Posts tonen met het label Bonami. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bonami. Alle posts tonen

zondag 15 oktober 2017

Elke dag een archeologiedag


Oktober is de maand van de geschiedenis. Het is en maand vol met evenementen zoals monumentendagen, de Nacht van de geschiedenis, de Libris Geschiedenis Boekenprijs. Dit weekend zijn er de archeologiedagen. In veel plaatsen zijn oudheidkundige activiteiten gaande, georganiseerd door archeologische verenigingen, heemkunde organisaties en erfgoedhuizen. Er worden overblijfselen van oude culturen tentoongesteld of ter plekke bekeken, waarbij over het verleden wordt verteld. 

De archeologiedagen worden ook in Almere gehouden. Ondanks het feit dat de stad een geschiedenis heeft van 40+ jaren, worden er archeologische onderzoeken en vondsten gedaan. Zo zijn er in de grond sporen gevonden uit de Steentijd. Er liggen ook de nodige wrakken van schepen, die voeren op de Zuiderzee. Zo is er het Koggeschip gevonden; verschillende voorwerpen hiervan worden tentoon gesteld en rond de vindplaats is een park gemaakt. Maar ook worden er vliegtuigen uit Wereldoorlog gelocaliseerd en evt. (deels) opgegraven. Ter gelegenheid van Nationale Archeologiedagen 2017 is het boek 'De onderkant van Almere. Almeerders maken hun stad' gepresenteerd. Het boek is verkrijgbaar in het Erfgoedhuis Almere.

Archeologie vindt meestal plaats binnen de geschiedenis tot 1800. De geschiedenis na de industriële revolutie vanaf 1800 kreeg weinig aandacht, maar heeft na 2000 aan belangstelling gewonnen. Met name de Tweede Wereldoorlog en het digitale tijdperk behoren intussen tot de contemporaine  archeologie. De Tweede Wereldoorlog heeft intussen ruime museale belangstelling. Het digitale tijdperk daarentegen is nog in een aanloopfase. Zo is er het Bonami Spelcomputer museum, dat behalve een grote collectie spelcomputers ook een uitgebreid verzameling computers tentoonstelt.

Op het gebied van spellen laat Bonami goed zien wat de archeologie van digitale media inhoudt. Het museum verzamelt niet alleen de spelcomputers, de software voor deze computers en de spellen (content). De spellen worden gespeeld op originele machines zoals MSX, Acorn, Atari, maar ook Arcadetoestellen. Dat betekent dat de spellen te zien zijn op beeldschermen in de originele kleuren variërend van grijs, groen tot amber en tot de huidige beeldschermen.


Echte archeologie van digitale media wordt in Nederland gedaan in Amsterdam. Studenten van de Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam werken samen met de Waag Society, Amsterdam Museum en het Instituut voor Beeld en Geluid om de historische internetsite van De Digitale Stad te reconstrueren. De originele site betekende in 1994 de doorbraak voor consumenteninternet in Nederland. Magneetbanden en hardware werden opgediept uit stoffige archieven. Maar voordat de site weer gepresenteerd kan worden moet het nodige gedaan worden aan de presentatie. Want wordt de snelheid van de transmissie aangepast, die in 1994 ruim onder 1Mb zat. Hoe snel of liever hoe langzaam wisselen de beelden; intern geheugen was in 1994 was klein en zeker geen solid state met honderden Mb's. De eerste resultaten van deze archeologische activiteit zullen waarschijnlijk in 2018 te zien zijn in het Amsterdam Museum en later online.

Behalve instanties die zich bezighouden met de archeologie van digitale media zijn er ook particulieren, die zich bezighouden met het bewaren van computers. Het mooiste particulier museum, zeker qua naamgeving, in Winssen bij Nijmegen is het Tehuis voor Bejaarde Computers met o.a. 16 bit minicomputers van Digital Equipment Computers (DEC); een pdp 11 was de eerste computer die ik ooit zag in de jaren zeventig.
 
En er zijn de nodige liefhebbers van retrocomputers. Ik heb, als zelfbenoemde curator van pre-internet, niet alleen een verzameling van oude computers, modems, telefoons, e-readers en videotex monitors, maar ook van digitale content producten op floppy disk, CD-ROM’s, CDi’s en DVD’s (ca. 500 stuks). De collectie moet ooit eindigen in een virtueel museum op internet. 
En dan is elke dag een archeologiedag!

Hieronder de 35 floppies en CD's vanaf 1984 uit de Collectie Jak Boumans

dinsdag 12 juli 2016

De Digitale Stad gaat weer herleven

De kennis van de geschiedenis van digitalisering is oppervlakking. In gastcolleges vraag ik studenten wel eens naar hun eerste computer, hun eerste bankrekening, hun eerste e-mail, hun eerste mobiele telefoon, hun eerste appie en met wie. De komst van de mobiele telefoon kunnen ze meestal nog wel herinneren, maar de eerste computer (nee, geen my first Sony!). 

Digitale archeologie 
Nu is er ook weinig van de digitale geschiedenis in Nederland te ervaren. Als het al iets dan gaat het voornamelijk over hardware, computers van mainframe, PC’s en draagbare computers. Er zijn weinig historische programma’s te ervaren. Gelukkig is er het Nederlands Instituut voor Games en Computers in Zwolle. M.n. in het Gamesmuseum, ook wel bekend als het Bonami Spel museum, geeft een goede beleving van spellen sinds de digitalisering. Maar een echte belving van bijvoorbeeld de eerste sites van internet was tot nu toe onmogelijk. Maar dat zal niet lang meer duren.   

De Digitale Stad (DDS)
Onlangs werd in het Amsterdam Museum een voorvertoning gegeven van site De Digitale Stad, die op 15 januari 1994 in Amsterdam van start ging en de eerst stimulans  voor consumenten internet in Nederlands was. Het was een project van het politiek-cultureel centrum De Balie en xs4all, naar het voorbeeld van de Free-Nets in Noord-Amerika. Aanleiding waren de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 1994. Behalve via de plaatselijke televisie-, radio- en gedrukte media, zou via De  Digitale Stad een publieksdebat plaatsvinden. De metafoor van een virtuele stad werd gekozen om het karakter van het publieke domein van DDS  te benadrukken. Na eerst tekstuele informatie- en  communicatiediensten aangeboden te hebben, werd op 15 oktober 1994 overgegaan naar een grafi sche interface op het World Wide Web. De organisatie kreeg geld van de gemeente Amsterdam voor het opzetten van een site. Om het debat in forums aan te wakkeren was er natuurlijk publieke belangstelling nodig. En die kreeg DDS op radio en televisie en in de schrijvende pers. Marleen Stikker werd de virtuele burgemeester van dds en stond de media te woord. En aan de poorten stonden duizenden potentiële internetters van buiten Amsterdam te dringen om via een inbelverbinding toegang te krijgen tot dds. Na zes weken telde het project al meer dan tienduizend geregistreerde gebruikers. Niet alleen internet aanbieder xs4all was verrast door de belangstelling, maar ook lijnenboer PTT Telecom (citaat uit: Toen digitale media nog nieuw waren, pg. 250).

Virtuele beleving
Iets van de eerste opwinding uit 1994 zal in het najaar terug te voelen zijn, wanneer DDS versie 4.0 te beleven is. Zoals men nu nog steeds door Pompei kan lopen en een Romeinse stad kan ervaren, zo zal men dan ook de eerste Nederlandse virtuele stad kunnen bezoeken en herbeleven, voorzien van een plattegrond.
De voorvertoning van DDS versie 3.0 was onderdeel van het project ‘DDS herleeft’, een initiatief van het Amsterdam Museum, De Waag Society, UvA and Beeld en Geluid. De originele bestanden zijn teruggevonden in het DDS archief, dat in het bezit is van het Amsterdam Museum. Het bestand is 10Mb en stond op een harde schijf. Deze heeft 20 jaar opgeslagen gelegen. Van het bestand hebben informaticastudenten van de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) twee versies gemaakt: één met alle gegevens en een replica. DDS versie 4.0 zal een emulatie zijn  die helemaal nieuw is geprogrammeerd 'om een hedendaags, stabiel en beveiligd functioneren mogelijk te maken'. In die versie zal men een avatar kunnen kiezen en door de stad kunnen verplaatsen van café naar postkantoor en bibliotheek via de metro. 

20 jaar terug in de tijd 
‘DDS herleeft’ is een eerste webarcheologisch project, waarmee men terug kan naar internet zoals het was tussen 1994 en 1996. Daarmee kunnen we zo'n twee decennia terugkijken. Het zou mooi zijn als we nu ook de eerste online publieksdienst Viditel van 1980 zouden kunnen nabouwen en online beschikbaar stellen, zodat men kan voelen hoe het was om via videotex informatie tot zich te nemen. Misschien heeft het ex PTT museum, het Museum voor Communicatie, of de opvolger van PTT nog een paar tapes liggen.

woensdag 30 juli 2014

Reacties voorstel Erfgoedwet

De deadline van de internetconsultatie voor de nieuwe Erfgoedwet is zo’n veertien dagen geleden gepasseerd. De internetconsultatie heeft 79 openbare reacties opgeleverd; gezien de aandacht voor het onderwerp een zeer bescheiden aantal. De reacties komen uit verschillende hoeken. Natuurlijk komen er reacties van musea (Rijks-, film-), archeologie-instellingen en gemeenten. Ruim vertegenwoordigd is de botenwereld. In een reactie uit de hoek van het mobiele erfgoed wordt gesteld dat mobiel erfgoed er bekaaid vanaf komt in het wetsvoorstel. Dat is niet verwonderlijk, want de nieuwe wet kijkt vooral naar het traditionele erfgoed in rijksbeheer en heeft nog weinig oog voor nieuwe erfgoedgebieden.

Een gebied als digitaal erfgoed komt er echt bekaaid vanaf. In het wetsvoorstel komt het woord digitaal niet eens voor. In de memorie van toelichting komt het woord slechts vier keer voor en dan nog in een museale en administratieve context. Qua reacties op het wetsvoorstel zijn er twee reacties (van de 79) van instanties, die zich bezighouden met digitale duurzaamheid van erfgoed informatie. Zo is er een voorstel om het e-Depot Nederlandse Archeologie onder te brengen bij Data Archiving and Networked Services (DANS), een activiteit van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW). Een andere, te verwachtte, reactie komt van de Digitaal Erfgoed Nederland (DEN), een stichting, die meer aandacht vraagt voor het belang van ICT-standaardisatie en informatiebeleid voor behoud en gebruik van digitaal cultureel erfgoed.

Wanneer gesproken wordt over digitaal cultureel erfgoed, dan wordt dus eigenlijk gesproken over digitale duurzaamheid in de sector cultuur (zie DEN rapport Nationale Verkenning Digitale Duurzaamheid; juni 2009). Digitale duurzaamheid omvat de volgende gebieden:
Born digital erfgoed: erfgoedmateriaal dat van origine al digitaal is, zoals elektronische archieven, digitale kunst of foto’s die met digitale camera zijn gemaakt;
Gedigitaliseerd erfgoed: erfgoed dat van origine niet digitaal is, maar waarvan met digitalisering een reproductie is gemaakt;
Digitale informatie over erfgoed, bijvoorbeeld beschrijvingen, detailfoto’s of digitale reconstructies van het erfgoedobject; de informatie wordt meestal in een geordende vorm (bijv. een database) beschikbaar gesteld.
Digitaal in de context van het DEN rapport is een nogal generieke term en betekent eigenlijk: duurzaam dankzij digitale opslag, zodat kan worden geadministreerd en digitaal getoond.

Meer specifiek valt onder deze term hardware, software, media en contentproducten (born digital erfgoed). Jammer dat de Stichting Computer Erfgoed Nederland (SCEN; site wordt vernieuwd) en de Stichting Telecommunicatie Erfgoed Nederland geen reacties hebben ingestuurd om in de Memorie van Toelichting de term digitaal erfgoed nader te specificeren als digitale duurzaamheid van erfgoed en het nieuwe gebied van digitaal erfgoed, dekkend het ICT gebied, bestaande uit hardware, software, media en content- en archiefproducten.

Het gebied van digitaal erfgoed is een opkomend gebied en verdient aandacht. Er zijn een paar rijks- en gemeentelijke instellingen, die reeds het woord digitaal erfgoed kunnen spellen. Uiteraard zijn dat de rijksinstellingen Koninklijke Bibliotheek (met e-Depot en KB Webarchief) en het Nationaal Archief (Archief 2020) voor content- en archiefproducten en -diensten. Op het gebied van hardware hebben een paar universiteiten (Universiteit van Amsterdam, Universiteit van Groningen, TH Delft) hardware verzamelingen evenals het Museon, dat een collectie PCs van 1975 tot 1992 in depot heeft. Qua content heeft bijvoorbeeld het Amsterdam Museum het archief van de Digitale Stad in beheer. Maar de grotere verzamelingen hardware zijn in particulier beheer zoals Stichting Computermuseum, Stichting Telecommunicatie Erfgoed Nederland en Het Tehuis voor Bejaarde Computers, maar ook instellingen en bedrijven als ING, IBM, Belasting- en Douanemuseum. Behalve hardware worden ook spellen bewaard o.a. in Bonami Spelcomputermuseum in Epe. Kortom lovenswaardige initiatieven, maar onvoldoende voor het behoud van erfgoed. Voor dit digitaal erfgoed is er geen virtuele noch een fysieke centrale plaats in Nederland.
 


Bovendien moet geconstateerd worden, dat veel materiaal uit het ICT verleden reeds verdwenen is. Van de eerste publieke informatiedienst in Nederland, Viditel van de PTT, is geen site (of hoe heette de driecijferige rubriek ook al weer?) meer over; slechts een paar foto’s en een paar Viditelgidsen bij het Museum voor Communicatie geven een idee van de dienst. Wat is er over van de in Nederland geproduceerde beeldplaten, CD-ROMs, CD-i’s en elektronische boeken op minidisk?  Heeft de KB de eerste roman in het Nederlands op internet, Roes der Zinnen van Marcel Bullinga of de eerste proef DVD met de film The Netherlands van cineast Bert Haanstra, geproduceerd door ODME in 1995?

Natuurlijk kan niet alles opgeslagen worden. Hardware modellen volgen elkaar snel op. Tenslotte waren de eerste PCs beschikbaar vanaf 1975 en nu zijn er nu meer tabletten dan PCs. Maar ook de opslagmedia hebben een snelle opmars gemaakt: hard disc, floppy discs in verschillende maten, CD-ROM en USB. En van Internet 1.0 zijn we naar internet 2.0 gegaan en hebben internet 3.0 geprobeerd, maar die nummering werkt al niet meer.  En al die verschillende versies van internetsites. Duidelijk is dat er selecties gemaakt moeten worden, maar er moet ook ruimte zijn om de selectie tentoon te stellen en de verhalen over pre-internet en internet te kunnen vertellen.

Voor reacties van instellingen die oproepen in de Erfgoedwet meer aandacht te besteden aan digitale duurzaamheid, born digital erfgoed en standaardisatie, waaronder DANS, EYE, Kunsten'92 en het Rijksmuseum, zie https://www.internetconsultatie.nl/erfgoedwet/reacties. Maar lees ook het blogbericht van DEN.

maandag 1 juli 2013

Digitaal erfgoed

Af en toe verschijnt er een berichtje in de krant dat er weer één van de eerste Apple computers onder de hamer gaat. Zo ook deze maand. Waarschijnlijk wordt voor een kleine half miljoen weer een eerste Apple geveild.

In Nederland zijn er gelukkig al een paar onderkomens voor digitaal erfgoed, bijvoorbeeld de stichting Computermuseum en Game Museum Amsterdam of Bonami Spelcomputer Museum. En onlangs werd er de tentoonstelling Save as://erfgoed over in Nederland gebouwde mainframes, grote computers, geopend.

1. Auteur aan het werk op een Apple IIe (1980); 2. Radio Shack Tandy Model 100 laptop. Beide opnamen en artefacten collectie Jak Boumans.



Jammer genoeg is er te weinig geld om een echt museum op te zetten, waar digitaal erfgoed als hardware, softwarepakketten, digitale producten en de eerste internetsites ten toon worden gesteld. Maar wie weet komt dit nog een keer. Zo was er vroeger het Omroepmuseum, gerund door (meestal gepensioneerde) enthousiastelingen. Maar na bijna 60 jaar staat er nu in Hilversum het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.

3. Speak&Spell; 4. The Hitchhiker's Guide to the Galaxy voor een Commodore 64. Beide opnamen en artefacten collectie Jak Boumans.




Als 60 jaar een norm is voor de erkenning van digitaal erfgoed dan is er nog een lange weg tot 2030 te gaan. Intussen zal er dan veel weggegooid zijn aan digitaal erfgoed zoals met name tussen de periode van 1980 en 1994 is gebeurd.

5. Videodisk van de Koninklijke Bibliotheek; 6. Sony EBG e-reader met twee Nederlndse uitgaven (1994). Beide opnamen en artefacten collectie Jak Boumans.








Zelf heb ik een twee vitrinekasten met digitaal erfgoed. Een Applemachine, maar niet een uit 1976; slechts een Apple IIe, die nog in ruime mate aanwezig zijn. Voorlopig heb ik mij toegelegd op uitzonderlijke apparaten zoals mijn eerste (nog werkende) laptop uit 1983 en optische media zoals beeldplaat, CD-ROM en CD-I. En een eerste digitaal leermiddel, de Speak & Spell van Texas Instruments, met een van de eerste sprekende chips. Maar echt trots ben ik op de eerste e-reader van Sony uit 1993 met een paar e-boeken zoals Het Groene Boekje, Van Dale Elektronisch Handwoordenboek Engels en Hotels en Restaurants in Nederland. Het is grappig om te zien dat e-boeken nu pas en vogue beginnen te raken. Je ziet ze intussen op vliegvelden, aan het strand en in het ziekenhuis.

Het duurt nog wel even, maar de antiekbranche zal ook een tak digitaal erfgoed krijgen. Zakelijk zou je moeten hopen dat er veel wordt weggegooid, maar er moet toch wel een selectie overblijven die illustreert hoe de machines, de software en de digitale producten en diensten eruit zagen. Maar de selectie zou ook moeten laten zien hoe dit digitale erfgoed het leven grondig veranderde.