"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



woensdag 8 augustus 2012

Elektronisch bankieren nu heel gewoon in Nederland


Het CBS meldt deze week dat Nederland samen met Finland behoren tot de Europese top van internetbankieren. Bijna 80% van de Nederlanders handelden in 2011 bankzaken af via internet, waar dit in 2005 nog 50% was. Het EU-gemiddelde ligt nu op 37%.

Deze ontwikkeling van elektronisch bankieren heeft een lange weg te gaan gehad. Zodra de computer was uitgevonden werd er in de pers driftig gespeculeerd over de toepassingen van de nieuwe diensten: telewinkelen, telebankieren, het telemeteren van gas en elektriciteit. Eind jaren 1970 kwam elektronisch bankieren dicht bij. De banken begonnen reeds met geldterminals op straat, het trekken van geld uit de muur. In Groot Brittannië voedden de banken de consumenten op: cliënten die aan de balie kwamen om geld op te halen betaalden meer provisie dan de klanten die geld uit de muur trokken.

Maar ook de technologie voor het telebankieren door consumenten kwam dichterbij. Zo produceerde de uitvinder/ontwikkelaar van videotex, Sam Fedida, het boek The Viewdata Revolution, waarin hij telewinkelen, telebankieren en het op afstand opnemen van elektriciteits-, gas- en watermeters (telemeteren) beschreef als mogelijkheden die in 1979 binnen handbereik lagen.
En het duurde niet lang, want in 1980 introduceerde het Amerikaanse krantenconcern Knight-Ridder een videotex-consumentendienst, Viewtron genaamd, die behalve nieuws diensten als telewinkelen en telebankierenb aanbood.
In 1984 werd nog een andere videotexdienst gelanceerd, ditmaal door een samenwerkingsverband van krantenuitgever Times Mirror en de Canadese softwareontwikkelaar Infomart. Ze begonnen de dienst Gateway, die een assortiment aan diensten bood: nieuws, entertainmentinformatie, e-mail, elektronisch bankieren, reisinformatie, reserveringen en spelletjes.
In Nederland wekte de Rabobank op de PTT Viditeldienst vanaf het begin interesse in telebankieren. Niet dat het in de praktijk werkte. Telebankieren kwam pas in 1986 op gang toen de Postbank Girotel lanceerde. Op 30 januari begon de Postbank (nu helaas ING) een publieksproef met elektronisch bankieren, waarbij 1000 geselecteerde zakelijke en particuliere rekeninghouders waren uitgenodigd. De Postbank was hiermee de eerste Nederlandse bank die elektronisch bankieren voor consumenten introduceerde. Andere banken, met name AMRO, Credit Lyonnais en Mees Hope, volgden snel.

Op de opvolger van Viditel, Videotex Nederland (1990-1997), waren de meest geraadpleegde zakelijke diensten telebankieren en financiële diensten. Bij de particulieren stond de babbelbox, relatie en erotiek bovenaan, gevolgd door telebankieren, de elektronische telefoongids Telegids, telesoftware en toerisme.

Na de introductie van internet (1995) bestond er geen goede betalingsmethode. De banken hadden nog geen systeem voor internet. Wel was er een bedrijf dat veelbelovend was op het gebied van versleutelde betalingen: Digicash. Dit bedrijf ontwikkelde producten, die de privacy, veiligheid en onomkeerbaarheid van de betaling garandeerde. En de belangstelling was groot. Het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat, ABN AMRO, ING, maar ook buitenlandse bedrijven als Microsoft, VISA en Netscape onderhandelden met het bedrijf. Maar telkens wanneer het op het tekenen van een contract aankwam, weigerde de oprichter David Chaum en ging de deal niet door. Volgens insiders was zijn wantrouwen minstens zo indrukwekkend als zijn briljante invallen. In 1998 ging Digicash failliet. Een jaar later zou PayPal als een van de nieuwe internetbetalingsmethodes in de markt gezet worden. Intussen werkten de banken aan hun eigen systeem.

Intussen handelden bijna 80% van de Nederlanders in 2011 bankzaken af via internet, waar dit in 2005 nog 50% was. Nederland ligt ver voor op de EU landen, waar 37% van de bevolking bankzaken via internet afhandelt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen