"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



maandag 3 februari 2014

Weer sneller

Recentelijk heb ik mijn abonnement bij UPC aangepast van 50Mb downloading en 2 Mb uploading naar 120Mb downloading en 6Mb uploading. Het was ook mogelijk om de snelheid te verhogen naar 200Mb downloading en 10Mb uploading en zelfs nog hoger. Maar aangezien ik nauwelijks films kijk,  heb ik (thans) weinig behoefte aan een nog hogere snelheid. En als ik terugkijk naar de eerste modemsnelheden, waarmee ik gewerkt heb, is 120Mb/6Mb een interstellaire snelheid.

(© Collectie Jak Boumans)

Mijn eerste online ervaring was bij Uitgeverij Oosthoek, een uitgever van naslagwerken binnen het Kluwer concern. Daar werkten we vanaf 1978 met een vaste telefoonlijn vanuit Utrecht naar Salland Zetcentrum in Deventer. Het modem was in de lengte en breedte zo groot als een bijzettafeltje.

In 1980 kwam ik terecht bij VNU Database Publishing International BV (VNU DPI), een laboratorium voor elektronisch uitgeven van business producten. Daar werkten we met PCs en met modems (zie foto uit 1981).




Acoustic coupler l. 1982 (Property of Johannes Cornelius van Nieuwkerk; © Collection Jak Boumans); 2. 1983 (© Collectie Jak Boumans) 
 
De grote modems werden door de miniaturisering heel snel kleiner en draagbaar. Van de grootte van een bijzet tafeltje werden de modems al snel kleiner. Ze werden akoestisch aan de computer gekoppeld door een telefoonhoorn op een hulpstuk met een luidspreker en een microfoon te leggen. Voor draagbare computers was er het zgn. BH-modem, ook wel acoustic coupler genoemd, twee losse cups waarin de telefoonhoorn paste.
 
(Property of Johannes Cornelius van Nieuwkerk; © Collection Jak Boumans)
 
In 1980 ontwikkelde Geveke een modem voor videotexverkeer. Het werd een kastje met een telefoonaansluiting. Het modem haalde een snelheid van 1200bps down en 75 bps up. Nieuw aan het modem was de autodial, waarmee automatisch een telefoonnummer van de hostcomputer (tegenwoordig server genoemd) gekozen kon worden. Met name in een productieomgeving was de autodial een uitkomst.

Modems waren in 1980 nog weinig bekend. Het is interessant om te zien hoe modems omschreven werden in die tijd. In het boek Inleiding tot Online Literatuuronderzoek, een uitgave uit 1980 van ITIS international Technology and Innovation Service onder auspiciën van de Neederlandse Vereniging van Gebruikers van Online Informatiesystemen (VOGIN) wordt op pagina 61 een beschrijving gegeven van modems: “Het transport binnen het netwerk gebeurt via communicatiekanalen, die meestal lijnen genoemd worden. … De meeste verbindingen komen tot stand met behulp van het openbare telefoon- en (vroegere) telegraafnetwerk. Aangezien deze lijnen oorspronkelijk niet ontworpen zijn voor datatransmissie, dienen bij de zender en ontvanger van data speciale voorzieningen getroffen te worden. … Datatransmissie via de telefoonlijn wil zeggen dat dat analoge signaal een zodanige modificatie moet ondergaan dat bepaalde waarden van dit signaal geonterpreteerd worden als ‘1’ en andere waarden als ‘0’. Deze modificatie gebeurt d.m.v. een modem (zie figuur; tekening Henk Jochems).
Modem beteket modulator/demodulator. Beschouw de situatie waarin de computer een teken overzendt naar de terminal. De computer fungeert als zender, de terminal als ontvanger. De modem aan de computer-zijde van het kanaal transformeert de 0-en en 1-en afkomstig van de computer naar het analoge signaal voor het kanaal (modulatie), de modem aan de terminal-zijde transformeert dit signaal weer naar 0-en en 1-en bestemd voor de terminal (demodulatie).”

Het eerste modem waarmee ik werkte had een snelheid van 110 baud per seconde oftewel 110 tekens per seconde; geen bits per seconde. Aanvankelijk waren modems naar huidige begrippen erg langzaam: de eerste consumentenmodems konden 110 of 300 bps aan.  Al spoedig kon de telefoonlijn via een koppeling met een ingebouwd modem aan de computer worden gekoppeld. Maar binnen hetzelfde jaar begon ik te werken met een modem dat 300 bps haalde. Binnen iets meer dan een decennium ging de snelheid van telefoonmodems naar 1200, 2400, 2800, 9600 b/s en 14,4, 28,8, 33,6 en 56 kbps, waarmee de maximale capaciteit van een gewone (telefoon)spraaklijn ongeveer was bereikt. Met de komst van nieuwe telecom technologieën  zoals ISDN en later breedband werd de snelheid vergroot naar Mbps, van 1 naar 2Mbps, van 2 naar 8Mbps en van 8Mbps naar 30Mbps en door naar 50Mbps en nu naar 120Mbps.

De grootte van het modem ging van een bijzettafeltje naar een luciferdoosje, terwijl de snelheid exponentieel werd versneld en het einde is nog steeds niet in zicht.

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten