"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



vrijdag 30 maart 2012

De Nieuwe Pers

In de conclusie van de blogposting Encyclopedia Britannica geheel digitaal, gaf ik aan dat naslagwerken een van de eerste uitgeefsegmenten was die van analoog naar digitaal veranderden en nu na zo’n 40 jaar de verandering voltooid lijken te hebben. Ik vroeg me dan ook af welk segment is het volgende. Ik noemde daarbij het kranten- en tijdschriftensegment. Voor deze blogposting richt ik mij specifiek op het krantensegment, m.n. gezien het aangekondigde einde van de gratis, maar niet goedkoop krant De Pers. Als ik stel dat de naslagwerken nu hun digitale omslag voltooid hebben, zet ik als volgende stelling neer dat de kranten in 2020 hun omslag bereikt zullen hebben van papier naar digitaal.

Huidige dode-bomen landschap
Onlangs zijn de meest recente oplagecijfers over kwartaal vier van 2011 gepubliceerd door HOI, het Instituut voor Media Auditing. De betaalde oplages van NRC Handelsblad en nrc.next stijgen voor het derde kwartaal op rij. Vergeleken met een jaar eerder steeg de betaalde oplage van NRC Handelsblad van 182.794 naar 189.452 en van nrc.next van 71.558 naar 75.344. Alle andere landelijke dagbladen laten juist een dalende lijn zien.
De Telegraaf had eind 2011 een oplage van 529.188, een daling van ruim 6 procent ten opzichte van een jaar eerder. De oplage van AD daalde met bijna 2 procent naar 391.685. Bij de Volkskrant daalde de oplage zo’n 4 procent, naar 231.470. Ook Trouw had een dalende oplage: van 96.651 naar 91.644 exemplaren. Het Parool daalde van 65.301 naar 61.373 en Het Financieele Dagblad van 59.188 naar 52.220. Het Reformatorisch Dagblad ging van 50.988 naar 49.341 en het Nederlands Dagblad van 29.248 naar 26.738.
Bij de regionale dagbladen laat alleen het Fries Dagblad een nieuwe stijging zien: van 13.378 naar 14.523. De overigen zien het lezersaantal alleen maar afnemen.
De digitale publicaties van de kranten laten op twee na allemaal een stijging zien. De ‘dalers’ zijn NRC Handelsblad en de Volkskrant.
De totaal verspreide oplage bij de gratis dagbladen vertoonde ook een daling. Alleen het verdwijnende dagblad De Pers steeg in oplage van 278.038 naar 292.440. Metro ging van 471.929 naar 440.091 en Sp!ts van 393.103 naar 361.893. (Bron: Villamedia)

Korte geschiedenis
De overschakeling van papier naar digitaal voor de kranten begon in Nederland in de jaren tachtig. In plaats van loodzetten werd fotozetten ingevoerd en daar was een computer voor nodig. Maar fotozetten zomaar invoeren bij een krant is onmogelijk. Daar is tijd voor nodig. Een van de eerste kranten, die overging van loodzetten naar een geautomatiseerd systeem was Het Financieel Dagblad. Na een aanloop begon het dagblad met de invoering van een nieuw systeem in 1984. En vanaf 1986 kon het archief automatisch benaderd worden. Ook de Volkskrant ging in de jaren tachtig aan de slag onder leiding van de heer Van Ginkel en introduceerde een systeemredacteur, een redacteur die wist hoe het systeem werkte en de schakel was tussen redactie en techniek. Ook De Gelderlander begon in die tijd over te schakelen en kocht het BRS zoeksysteem, zodat redacteuren in het archief konden gaan zoeken. En dan in 1994 lanceert het Eindhovens Dagblad als eerste dagblad een internetsite met publiek toegankelijk archief, gebruikmakend van Philips’ software Rosetta. En in 1995 toonde Roger Fidler het prototype van het electronisch tablet, de voorloper van de elektronische krant.

Na de digitalisering
Maar de digitalisering was het probleem niet voor de kranten. Want met de introductie van internet moesten de krantenbedrijven de vragen beantwoorden:
- Hoe is de leeftijds- en geografische opbouw van de lezers;
- Wat gebeurt er met de redactionele formule;
- Zijn advertenties voor papieren kranten ook te gebruiken voor de internetversie;
- Kun je geld vragen voor een pdf krant en een krant op internet;
- Hoe faseer je de overgang van papier naar internet.
Er zijn nogal wat vragen op het gebied van redactionele formule en businessmodel die beantwoord moeten worden. En er is niet één recept voor, want er zijn nationale kranten, gespecialiseerde kranten en regionale kranten.
De leeftijdsopbouw was bij het begin van internet nog belangrijk, maar tegenwoordig is internet gemeengoed geworden ook voor de senioren. De geografische opbouw was belangrijk bij het papieren product vanwege de distributie. Nu is voor papier de combinatie essentieel; zo worden regionale kranten meer gelezen door senioren, die wonen in niet stadse omgevingen. Zo mag van senioren verwacht worden dat deze de digitale editie eerder in de stad omarmen dan op het platteland.
De redacties zijn er intussen wel achter dat zij niet zomaar de krant op internet kunnen kopiëren. En er is intussen een soort formulemix ontstaan: de papieren krant, de pdf krant en de uitgebreide teletekstkrant, bestaande uit berichten van persbureaus’s, maar zonder achtergrondsartikelen.
Uiteraard hebben de meeste kranten advertentieafdelingen, maar advertenties op papier zijn anders dan interactieve advertenties. Ook hier moet een omslag gemaakt worden.
Het businessmodel is nog lang niet uitgekristalliseerd. Dat een pdf krant geld kost is duidelijk. Maar blijft de uitgebreide teletekstkrant gratis. Of ga je voor bepaalde langere artikelen geld vragen, zoals het Nederlands Dagblad. Of biedt je als krant een mix aan van pdf/elektronische kranten door de week en de papieren editie op zaterdag, zoals Het Financieele Dagblad.
Intrigerend blijft de vraag hoe je de overgang faseert van papier naar internet en zeker nu met de tablets.

De nieuwe Pers
Al deze vragen komen nu naar boven bij het voortbestaan van De Pers. De krant bestond net een lustrum en had vanaf het begin de advertentiemarkt voor de papieren editie niet mee. Qua distributie heeft de krant zich langzaam uitgebreid van de randstad naar het achterland en van weekdagen tot werkdagen. De interneteditie was een soort drietrapsraket: gedrukte editie, pdf editie en internet editie. Het businessmodel werd er niet gecompliceerder onder, want de hele operatie was afhankelijk van platte advertenties, geschikt voor de papieren krant.
Achteraf geredeneerd kun je concluderen dat de De Pers anders had moeten starten in 2007. De redactie had direct digitaal moeten starten en misschien op zaterdag een gedrukte editie moeten uitbrengen met het beste van de week op internet. Op deze manier was De Pers veel distributiekosten kwijt geweest en had zij bovendien meer aandacht kunnen schenken aan interactieve artikelen en advertenties.
Komt er nog De nieuwe Pers, die een glimp presenteert van de toekomstige kranten? Wat kan er weggelaten worden: de telexjournalistiek van korte berichten van persbureau’s, geen RTV rubriek en de kruiswoordpuzzel; deze zijn elders op internet te vinden. Wat kan er behouden moet blijven: de langere gesigneerde artikelen, die via een profiel gekozen kunnen worden; niet iedereen is geïnteresseerd in sport. Wat moet nieuw worden: een forumpagina voor discussie, maar geen Hyvesachtige rubriek. De nieuwe Pers moet ook werken aan interactieve advertenties, waarvoor meer geld gevraagd kan worden dan voor de platte advertenties. En De nieuwe Pers zal bovendien een financiële bijdrage moeten vragen van de lezer: goedkoop, maar niet vrijblijvend.
Wat zou het effect zijn van De nieuwe Pers: tweedeling tussen telexjournalistiek en serieuze journalistiek met multimedia extra’s zoals video, audio en animatie; het geheel voorzien van een serieus discussieplatform.

Omslag
Wanneer zal er een definitieve omslag zijn. De introductie van de tablets is een belangrijke stap in de omslag naar de digitale kranten. Als we net zoals bij naslagwerken 40 jaar nemen voor de omslag van druk naar digitaal, dan zal in 2020 de definitieve omslag in het krantensegment een feit zijn. Uitgevers hebben dus nog iets meer dan zeven jaar om tot een definitieve redactionele formule, interactieve reclame en businessmodel te komen. De Nieuwe Pers kan het eerste prototype worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen