"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



maandag 19 januari 2015

1980: start Nederlandse informatie-industrie

Jonge generaties zullen zich waarschijnlijk  niet bewust zijn van het bestaan van een Nederlandse informatie-industrie vóór de introductie van consumenteninternet in 1994. De aanloop naar de commerciële en publieke begin van de digitale informatie van de Nederlandse industrie is gestart in 1967 en 13 jaar later in 1980 ging de Nederlands informatie-industrie commercieel en publiek met databases, videotexdiensten en teletekst informatiediensten, geproduceerd door bestaande en nieuwe bedrijven en overheidsinstellingen.

De aanloop naar 1980
De digitalisering van het publiceren van informatie begon met de automatisering van zetwerk en de opslag op magnetische tapes. In Nederland werd het proces bedacht door Excerpta Medica en haar zusterbedrijf Infonet. Wetenschappelijke uitgeverij Excerpta Medica begon met fotozetwerk evenals offline en online distributie, resp. magneetbanden en online via diensten als Dialog sinds 1974. De expertise van Infonet werd gebruikt door de redactie en het productieteam van de Grote Spectrum Encyclopedie (GSE) en aanvankelijk voor het nationale bibliotheek systeem.

In 1975 bezocht het management team van Kluwer juridische uitgevers zoals Westlaw in de VS en begon te praten over het opzetten van een Nederlandse juridische database. In 1977 was Kluwer Rechtswetenschap zover dat databanken opgebouwd werden en de eerste met demo’s ermee gegeven.

In 1976 werd het Britse videotexsysteeem  aan kabelaars en telco’s getoond voor de introductie in Nederland. Ook het Nederlandse staatsbedrijf  der PTT toonde interesse. Een jaar later begon de Nederlandse publieke omroep NOS met de variant van videotex, nl. teletekst, de tekst-televisiedienst, te bestuderen.


De consumentenelektronicabeurs Firato was het draaipunt voor bedrijven en staatsinstellingen om serieus over elektronische diensten na te denken of achter te gaan lopen. Dus in 1979 besloot de NOS om te beginnen met het experimenteren met de tekst-televisiedienst Teletekst. Ook de PTT begon  videotex serieus te nemen met het opzetten van een aparte afdeling.



Ook de Nederlandse uitgever VNU zette een videotex adviesdienst TVS (Toegepaste Viewdata Systemen) op. Elsevier was al commercieel bezig en Kluwer was druk met de voorbereiding van de Juridische Databank. Dus twee staatsbedrijven en drie particuliere bedrijven stonden in de startblokken om met publieke of  commerciële digitale informatiediensten geld te gaan verdienen.

Race voor digitale informatie
Het jaar 1980 begon met het nodige lawaai. VNU startte een media-laboratorium onder de naam VNU Database Publishing International. Het werd opgericht om de digitale mogelijkheden onderzoeken voor bedrijfsinformatie. Op 1 april 1980 werden drie digitale informatiediensten gelanceerd. De publieke omroep systeem begon de tekst-televisie dienst Teletekst, (dit tot groot chagrijn van de krantenwereld). Op dezelfde dag  lanceerde Kluwer Rechtswetenschap haar Juridische Databank commercieel. Op dezelfde dag lanceerde het blad Distrifood haar videotex informatiedienst.

Op 7 augustus 1980 lanceerde de Nederlandse PTT met de videotexdienst Viditel met VNU als één van de grootste informatie-aanbieders, nl. Jobdata, Teletips en Distrifood. In hetzelfde jaar kocht Elsevier het Amerikaanse Congres Information Service (CIS) voor 43 miljoen gulden; het uitgeversbedrijf  zag de dienst als een springplank voor een vergelijkbare dienst van de Europese Economische Gemeenschap (EEG).


Het was duidelijk dat de race voor digitale informatie was begonnen. Elsevier was ver vooruit met ervaring in de online databankwereld wereldwijd en specifiek in de Verenigde Staten, maar moest ook de nederlaag van Europe Data, de Europese evenknie van CIS, erkennen in 1987. Kluwer was de juridische dienst begonnen als een nieuw distributiekanaal voor de juridische informatie die zij in eigendom had. VNU DPI was opgezet als een media-laboratorium om haar weg in het bedrijfsleven te vinden, maar dat mislukte, omdat het bedrijf geen eigen content bezat en echt beleid ontbrak. De twee staatsbedrijven begonnen met de Teletekst en Viditel diensten met publiek geld. Alle drie bedrijven, daarentegen, waren gericht op het groeidoel van 30 procent van de omzet uit digitale diensten en producten in het jaar 2000.

Digitalisering kader van de internationalisering
De race voor digitale informatie werd niet alleen beperkt tot het Nederlandse grondgebied. Alle drie uitgeverijen kregen ook expliciet een internationaliseringsbeleid. Elsevier was al internationaal gegaan met zijn wetenschappelijke divisie. Kluwer begon rond te kijken in de wetenschappelijke en professionele sectoren. VNU begon zijn reis van Haarlem naar Harlem in het bedrijfsleven met het kopen van de Amerikaanse dienst Disclosure en het starten van VNU Business Publications in Londen (UK).

Terugkijkend na 35 jaar, kunnen we concluderen dat Elsevier en Kluwer in de digitale informatie-industrie internationaal niches hebben gevonden. Elsevier is groot in wetenschappelijke informatie met diensten zoals LexisNexis, Science Direct en Scopus. Kluwer heeft zich gespecialiseerd in wet- en regelgeving, accountancy en de gezondheidszorg. VNU bestaat sinds januari 2007 niet meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen