vrijdag 22 april 2016

E-books: verkoop daalt licht, uitleningen blijven stijgen


Persbericht CB
21 april 2016

Voor het tweede kwartaal op rij is een daling zichtbaar in de e-bookverkoop (-7% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2015, in het vorige kwartaal was dit -1%). Lenen van e-books via de bibliotheek steeg met 110% ten opzichte van Q1 2015.

CB ziet een lichte daling van de gemiddelde consumenten adviesprijs van een e-book ten opzichte van die van het fysieke boek. Nu 54,6%. Daarnaast is 92% van de titels uit de Bestseller 60 (top-60 verkopen over 12 maanden) ook digitaal beschikbaar. Dat is 4% meer dan vorig kwartaal.

De e-bookbarometer kent twee nieuwe typen feiten en cijfers: lifecycle van een bestseller en verhouding verhuur/verkoop. In de lifecycle laat CB zien hoe de gemiddelde trend is van e-bookverkopen van de top25 na verschijning. De analyse verkoop/verhuur laat een trend zien waaruit je kunt concluderen dat uitleningen additioneel zijn aan verkoop.


maandag 7 maart 2016

De uitvinder van de apenstaart is dood

Op 5 maart is Raymond (roepnaam Ray) Tomlinson op 74-jarige leeftijd overleden, waarschijnlijk aan een hartaanval. De aankondiging van zijn overlijden werd gedaan door zijn oud-werkgever Bolt Beranek and Newman en bevestigd op Twitter door Vint Cerf, de uitvinder van netwerkprotocol TCP/IP. Tomlinson heeft altijd een relatie met Nederland gehad, aangezien hij in de plaats Amsterdam in de Amerikaanse staat New York geboren werd op 2 oktober 1941. 

Apenstaartje 
Tomlinson werkte voor zijn oud-werkgever mee aan de ontwikkeling van het militaire en later ook academische netwerk ARPANET, de voorloper van Internet. Hij zat middenin de ontwikkeling van het package-switch netwerk. Voor dat netwerk ontwikkelde hij software voor de berichtendienst, zoals wij die nu als e-mail kennen.
Dat wil niet zeggen dat tegelijk iedereen deze software accepteerde. Er hadden zich reeds enkele berichtendiensten ontwikkeld tussen de weinige mainframes die in het Amerikaanse leger, universiteiten en bedrijven werkten. Maar deze berichtendiensten waren steeds gebaseerd op 1-op-1 verbindingen tussen gebruikers en computers en v.v. Bovendien waren deze diensten in het begin bestemd voor intern verkeer. Zo schreef bijvoorbeeld Dough Engelbarth, de uitvinder van de muis, het programma NLS (oNLine System), waarmee een database met verzonden en ontvangen berichten gecreëerd werd.  Deze berichtendiensten werden later gecommercialiseerd door bijvoorbeeld IBM, Digital Equipment Corp. met DECNET, General Electric Corp. met GEISCO British Telecom met Telecom Gold en PTT Telecom met Memocom, steeds op basis van 1-op-1 verbindingen via huurlijnen of via datanetten. Maar als je zakelijke relaties op een ander computersysteem of netwerk zaten dan kon je geen zaken met ze doen of afspraken maken.


Een print van een e-mail connectie met een snelheid van 1200bps op de berichten-dienst Telecom Gold. Identificatie was een code ID VNUXXX zonder apenstaartje.






Toen binnen Arpanet netwerken met package-switch protocollen begonnen te ontstaan, werd de adressering van de ontvanger en de ontvangende computer een probleem. Aangezien de pakketjes met stukjes van het bericht niet langen 1-op-1 verzonden werden, maar lang meerdere routes, moest de ontvangen, maar ook de ontvangende computer bekend zijn. Tomlinson kwam in de herfst van 1971 voor dit probleem met de oplossing de apenstaartje (@) als verbinding tussen de naam en ontvangende computer. Het duurde tot het begin van de jaren negentig voordat het apenstaartje in algemeen gebruik kwam. Mijn huidige e-mail adres dateert van 1995.

Symbool 
Gevraagd waarom hij het @ teken gebruikte, antwoordde hij dat het teken niet of nauwelijks gebruikt werd. Het was een teken overgenomen van mechanische rekenmachines, waar het gebruikt werd bij vermenigvuldigingen: 10 stuks @ 9,999. In het Engels werd het teken aangeduid als at: dus 100 stuks voor 9,99. Bovendien vond hij het een goede aanduiding op welke computer of in welk computerbestand men het bericht kon vinden.

Het eerste bericht 
Natuurlijk is iedereen nieuwsgierig naar het eerste bericht dat Tomlinson schreef. Gevraagd naar het eerste bericht antwoordde hij, dat hij dat niet meer wist. Het was een testbericht met een adres inclusief apenstaartje en als boodschap wat losse letters. Maar ook gaat het verhaal dat hij waarschijnlijk (als goed Amerikaan) de eerste regel van Lincoln’s Gettysburg Address in hoofdletters als bericht had geschreven. Maar dit verhaal lijkt echter te veel op het verhaal van de pionier van elektronische boeken Michael Hart, die in 1971 Lincoln’s Gettysburg Address  met hoofdletters als eerste e-boek in een mainframe opsloeg.

Waardering 
Tomlinson kreeg van de Internet Society een plaats in de "Internet Hall of Fame". MIT plaatste hem als vierde op de lijst van de top 150 meest invloedrijke personen van de universiteit.

Apenstaartje als symbool 
Het apenstaartje werd in verschillende landen een icoon voor internet. Het lijkt erop dat het symbool een mysterieuze marketingkracht had, die vertaald werd in staarten van dieren, en pars-pro-tot voor hele dieren, maar ook voor astronomische gerechten.
In Nederland werd het e-mail symbool @ vanaf het begin als apenstaart(je) aangeduid. Tegenwoordig is de marketingmystiek af van het woord apenstaart(je) en wordt het teken meer als at aangeduid. Een rondgang langs de uitdrukking voor het e-mail symbool in andere landen levert een bonte revue op van dieren met staarten. Het dichtst bij het Nederlandse apenstaart(je) is het Afrikaanse aapstert. In Duitsland wordt wel eens Klammeraffe gebruikt dat staat voor slingeraap, maar ook een scheldwoord is van kantoormannetje, pennenlikker. In het Pools en het Sloveens wordt het woord aapje gebruikt. Maar in verschillende talen wordt de part pro tot stijlfiguur gebruikt en passeert er een dierentuin met dieren met staarten: in het Deens wordt varkenstaart gebruikt, in het Fins kattenstaart, in het Maderijns Chinees muisje en in het Russisch hond. Maar ook dieren zonder staart passeren de revue: in Esperante slak en het Italiaans beperkt zich tot het slakkenhuisje, in het Hongaars wormen en in het Nieuwgrieks eendje. In het Fins kan het symbool ook aangeduid worden als miauw van een kat.
Ook gastronomische gerechten worden als aanduiding gebruikt: in het Hebreeuws en Zweeds lijkt het symbool op een zoet kaneelbroodje. Het Tsjechisch is uniek in haar aanduiding van een zure rolmops.
Er zijn ook taalkundige aanduidingen:  in het Baskisch gewalste-a of gewikkelde-a; in het Bosnisch gekke a; in het Deens en Zweeds ook als snavel-a of slurf-a; in het Noors de alfakrul en in het Turks a met een staart.

Apenstaartje als icoon 
Het at teken werd in Nederland gesymboliseerd in de term apenstaart(je) en bleek een aantrekkelijke marketingkracht te hebben. Zo gebruikte  de toenmalige internetprovider Euronet het apenstaartje op de affiches die ’s morgens op 1 mei 1995 in de bushokjes in het centrum van Amsterdam hingen. De affiche riep grote verwondering op, aangezien slechts een paar duizend mensen toen bekend waren met internet. (Affiche eigendom CJB).

@men 


woensdag 2 maart 2016

Een stapeltje beeldplaten

In augustus 2014 publiceerde ik de tiendelige serie Bevroren online over de ijstijd van online. Hierin worden de optische media behandeld van beeldplaat tot DVD. Recentelijk kreeg ik van Wim Ouwerkerk, een veteraan in ziekenhuisautomatisering en computer-ondersteund onderwijs (COO) een stapeltje beeldplaten. Kenmerkend voor deze zilverkleurige schijven met een diameter van 30 cm, is dat zowel beeld als geluid analoog zijn opgeslagen. De beeldplaat werd later LaserVision genoemd en het geluid digitaal gecodeerd werd.


Een van de mooiste beeldplaten in het stapeltje was de uitgave van Vincent van Gogh – A portrait in two parts (1982), een uitgave van Philips International/North American Philips. De speelduur per zijde was 1 uur, maar er waren navigatieprompts aanwezig zoals begin, einde, hoofdstukken, snel, normaal, langzaam. Side 1 bevat zo’n 400 tekeningen en schilderijen evenals muziekfragmenten. Side 2 bevat in video het toneelstuk Van Gogh uit 1978, geschreven door Philip Stephens met Leonard Nimoy als Theo van Gogh, de broer van Vincent. Het is een one-man multimedia show van 58 minuten.


Maar er zat meer in het stapeltje beeldplaten. De beeldplaat van Vincent van Gogh was zilverkleurig. Maar er waren ook een paar goudkleurige platen aanwezig met het logo CD-Video. Ik had tot nu toe deze goudkleurige platen nog niet gezien en moest dus even in de achtergrond duiken. De CD-Video is bedacht en ontwikkeld door Philips, en op 2 september 1987 op de markt gebracht. In tegenstelling tot de voorloper LaserVision wordt op CD-Video het geluid digitaal opgeslagen. Het beeld is echter nog steeds analoog. Er zijn verschillende varianten op de markt gebracht van 8, 20 en 30 cm diameter. De 8cm CD Video was een video-single met 20 minuten muziek en een videoclip kon bevatten. Ook zijn er varianten van 20 en 30 centimeter, maar deze zijn, volgens Wikipedia,  zo weinig toegepast dat elk exemplaar een collector's item is.

In het stapeltje beeldplaten zitten er twee CD-Video’s, een van 20 cm diameter met een video single en een van 30 cm diameter met een film. De 20 cm diameter CD-Video is van de band Dire Straits met Brothers in Arms uit 1986 met 20 minuten speeltijd, uitgebracht door Phonogram, een onderdeel van Polygram, een Philips dochter. Een mededeling op de cover zegt, dat deze gouden schijf zowel digitaal geluid als video afspeelt en alleen af te spelen is op een CD-Videomachine. Bij een van de schijvencatalogi maakte een bezoeker de opmerking, dat deze schijven een hoge CD-rot vertonen; ook het exemplaar uit het stapeltje laat CD-rot zien.
 

De 30 cm CD-Video License To Kill (1989) bevat een film op twee schijven. Beide schijven zijn goudkleurig en zijn ondertiteld voor de Nederlandstalige markt: Bond gaat er tegen aan: harde dan ooit! De film is op CD-Video uitgebracht door Warner Home Video. De speelduur van de film is 139 minuten.


CD-Video is een probeersel geweest tussen de LaserVision en de DVD. Grappig genoeg is in het stapeltje schijven ook een duidelijk voorbeeld hiervan te vinden. De cover van film A Fish Called Wanda (1992) bevat een logo van Laser Disc, desondanks is de schijf op de cover afgebeeld als een gouden schijf. De fysieke schijf is echter zilverkleurig.



De laserdisc en de CD-Video zijn nooit een succes geworden. De technologieën volgden elkaar in sneltrein tempo op en allerlei parallelle technologieën zoals CD media werden uitgeprobeerd. Zo experimenteerde het post-productiebedrijf Valkieser in 1993 een CD-i met video. En in 1995 produceerde ODME een van de eerste protoypes van de DVD; hiervoor werd de film gebruikt The Netherlands van Bert Haanstra, gemaakt in opdracht van de RijksVoorlichtingsDienst (RVD).

maandag 15 februari 2016

Beeld en Geluid begint videogame-archief

Persbericht

15 februari 2016


Maandag 15 februari ontvangt het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid uit handen van de Nederlandse gameontwikkelaar Radarsoft een belangrijke collectie vroege videogames, waaronder populaire titels als Hopeloos en Eindeloos. Deze zijn in de jaren 80 uitgebracht voor de Commodore 64 en MSX computers. Tot de collectie behoren ook meerdere bekende educatieve games, zoals Topografie Nederland en Tempo Typen, die werden gebruikt in het NCRV-televisieprogramma It's All in the Game.










Mediaconsumptie in Nederland beperkt zich allang niet meer tot de traditionele kanalen van radio en televisie. Daarom heeft Beeld en Geluid, het media-archief in Hilversum, besloten zijn archief uit te breiden met nieuwe verzamelgebieden, zoals videogames en internetcultuur.

"Onze doelgroep wil kunnen ervaren hoe videogames zich hebben ontwikkeld tot een volwaardig onderdeel van de dagelijkse mediaconsumptie. Het bewaren en speelbaar houden van de belangrijkste Nederlandse gameproducties is daarom onontbeerlijk voor ons archief." 
Jan Müller, algemeen directeur van Beeld en Geluid 

"Vanuit het oogpunt van nostalgie vinden wij het belangrijk dat ook een jong publiek kennis kan blijven nemen van deze tijd. Voor veel mensen vormen deze oude games een moment van herkenning. Vaak waren games de eerste kennismaking met de computer." 
Edwin Neuteboom, mede-oprichter van Radarsoft 

Nationale agenda 
De overdracht van de Radarsoft-collectie aan Beeld en Geluid valt samen met de eerste expertbijeenkomst in het kader van een nationale agenda voor duurzame archivering van videogames. Universiteiten, hogescholen, culturele instellingen en vertegenwoordigers uit de game-industrie komen maandag 15 februari samen bij Beeld en Geluid om te bepalen wat nodig is om het game-erfgoed voor de toekomst veilig te stellen. Vooral het interactieve karakter van games en de verschuiving van offline naar online maken het bewaren van games een ingewikkelde opgave.

Meer info: Beeld en Geluid

donderdag 4 februari 2016

E-bookbarometer 2015: digitaal lezen blijft groeien

Persbericht CB 21 januari 2016 

In de e-bookbarometer over het laatste kwartaal van 2015 die CB vandaag publiceert, is wederom groei te zien in digitaal lezen. Over heel 2015 waren er 38% meer transacties (verkopen en uitleningen) dan in 2014. E-bookverkopen deden het over heel 2015 15% beter dan in 2014.
De e-bookverkopen laten ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2014 een lichte daling zien (-1%). De e-bookuitleningen stijgen nog steeds (+26% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2014). Daarnaast stijgt het aantal titels dat als e-book beschikbaar is ten opzichte van het vorige kwartaal (+2%), evenals het aantal uitgeverijen dat e-books uitgeeft (+10%).
De gemiddelde consumenten adviesprijs van e-books daalde iets verder ten opzichte van het vorige kwartaal (van 57,7% naar 56,7% van de gemiddelde fysieke verkoopprijs).
Note: De cijfers van de abonnementsdiensten zijn niet opgenomen in deze e-bookbarometer omdat de transactieaantallen zich niet gemakkelijk laten vergelijken met e-bookverkopen en –uitleningen. In de volgende e-bookbarometer nemen we deze weer mee.


maandag 11 januari 2016

David Bowie en e-mail

11 januari 2016
David Bowie, begin van telecom-pop in 1983 (digitaal archief Jak Boumans). http://bit.ly/1Y4jgwN


















 

vrijdag 1 januari 2016

Adieu digitaalverleden.nl (althans tijdelijk)



In het afgelopen jaar zijn 356 cameo’s de revue gepasseerd uit de geschiedenis van de Nederlandse informatie-industrie met hoogtepunten uit de jaren 1945 tot 2000 onder de noemer:

-                      Dit jaar in digitaalverleden.nl

-                      Deze maand in digitaalverleden.nl

-                      Deze dag in digitaalverleden.nl

In principe bevatte elke cameo een korte tekst met illustratie op sociale media. De uitgeefformule bevatte een mini blogposting op Blogger, die doorgekopieerd werd naar LinkedIn en aangepast aan 140 posities op Twitter. In sommige gevallen is de mini blogposting ondersteund met een uitgebreide blogposting of een verwijzing naar een reeds bestaande posting op het blog  Toendigitalemedianognieuwwaren.blogposting.nl of buziaulane.blogposting.nl. Tevens werd de omslag van het gelijknamige boek getoond met een verwijzing naar de vindplaats in het boek.



Hoe was deze serie mogelijk?

Sinds twee jaar werkt Electronic Media Reporting aan een tiental databanken met informatie over de Nederlandse informatie-industrie uit de periode 1945-2000. Intussen zijn ca. 5000 records in de formaten Excel, pdf en jpeg opgeslagen. En dagelijks worden meer records toegevoegd.



Wat heeft digitaalverleden.nl opgeleverd?

De cameo’s hebben een kleine groep van trouwe volgelingen aangetrokken. Reacties kwamen op LinkedIn en Twitter, uit binnen- en buitenland. Het zijn meestal mensen die de periode hebben meegemaakt. Soms heeft het een aanvulling opgeleverd,  soms een uiting van gevoelens uit die tijd.


De statistieken van Blogger en Twitter laten een wisselende interesse zien. Een absoluut Twitter record was de cameo van 18 december met meer dan 4250 weergaven van de tweet en 316 interacties. Dit was naar aanleiding van de PTT Telecom poster in 1983 met Chriet Titulaer voor het gebruik van de thuiscomputer voor de informatiedienst Viditel. Het leverde zelfs het woord van 1983 avant la lettre op: thuischriet.






Ook kwam ik 4 edities van het tijdschrift Telematica op het spoor dankzij oud Telecombrief collega Susanne Rakels; een interessante bron met artikelen en enige unieke foto’s zoals die van de eerste Tele-Atlas registratiewagen, die in 1989 o.a. in Rotterdam rondreed. 




Verder ontdekte ik op internet het proefschrift van Frank Veraart dat qua periode en onderwerp het boek Toen digitale media nog nieuw waren gedeeltelijk overlapt.


De omslag van dit boek werd aan iedere cameo toegevoegd om het aan te reiken als bron en uiteraard ook voor verkoop. Hoewel het boek dagelijks op de miniblogs en LinkedIn aankondigingen getoond werd, was het aantal boekverkopen minimaal.








Was Digitaalverleden.nl de moeite van het samenstellen waard?

Het samenstellen van de cameo’s was interessant. Nog interessanter was de uitdaging om dagelijks illustraties en verwijzingen bij de hoogtepunten te zoeken. Illustratiemateriaal uit die periode is schaars en moeilijk vindbaar.



Is Digitaalverleden.nu voltooid verleden tijd?

Een jaar met digitaalverleden.nu cameo’s is een kunstmatige eenheid. Met enige inspanning zouden er zeker nog een paar maanden of misschien zelfs een tweede jaar aan toe te voegen zijn. Maar er zijn andere plannen en daar kunt u in januari 2016, in een nieuwe blogposting over lezen.



Jak Boumans is beschikbaar voor het samenstellen van artikelen op basis van de databanken van Electronic Media Reporting en op internet beschikbare informatie. Hij is ook beschikbaar voor gastcolleges en lezingen.