"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



woensdag 13 november 2013

Welk internet was er dan in 1982?


Via LinkedIn stuitte ik op een posting van oud collega Toon Lowette. Toon schreef als freelancer voor de nieuwsbrief Media-Info/Telecom, waarschijnlijk de beste Nederlandstalige nieuwsbrief, waarin van 1980 tot 2004 de migratie van de traditionele media naar de digitale media is gedocumenteerd. Hij beantwoordt een vraag, die ook mij regelmatig gesteld wordt. Toon geeft antwoord op de vraag vanuit zijn tijdsbeeld en de Belgische context. De posting is met toestemming overgenomen van Toon's blog Netspanning.


Al van in 1982 actief in online uitgeven, staat in mijn profiel te lezen. Met wat ongeloof vraagt @jente zich in een tweet af op welk internet ik dan wel actief was in die jaren. Eenvoudig antwoord: online uitgeven bestond al voor het web. Er was een hele wereld aan databanken en online diensten.

Wat deed ik dan daar tussen 1982 en 1993, in jaren voor het commerciële internet aan zijn groei begon? Eerste puntje: het internet bestond al van in de jaren zeventig, het netwerk dat eerst Amerikaanse militaire centra, later computers van universiteiten in de VS met elkaar verbond. Maar het web was er nog niet.

Minitel en Compuserve
Rond 1980 begonnen in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk openbare projecten met videotex.
Televisietoestellen en kleine speciale terminals (zie foto) werden met een modem gekoppeld aan een telefoonlijn en daarmee kon je databanken raadplegen, telefoonnummers opzoeken, e-mails versturen, bestellingen plaatsen – eigenlijk alles wat het internet nu ook kan. Zelfs meer, want er zat een ingebouwd betaalsysteem in dat bijv. toen al krantenartikels per stuk afrekende. Frankrijk was de absolute koploper met 7 miljoen gezinnen met zo’n toestel en meer dan 20.000 diensten (nu zou dat websites heten). In de VS ontstond rond die tijd Compuserve, eveneens met enkele miljoenen gebruikers.
 
Bedrijven, bulletin boards en bankieren
Vooral bedrijven raadpleegden databanken online. Reuters was met online financiële informatie de grootste informatieleverancier ter wereld, een miljardenbedrijf. Telecom was duur en niet eenvoudig. Maar ook hobbyisten gingen online via bulletin boards en usenet. Ook online bankieren was er al lang voor het web. In 1982 begon BBL (nu ING) ermee. In 1987 bankierde ik al thuis online met de toenmalige ASLK via videotex. België is overigens altijd wereldkoploper geweest in online banking.

Editel
Ik ging in 1982 bij de krantengroep De Standaard aan de slag als onderzoeker en online uitgever. Testen en proberen. In 1985 lanceerden wij Editel, met real-time Brusselse beursinformatie voor banken en beursmakelaars. Een jaar later startten wij een downloaddienst voor bedrijven en particulieren op, die elke dag de meest recente beursnoteringen in hun personal computers konden binnenhalen via de gewone telefoonlijn. Dat waren dan vooral de eerste IBM-compatibele pc’s, de eerste DOS-pc’s nog voor Windows, en natuurlijk ook de eerste Mac’s, maar ook nog Tandy’s, BBC Acorn, en wat had je toen.
In 1988 leverden wij beurskoersen aan andere kranten en aan banken via het TCP/IP-protocol, en dat was puur internet: computers met mekaar praatten zonder een eigen fysieke huurverbinding – wat een innovatie!
Alles ging traag. Videotex ging over 1200 bits per seconde download, 75 bps upload. Het bleef jarenlang traag, zelfs in 1993-1995, op het web, haalden we maar 14.400, in het beste geval 28.800 bps. Permanent breedband is pas van rond 2000 gemeengoed. Nu heb ik thuis 20.000.000 bps down en 3.200.000 up (denk ik, het steekt niet op een Mbps).

Er waren te veel systemen…
… of tenminste, te weinig gestandaardiseerd. Ieder merk bood zijn eigen systeem aan, computers konden alleen via dure hardware- en software-omwegen met andere merken en types praten. Er was veel punt-tot-punt-communicatie, weinig netwerk. Maar er waren wel veel informatiediensten. Tussen 1991 en 1996 heb ik voor de Europese Commissie nog rapporten gemaakt over de online markt van informatiediensten, en die waren zonder het internet ook een paar honderd miljoen euro groot – in België alleen al.

WWW
En dan deden Robert Cailliau en Tim Berners-Lee hun ding in het CERN in Genève, rond 1990. Deze twee topingenieurs zochten een oplossing voor de duizenden fysici die wereldwijd zo moeizaam communiceerden. Vanuit een praktisch probleem zij hebben de World Wide Web standaard gefabriceerd, die via de academische wereld door overheid en commerciële bedrijven werd opgepikt, en die leidde tot het internet, het web eigenlijk, zoals we dat nu kennen.

Nuttigheid
Soms lijkt het er inderdaad op dat er voor het www geen internet en geen online diensten waren. Ik kan dat @jente niet kwalijk nemen. Ik hoor die opmerking nog wel. Het heeft er mij toe aangezet uiteenzettingen vaak te beginnen met de vraag aan mijn publiek wie er na 1982 geboren is. Omdat soms een beetje geschiedenis verhelderend kan zijn. En omdat ik zie dat ze zich afvragen (en soms zeggen ze het ook, net als @jente) of het welk kan kloppen wat die grijze meneer daar vertelt.
Voor een paar straffe verhalen uit de oude online doos kan @jente altijd bij mij terecht. Wat nu evident is, daar hebben wij vaak veel weken aan gewerkt en gezocht en geploeterd. En veel uit geleerd.
Uit die periode heb ik bijvoorbeeld overgehouden wat nu nog altijd het centrale thema in mijn online consulting is: nuttigheid. Als er online geen nuttigheid wordt geboden, heeft de hele online oefening geen zin. Omdat onze middelen beperkt en duur waren, toen, was nuttigheid cruciaal. Maar ook nu, in de technologische luxe en de overvloed aan snelheid, is nuttigheid het criterium voor een succesvolle dienst.

Sommige dingen veranderen ook in dertig jaar niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen