Posts tonen met het label PTT Telecom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label PTT Telecom. Alle posts tonen

zaterdag 26 februari 2022

Ditzitel: de dienst en zijn naamgever

 Vandaag viert de nieuwe-mediaveteraan Gustaaf van Ditzhuijzen zijn 70ste verjaardag.  Wie zijn naam googled vindt de indicatie Adviseur energie- en telecom – Ditzitel. Nu is Ditzitel een bedrijfsnaam, maar ooit was het in het pre-internet tijdperk een naam voor een online dienst. De dienstennaam roept vaak een reactie op over een mislukt experiment van een inmiddels opgeheven uitgeverijconcern. Maar terugkijkend in deze periode maakte de technologie toegepast door ir. Gustaaf van Ditzhuizen een dienstenconcept mogelijk, dat thans in internet doodnormaal gevonden.

Van Ditzhuijzen kwam uit de telecomhoek, waar hij o.a. had gewerkt voor Philips, toen deze zich nog een divisie had, die zich bezighield met computers en telecomproducten. Hij deed o.a. ervaring op met telecom in het Midden-Oosten. 

In 1984 begon hij bij het nieuwe media laboratorium van VNU-tijdschriftengroep, de eigenaar van bladen als Magriet,en Libelle. De bedreiging door nieuwe media van de advertentiemarkt en de nieuwe interactieve mogelijkheden via telecom waren aanleiding om een laboratorium op te zetten. VNU Tijdschriftengroep had wel enige ervaring opgedaan met videotex door het opzetten van een Viditeldienst, maar hief de dienst op na het proefjaar in 1981 vanwege hoge kosten. Maar de in 1984 gevormde groep VNU Nieuwe Media zocht de uitbreiding in kabel televisie met programma’s op afroep en interactieve diensten. 

Techneut Van Ditzhuijzen bracht een technische toepassing in die kabeltelevisie grondig zou veranderen. In het Middel-Oosten had hij de werking DTMF (dual-tone multi-frequency) geleerd. Door dit systeem toe te passen op in kabelland kon het gebruikt worden om numerieke opdrachten te versturen. Aangezien videotex toegankelijk was via paginanummers, kon een abonnee via de toetsen op de vaste telefoon de dienst bereiken en interactief informatie opvragen, maar ook transacties en bestellingen doen. Terwijl de PTT Telecom druk bezig was met promoten van het duurdere Viditelsysteem, dat via de telefoon liep, ontwikkelde VNU een goedkoper kabelsysteem. 

Deze telecomtoepassing was de basis voor de interactieve teletekstdienst via de kabel. Met deze technologie werd een nieuwe dienst opgezet met de naam Ditzitel. Deze dienst wilde niet alleen informatie aanbieden à la Viditel, maar ook interactief nieuwe mogelijkheden verkennen zoals online winkelen. 

 Dit concept werd uitgewerkt en in 1986 werd de lancering van Ditzitel aangekondigd.

 


 


 


 

 

Ditzitel werd in september 1985 gepresenteerd tijdens de Firato in de RAI in Amsterdam. 

Gustaaf van Ditzhuijzen (Links)
 

 

 

 

 

 

 

De dienst zou worden aangeboden op het kabelnetwerk van Amsterdam (KTA). De kosten voor een abonnement zouden ƒ 2,50 per maand gaan bedragen. Daar kwamen nog wel de lokale belkosten bij. 

Maar de lancering van de dienst in het voorjaar van 1986 werd uitgesteld wegens technische problemen. Bovendien had het experimentele kabelnetwerk in Zuid-Limburg (Maastricht, Heerlen, Kerkrade, Sittard en Geleen) ook behoefte aan een goed dienstenconcept en werd een combinatie met project Zuid-Limburg aangegaan. 

Een datum voor de nieuwe lancering werd gesteld op 20 maart 1987. 

 

Maar weer ging de lancering niet door.Softwareproblemen en lauwe marketing reactie en achterblijven van abonnementen werden als redenen aangevoerd. VNU had bovendien haar eigen redenen om het nieuwe media laboratorium op te heffen, besloot de stekker uit het project te trekken en 23 miljoen gulden af te schrijven.

 Werkend systeem 

Het Ditzitelsysteem werd afgedaan als een falend systeem. Maar in 1988 werd het weer opgepakt om naast de diensten van het Zuid-Limburg project plaatselijke diensten op te zetten onder de naam RITS (Regionale Interactieve Teletekst Services) in Twente, Tilburg, Den Haag. In 1989 werden de RITS diensten ondergebracht in de parapludienst van Videotex Nederland. Maar een lang leven was deze dienst niet beschoren door de opkomst van internet. In 1997 werd Videotex Nederland als dienst opgeheven door PTT Telecom ten faveure van Planet Internet.

donderdag 6 juli 2017

Chriet Titulaer verdween in het wormgat

Op 23 april 2017 overleed Chriet Titulaer. Er is naar aanleiding van zijn dood veel over hem geschreven en gezegd op radio en televisie, op de schandelijke DWDD uitzending na.


Onlangs zat ik met een astronomie redacteur te praten over hem en deze gaf aan dat Chriet Titulaer  in 1997 al zijn biografie had geschreven. Dat was in het jaar dat hij gas terugnam vanwege zijn ziekte en eens terug te kijken. Het werd een boek met de titel Mijn biografie, dat 192 pagina’s telt, rijkelijk is geïllustreerd en werd uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Tirion in Baarn. Via Bol.com zijn een aantal exemplaren van het boek via wederverkopers te koop voor belachelijke prijzen tussen 82 euro en 124,70 euro, exclusief een bijdrage van 1,99 euro in de verzendkosten.


Chriet Titulaer loopt in het boek door zijn wonderlijke leven heen. Als HBS leerling stond hij ’s morgens voor het naar school gaan augurken te plukken en ’s middags na school tomaten te sorteren. In 1997 constateert hij dat hij zo’n 60 boeken heeft geschreven met een gezamenlijke oplage van 1.240.000 exemplaren en ruim 2600 artikelen* (vaste bijdragen niet meegerekend). Het aantal lezingen, rtv programma’s en interviews heeft hij niet bijgehouden.















Hij was een groot popularisator van de wetenschap: astronomie, ruimtevaart, automatisering en telecommunicatie. Hij deed dat in tekst, woord en beeld, maar ook met projecten zoals Space ’86. Met het project Huis van de Toekomst meende hij een lijn van projecten gevonden te hebben. Het Huis van de Toekomst was een succes met zo’n 500.000 bezoekers per jaar. Maar met het Kantoor van de Toekomst in ‘s Hertogenbosch werd het al moeilijker om betrouwbare partners samen te brengen. En het Hotel van de Toekomst, geprojecteerd in Houten, kwam niet van de grond door politiek gekonkel.

Zijn hart lag duidelijk bij de astronomie en ruimtevaart. Automatisering en telecommunicatie hoorden er bij, maar waren geen absolute prioriteit. Toch is het opmerkelijk, dat in het boek PTT Telecom sporadisch voorkomt. Dit terwijl hij (zijn naam of portret) door PTT Telecom verschillende keren gebruikt is in advertenties. Bovendien had PTT Telecom een echte pleitbezorger in hem voor de online-informatiedienst Viditel in 1980, maar hij zwakte zijn steun af naarmate Viditel achterbleef in acceptatie. Vanaf de jaren negentig was hij de promotor van ISDN voor PTT Telecom.

 
© Collectie Jak Boumans/Driessen Desktopping


In zijn boek Mijn biografie komt het woord internet (met of zonder hoofdletter) niet voor. Dat is niet per sé verwonderlijk, want internet was nog geen gemeengoed. In 1995 kwam het woord ‘internet’ slechts 22 keer voor in het dagblad Trouw en 2000 keer in het hele jaar in alle nationale kranten en publiekstijdschriften. Hij zag wel de vooruitgang, maar niet de kracht, die van internet uitging. Eigenlijk eindigde Chriet Titulaer zijn werkzame leven in het wormgat van nieuwe media zoals Viditel, CD-ROM, HDTV, 3D en Virtual reality, die vervangen werden door internet met diensten als XS4ALL, Euronet Internet, Planet Internet en World Online.

·       * Via het boek kwam ik er achter dat wij voor dezelfde nieuwsbrief hebben gewerkt: Media Info van VNU Tijdschriften, gelanceerd op 1 oktober 1980.

dinsdag 12 juli 2016

De Digitale Stad gaat weer herleven

De kennis van de geschiedenis van digitalisering is oppervlakking. In gastcolleges vraag ik studenten wel eens naar hun eerste computer, hun eerste bankrekening, hun eerste e-mail, hun eerste mobiele telefoon, hun eerste appie en met wie. De komst van de mobiele telefoon kunnen ze meestal nog wel herinneren, maar de eerste computer (nee, geen my first Sony!). 

Digitale archeologie 
Nu is er ook weinig van de digitale geschiedenis in Nederland te ervaren. Als het al iets dan gaat het voornamelijk over hardware, computers van mainframe, PC’s en draagbare computers. Er zijn weinig historische programma’s te ervaren. Gelukkig is er het Nederlands Instituut voor Games en Computers in Zwolle. M.n. in het Gamesmuseum, ook wel bekend als het Bonami Spel museum, geeft een goede beleving van spellen sinds de digitalisering. Maar een echte belving van bijvoorbeeld de eerste sites van internet was tot nu toe onmogelijk. Maar dat zal niet lang meer duren.   

De Digitale Stad (DDS)
Onlangs werd in het Amsterdam Museum een voorvertoning gegeven van site De Digitale Stad, die op 15 januari 1994 in Amsterdam van start ging en de eerst stimulans  voor consumenten internet in Nederlands was. Het was een project van het politiek-cultureel centrum De Balie en xs4all, naar het voorbeeld van de Free-Nets in Noord-Amerika. Aanleiding waren de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 1994. Behalve via de plaatselijke televisie-, radio- en gedrukte media, zou via De  Digitale Stad een publieksdebat plaatsvinden. De metafoor van een virtuele stad werd gekozen om het karakter van het publieke domein van DDS  te benadrukken. Na eerst tekstuele informatie- en  communicatiediensten aangeboden te hebben, werd op 15 oktober 1994 overgegaan naar een grafi sche interface op het World Wide Web. De organisatie kreeg geld van de gemeente Amsterdam voor het opzetten van een site. Om het debat in forums aan te wakkeren was er natuurlijk publieke belangstelling nodig. En die kreeg DDS op radio en televisie en in de schrijvende pers. Marleen Stikker werd de virtuele burgemeester van dds en stond de media te woord. En aan de poorten stonden duizenden potentiële internetters van buiten Amsterdam te dringen om via een inbelverbinding toegang te krijgen tot dds. Na zes weken telde het project al meer dan tienduizend geregistreerde gebruikers. Niet alleen internet aanbieder xs4all was verrast door de belangstelling, maar ook lijnenboer PTT Telecom (citaat uit: Toen digitale media nog nieuw waren, pg. 250).

Virtuele beleving
Iets van de eerste opwinding uit 1994 zal in het najaar terug te voelen zijn, wanneer DDS versie 4.0 te beleven is. Zoals men nu nog steeds door Pompei kan lopen en een Romeinse stad kan ervaren, zo zal men dan ook de eerste Nederlandse virtuele stad kunnen bezoeken en herbeleven, voorzien van een plattegrond.
De voorvertoning van DDS versie 3.0 was onderdeel van het project ‘DDS herleeft’, een initiatief van het Amsterdam Museum, De Waag Society, UvA and Beeld en Geluid. De originele bestanden zijn teruggevonden in het DDS archief, dat in het bezit is van het Amsterdam Museum. Het bestand is 10Mb en stond op een harde schijf. Deze heeft 20 jaar opgeslagen gelegen. Van het bestand hebben informaticastudenten van de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) twee versies gemaakt: één met alle gegevens en een replica. DDS versie 4.0 zal een emulatie zijn  die helemaal nieuw is geprogrammeerd 'om een hedendaags, stabiel en beveiligd functioneren mogelijk te maken'. In die versie zal men een avatar kunnen kiezen en door de stad kunnen verplaatsen van café naar postkantoor en bibliotheek via de metro. 

20 jaar terug in de tijd 
‘DDS herleeft’ is een eerste webarcheologisch project, waarmee men terug kan naar internet zoals het was tussen 1994 en 1996. Daarmee kunnen we zo'n twee decennia terugkijken. Het zou mooi zijn als we nu ook de eerste online publieksdienst Viditel van 1980 zouden kunnen nabouwen en online beschikbaar stellen, zodat men kan voelen hoe het was om via videotex informatie tot zich te nemen. Misschien heeft het ex PTT museum, het Museum voor Communicatie, of de opvolger van PTT nog een paar tapes liggen.

dinsdag 10 mei 2016

Van zandpad naar snelweg



Tussen de knooppunten de Waterberg en het Velperbroekcircuit raast nu het verkeer over de A12. Maar dat was anders na de Tweede Wereldoorlog. Toen lagen er steile zandtaluds; het grote zandpad, dat Nazi architect Speer had achtergelaten. Dit beeld komt ook op in de internetgeschiedenis in het jaar 1994. Door de lancering van De Digitale Stad in 1994 kwam internet voor consumenten op gang met menig grootschalige initiatief, zoals  plannen voor een digitale snelweg, terwijl er nog maar een zandpad lag van 28,8K aan modemsnelheid. 

 

Een van deze initiatieven was Het Electronic-Highway Platform Nederland (EPN). De stichting werd opegricht in september 1994 en voor het einde van het jaar presenteerden het toenmalige automatiseringsbedrijf Cap Volmac, de VVD en een aantal zakelijke partijen zoals PTT Telecom initiatieven voor een breedband infrastructuur voor internet in Utrecht, Eindhoven en Den Haag. In Utrecht werd gestreefd naar een infrastructuur voor de Rijksuniversiteit Utrecht, voor het bedrijfsleven rond de universiteit en voor de naburige woonwijk Rijnsweerd-Zuid. "Door EPN wordt ondermeer nagestreefd om via breedband-glasvezelkabel bijvoorbeeld één of meer complete stadswijken te voorzien van uiteenlopende diensten, zoals beeldtelefoon, telewinkelen, telewerkfaciliteiten, afstandsonderwijs, elektronische post, hotel-, vliegtuig-, en bioscoopreserveringen en - boekingen, beheren geldrekeningen, televergaderingen, raadplegen informatiebronnen, video- en games-on-demand, etc."

Maar EPN was ambitieus. In Utrecht ontmoette het project weinig enthousiasme uit het bedrijfsleven en al helemaal niet uit de uitgeverij, drukkerij en distributiebedrijven. Wegener, de uitgever van het Utrechts Dagblad, zag weinig in het project. Verder kwam het projectteam nooit toe aan het bedienen van de 2000 huishoudens in de woonwijk Rijnsweerd-Zuid. Er werd zelfs geen onderzoek in de wijk gedaan. Want dan had het team geweten dat de wijk niet met internet opgevoed hoefde te worden en er eigenlijk alleen maar een betere infrastructuur neergelegd moest worden. Tenslotte woonden en werkten in die wijk de meeste zelfstandige ondernemers per vierkante kilometer in Nederland, die al bezig waren met het gebruik van internet. De basisschool Rijnsweerd in die wijk kreeg in 1996 als eerste basisschool in Nederland kabelinternet. Het project EPN kwam echter niet van de grond. De nieuwsbrief Telecombrief concludeerde in 1996 dat Volmac te prominent aanwezig was in het project en het bedrijf gebruikte het project om haar kennis van de ICT- technologie bij te spijkeren. “Cap Volmac is leaping like a frog into cyberspace”, luidde de conclusie.

Maar alle inspanningen waren echter niet voor niets, want in 2007 de projectorganisatie werd omgebouwd tot een onafhankelijke stichting met het doel de evenwichtige maatschappelijke inbedding van informatie- en communicatietechnologie te bevorderen. In 2009 is EPN samengegaan met het Electronic Commerce Platform Nederland, het platform waar overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kennis uitwisselen en samenwerken om de ontwikkeling van de Nederlandse informatiesamenleving te bevorderen.

zondag 10 mei 2015

Deze dag in digitaal verleden

In 1995 lanceert de Stichting Electronic Highway Platform Netherlands (EPN) in samenwerking met Cap Volmac, PTT Telecom en Siemens een plan om 2.000 huishoudens in de wijk Rijnsweerd te voorzien van breedband internet. Het plan komt niet verder dan de tekentafel. Telecombrief ziet het project als een inhaalactie van Cap Volmac en betitelt het als leapfroging into cyberspace.

Meer info op pg. 258

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN  

donderdag 2 april 2015

Dit jaar in digitaalverleden.nl


In 1987 

lanceert PTT officieel Memocom, een combinatie van elektronische berichtendienst, gecombineerd met databanken.








Meer info op pg. 127-131

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN