Posts tonen met het label digitaal erfgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label digitaal erfgoed. Alle posts tonen

maandag 4 februari 2019

Gemeente Almere ruikt aan virtueel erfgoed

Op 31 januari mocht ik in het Erfgoedhuis van de gemeente Almere een lezing gehouden onder titel Graven tussen enen en nullen. Tijdens het maandelijks Erfgoedcafé onder auspiciën van het gemeentelijk Bureau Archeologie en Monumenten worden lezingen gehouden over ondergrondse archeologie en bovengronds erfgoed. Ondanks dat Almere pas 42 jaar oud is, valt er te graven naar nederzettingen, schepen en vliegtuigen uit de tweede wereldoorlog. Bovengronds zijn er monumenten uit de pionierstijd in Almere Haven zoals het Politiebureau gebouwd onder architectuur van Rem Koolhaas, ligt er een haven voor varend erfgoed en wordt er gewerkt aan een plaats voor poldererfgoed zoals landbouwmachines. Maar heeft Almere ook virtueel erfgoed?

Deze vraag werd gesteld naar aanleiding van het 25 jubileum van de lancering van De Digitale Stad (DDS) in Amsterdam. Was er enige navolging in Almere? Zo ja, waren er nog enige overblijfselen zoals webpagina’s of moet er nog graafwerk worden gedaan à la het webarcheologisch project Re: DDS? 

Almere digitaal 
Graafwerk in de oude sites, Internet Archive en krantendatabank Delpher geven een aantal aanwijzingen. Het zoeken beperkt zich niet tot de gemeente Almere, maar breidt zich ook uit tot de regio Flevoland. In het Hack-Tic archief komt Flevoland in beeld in relatie tot DDS. Tijdens het zomerkamp van de Hack-Tic beweging in het Larserbos bij Lelystad ontmoeten mensen als Rop Gongrijp (Hack-Tic) en Felipe Rodriques (directeur XS4ALL) Marleen Stikker (de Balie) en wordt er het idee van DDS geboren.

Na de lancering van DDS schieten er digitale steden en dorpen evenals digitale regio’s uit de grond. Zo ook in Almere, waar in februari 1996 een groep vrijwilligers over Digitaal Almere praat. Er vormt zich een stichting met een bestuur en vanaf mei 1996 worden er internetpagina’s geproduceerd. In Internet Archive verschijnt de eerste pagina net voor het einde van het jaar en een tweede in januari 1997. De stichting Digitaal Almere bestaat nog, maar in verschillend gedaanten: dial.nl en blog.almere.nl.

Maar in de regio werd een ander plan uitgedacht: Flevonet. Deze digitale regio zou de steden in Flevoland zoals Lelystad, Dronten, Zeewolde en Almere omvatten. Via de krantendatabank Delpher was de lancering van het initiatief vast te stellen op maart 1996. De organisatie kreeg 350.000 gulden van de Europese Gemeenschap en beloofde gratis internet. Via Internet Archive was er een pagina van Almere op Flevonet te achterhalen. In september 1997 ging Flevonet ter ziele.

De digitale steden en digitale regio's kwamen en verdwenen weer. Ze kregen concurrentie van de dagbladen van Wegener en VNU, die ook een digitale-stadsconcept City Online uitprobeerden. En de gemeenten begonnen hun URL te claimen. In 1997 stelde de gemeente Almere haar URL zeker en begon met een gemeentelijke site. Internet Archive legde vanaf februari 1998 voor het eerst een pagina vast.Tot eind 2018 zijn er 777 pagina's vastgelegd. 

Digitaal erfgoed 
De speurtocht naar digitaal erfgoed in de gemeente Almere is begonnen. Het Stadsarchief was er eigenlijk al mee begonnen. Daar legt men periodiek internetpagina’s vast. Bovendien heeft Stadsarchief een databank Digitaal Erfgoed, waarin zowel digitaal geconverteerde documenten en foto’s als born-digital materiaal worden opgeslagen. 

Digitale transitie 
Toen het concept van Digitale Stad nog nieuw was, schreef Marleen Stikker in het voorwoord van het Handboek Digitale Steden: “In een digitale stad is het ‘publiek domein’ het leidende beginsel. Free-nets en digitale steden zijn systemen die de burgerij, maatschappelijke organisaties en het midden- en kleinbedrijf een stoel op de eerste rij verschaffen. Een digitale stad is laagdrempelig en geeft een mogelijkheid om te experimenteren en zonder veel investeringen ervaring op te doen met nieuwe technologie. Niet alleen kunnen burgers op deze wijze worden voorzien van een toegang tot de informatie-infrastructuur, ook kunnen er nieuwe markten worden verkend en ontwikkeld”.

Na Digitaal Almere en Almere/Flevonet begon de gemeente Almere haar eigen informatievoorziening. Maar na 25 jaar is het begrip digitale stad geëvolueerd. Hield De Digitale Stad zich bezig met de publieke ruimte en digitale informatie, nu houdt Almere zich als gemeente bezig met Smart City. In november 2013 is het initiatief NL-Smart-Cities binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestart, waarbij de initiatiefnemers het concept Smart Cities als kans zien om maatschappelijke opgaven in stedelijke gebieden aan te pakken en de economische concurrentiekracht te vergroten. Men ziet de explosieve groei in stedelijke regio’s als een belangrijke drijver om de ontwikkeling in lokale informatie- en communicatietechniek te sturen en te gebruiken om lokale vraagstukkenzoals congestie, vergrijzing, armoede, leegstand, slechte luchtkwaliteit en gespannen sociale verhoudingen op te lossen.

Intussen heeft Almere een directeur van de gemeente eenheid Digitale Stad en Innovatie. Almere geeft als eerste stad de digitale transitie een plaats in de concerndirectie en loopt daarmee vooruit. In de eigen woorden van de nieuwe directeur dr. Frans Jorna: “De systeemsprong die Almere doormaakt is dé kans om digitale innovatie voor en vanuit een stad vorm te geven. Het ‘Internet of Things’, big data, virtual reality en blockchain maken het mogelijk de kennis en kunde en het realisatievermogen van de inwoners van Almere en haar bedrijven heel direct te betrekken bij de opgaven van de stad”.   

woensdag 30 juli 2014

Reacties voorstel Erfgoedwet

De deadline van de internetconsultatie voor de nieuwe Erfgoedwet is zo’n veertien dagen geleden gepasseerd. De internetconsultatie heeft 79 openbare reacties opgeleverd; gezien de aandacht voor het onderwerp een zeer bescheiden aantal. De reacties komen uit verschillende hoeken. Natuurlijk komen er reacties van musea (Rijks-, film-), archeologie-instellingen en gemeenten. Ruim vertegenwoordigd is de botenwereld. In een reactie uit de hoek van het mobiele erfgoed wordt gesteld dat mobiel erfgoed er bekaaid vanaf komt in het wetsvoorstel. Dat is niet verwonderlijk, want de nieuwe wet kijkt vooral naar het traditionele erfgoed in rijksbeheer en heeft nog weinig oog voor nieuwe erfgoedgebieden.

Een gebied als digitaal erfgoed komt er echt bekaaid vanaf. In het wetsvoorstel komt het woord digitaal niet eens voor. In de memorie van toelichting komt het woord slechts vier keer voor en dan nog in een museale en administratieve context. Qua reacties op het wetsvoorstel zijn er twee reacties (van de 79) van instanties, die zich bezighouden met digitale duurzaamheid van erfgoed informatie. Zo is er een voorstel om het e-Depot Nederlandse Archeologie onder te brengen bij Data Archiving and Networked Services (DANS), een activiteit van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW). Een andere, te verwachtte, reactie komt van de Digitaal Erfgoed Nederland (DEN), een stichting, die meer aandacht vraagt voor het belang van ICT-standaardisatie en informatiebeleid voor behoud en gebruik van digitaal cultureel erfgoed.

Wanneer gesproken wordt over digitaal cultureel erfgoed, dan wordt dus eigenlijk gesproken over digitale duurzaamheid in de sector cultuur (zie DEN rapport Nationale Verkenning Digitale Duurzaamheid; juni 2009). Digitale duurzaamheid omvat de volgende gebieden:
Born digital erfgoed: erfgoedmateriaal dat van origine al digitaal is, zoals elektronische archieven, digitale kunst of foto’s die met digitale camera zijn gemaakt;
Gedigitaliseerd erfgoed: erfgoed dat van origine niet digitaal is, maar waarvan met digitalisering een reproductie is gemaakt;
Digitale informatie over erfgoed, bijvoorbeeld beschrijvingen, detailfoto’s of digitale reconstructies van het erfgoedobject; de informatie wordt meestal in een geordende vorm (bijv. een database) beschikbaar gesteld.
Digitaal in de context van het DEN rapport is een nogal generieke term en betekent eigenlijk: duurzaam dankzij digitale opslag, zodat kan worden geadministreerd en digitaal getoond.

Meer specifiek valt onder deze term hardware, software, media en contentproducten (born digital erfgoed). Jammer dat de Stichting Computer Erfgoed Nederland (SCEN; site wordt vernieuwd) en de Stichting Telecommunicatie Erfgoed Nederland geen reacties hebben ingestuurd om in de Memorie van Toelichting de term digitaal erfgoed nader te specificeren als digitale duurzaamheid van erfgoed en het nieuwe gebied van digitaal erfgoed, dekkend het ICT gebied, bestaande uit hardware, software, media en content- en archiefproducten.

Het gebied van digitaal erfgoed is een opkomend gebied en verdient aandacht. Er zijn een paar rijks- en gemeentelijke instellingen, die reeds het woord digitaal erfgoed kunnen spellen. Uiteraard zijn dat de rijksinstellingen Koninklijke Bibliotheek (met e-Depot en KB Webarchief) en het Nationaal Archief (Archief 2020) voor content- en archiefproducten en -diensten. Op het gebied van hardware hebben een paar universiteiten (Universiteit van Amsterdam, Universiteit van Groningen, TH Delft) hardware verzamelingen evenals het Museon, dat een collectie PCs van 1975 tot 1992 in depot heeft. Qua content heeft bijvoorbeeld het Amsterdam Museum het archief van de Digitale Stad in beheer. Maar de grotere verzamelingen hardware zijn in particulier beheer zoals Stichting Computermuseum, Stichting Telecommunicatie Erfgoed Nederland en Het Tehuis voor Bejaarde Computers, maar ook instellingen en bedrijven als ING, IBM, Belasting- en Douanemuseum. Behalve hardware worden ook spellen bewaard o.a. in Bonami Spelcomputermuseum in Epe. Kortom lovenswaardige initiatieven, maar onvoldoende voor het behoud van erfgoed. Voor dit digitaal erfgoed is er geen virtuele noch een fysieke centrale plaats in Nederland.
 


Bovendien moet geconstateerd worden, dat veel materiaal uit het ICT verleden reeds verdwenen is. Van de eerste publieke informatiedienst in Nederland, Viditel van de PTT, is geen site (of hoe heette de driecijferige rubriek ook al weer?) meer over; slechts een paar foto’s en een paar Viditelgidsen bij het Museum voor Communicatie geven een idee van de dienst. Wat is er over van de in Nederland geproduceerde beeldplaten, CD-ROMs, CD-i’s en elektronische boeken op minidisk?  Heeft de KB de eerste roman in het Nederlands op internet, Roes der Zinnen van Marcel Bullinga of de eerste proef DVD met de film The Netherlands van cineast Bert Haanstra, geproduceerd door ODME in 1995?

Natuurlijk kan niet alles opgeslagen worden. Hardware modellen volgen elkaar snel op. Tenslotte waren de eerste PCs beschikbaar vanaf 1975 en nu zijn er nu meer tabletten dan PCs. Maar ook de opslagmedia hebben een snelle opmars gemaakt: hard disc, floppy discs in verschillende maten, CD-ROM en USB. En van Internet 1.0 zijn we naar internet 2.0 gegaan en hebben internet 3.0 geprobeerd, maar die nummering werkt al niet meer.  En al die verschillende versies van internetsites. Duidelijk is dat er selecties gemaakt moeten worden, maar er moet ook ruimte zijn om de selectie tentoon te stellen en de verhalen over pre-internet en internet te kunnen vertellen.

Voor reacties van instellingen die oproepen in de Erfgoedwet meer aandacht te besteden aan digitale duurzaamheid, born digital erfgoed en standaardisatie, waaronder DANS, EYE, Kunsten'92 en het Rijksmuseum, zie https://www.internetconsultatie.nl/erfgoedwet/reacties. Maar lees ook het blogbericht van DEN.

maandag 1 juli 2013

Digitaal erfgoed

Af en toe verschijnt er een berichtje in de krant dat er weer één van de eerste Apple computers onder de hamer gaat. Zo ook deze maand. Waarschijnlijk wordt voor een kleine half miljoen weer een eerste Apple geveild.

In Nederland zijn er gelukkig al een paar onderkomens voor digitaal erfgoed, bijvoorbeeld de stichting Computermuseum en Game Museum Amsterdam of Bonami Spelcomputer Museum. En onlangs werd er de tentoonstelling Save as://erfgoed over in Nederland gebouwde mainframes, grote computers, geopend.

1. Auteur aan het werk op een Apple IIe (1980); 2. Radio Shack Tandy Model 100 laptop. Beide opnamen en artefacten collectie Jak Boumans.



Jammer genoeg is er te weinig geld om een echt museum op te zetten, waar digitaal erfgoed als hardware, softwarepakketten, digitale producten en de eerste internetsites ten toon worden gesteld. Maar wie weet komt dit nog een keer. Zo was er vroeger het Omroepmuseum, gerund door (meestal gepensioneerde) enthousiastelingen. Maar na bijna 60 jaar staat er nu in Hilversum het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.

3. Speak&Spell; 4. The Hitchhiker's Guide to the Galaxy voor een Commodore 64. Beide opnamen en artefacten collectie Jak Boumans.




Als 60 jaar een norm is voor de erkenning van digitaal erfgoed dan is er nog een lange weg tot 2030 te gaan. Intussen zal er dan veel weggegooid zijn aan digitaal erfgoed zoals met name tussen de periode van 1980 en 1994 is gebeurd.

5. Videodisk van de Koninklijke Bibliotheek; 6. Sony EBG e-reader met twee Nederlndse uitgaven (1994). Beide opnamen en artefacten collectie Jak Boumans.








Zelf heb ik een twee vitrinekasten met digitaal erfgoed. Een Applemachine, maar niet een uit 1976; slechts een Apple IIe, die nog in ruime mate aanwezig zijn. Voorlopig heb ik mij toegelegd op uitzonderlijke apparaten zoals mijn eerste (nog werkende) laptop uit 1983 en optische media zoals beeldplaat, CD-ROM en CD-I. En een eerste digitaal leermiddel, de Speak & Spell van Texas Instruments, met een van de eerste sprekende chips. Maar echt trots ben ik op de eerste e-reader van Sony uit 1993 met een paar e-boeken zoals Het Groene Boekje, Van Dale Elektronisch Handwoordenboek Engels en Hotels en Restaurants in Nederland. Het is grappig om te zien dat e-boeken nu pas en vogue beginnen te raken. Je ziet ze intussen op vliegvelden, aan het strand en in het ziekenhuis.

Het duurt nog wel even, maar de antiekbranche zal ook een tak digitaal erfgoed krijgen. Zakelijk zou je moeten hopen dat er veel wordt weggegooid, maar er moet toch wel een selectie overblijven die illustreert hoe de machines, de software en de digitale producten en diensten eruit zagen. Maar de selectie zou ook moeten laten zien hoe dit digitale erfgoed het leven grondig veranderde.
 

vrijdag 24 mei 2013

Digitaal erfgoed

De Digitale Expo is een onderdeel van '<Save as:// erfgoed> - de buitenbeentjes van Nederlandse computergeschiedenis', een tentoonstelling die vanaf 24 mei 2013 te zien is in gebouw 904 op het Science Park in Amsterdam.

De tentoonstelling is samengesteld door een groep studenten die het vak Tentoonstellingspracticum aan de UvA volgen. De tentoonstelling loopt tot 27 september en is geopend van maandag t/m vrijdag van 7.00 tot 22.00 uur, en zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur. De toegang is gratis.
 
Deze tentoonstelling richt zich op de buitenbeentjes van de Nederlandse computergeschiedenis en de computererfgoed collectie van de Universiteit van Amsterdam.
Op de tentoonstelling zijn oude computers tentoongesteld, waaronder de ARMAC, een computer die berekeningen maakte voor de Deltawerken.

Langzamerhand wordt de waarde van computers als erfgoed onderkend. Dat geldt ook voor die oude computer die u bewaart. Parallel aan de tentoonstelling kunt foto's van uw computer op zolder op Facebook posten en vertellen wat voor soort computer het is, waar u deze bewaart en waarom u dat doet. Ga naar Save as://erfgoed.

Overigens bestaat er in Nederland een Stichting Computer Erfgoed Nederland (SCEN).