta books over auteursrechten op elektronische boeken. It is interesting that Van Dam indicates in the expert testimony that the eBook should have a dedicated storage and retrieval device: “In 1968, he (Alan Kay) articulated a new storage and retrieval device which he called the Dynabook. Kay envisioned that the Dynabook would be the size of a three-ring binder and would have a multipurpose screen that a consumer could use for both reading and writing. His vision of a Dynabook is seen by many as foreshadowing the first portable e-Book reading device and also served as a template for the personal computer.”
In his expert testimony he tells about the coinage of the word ‘e-Book’: “… by the late 1960s, computer manual for these systems, as well as other forms of technical and non-technical documentation, were store and could be retrieved and read on computer screens of various sizes and formats. Additionally,…,students in a section of a 1976 poetry at Brown University read poems and other critical materials on the computer, rather than on paper. It was after this class, in the late 1970s, that I coined the term“electronic book” from which the abbreviation eBook is derived.” This is an interesting statement. Students studied poetry from the screen. They performed actions like retrieving words, counting words and annotating poems.

Het moet vandaag wel een mooie dag zijn voor Tonnus Oosterhoff om zijn prijs van 60.000 euro in ontvangst te nemen. Maar het moet ook een mooie gedachte voor hem zijn dat hij, die nu woont in Groningen, treedt in de voetsporen van die andere Nederlander, geboren in Groningen, Andries van Dam, die studenten gedichten liet lezen op een computer.

Update 8/6/2017
Met het project C.a.p.e. Drop-Dog konden bezoekers (van Poetry International) zich door middel van virtual reality onderdompelen in de wereld van twee korte verhalen van Tonnus Oosterhoff: Drop en Dog. Uitgerust met een videobril, trackers en een hoofdtelefoon waan je je in een andere ruimte en tijd en terwijl je je voortbeweegt, ontwikkelt het verhaal zich. De combinatie van kijken, lezen, horen en bewegen heeft een impact op de leeservaring: de bezoeker voelt wat er gelezen wordt in het ‘hier en nu’. De virtuele performance is gemaakt door het Brusselse collectief CREW.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen