dinsdag 16 april 2013

De Ingenieur 22 maart 2013-04-16

PREHISTORIE VAN INTERNET


Voor wie zoals publicist en consultant Jak Boumans zo'n veertig jaar om zich heen heeft gekeken in de wereld van de digitale informatievoorziening, moet de neiging om het allemaal eens goed te boekstaven onbedwingbaar zijn. En dus heeft Boumans het allemaal opgeschreven in het boek 'Toen digitale media nog nieuw waren. Pre-internet in de Polder (1967-1997)'.

Boumans, die ook jarenlang over digitale media publiceerde in De Ingenieur, is een feitenjunkie, dus krijgen we een minutieuze beschrijving van alle ontwikkelingen gedurende deze periode. Het is een wat opsomming boek, maar voor wie van thematiek houdt, is het een feest der herkenning, een nostalgische reünie van al die ontwikkelingen en gebeurtenissen die allang weer vergeten zijn, zoals videotex, de cd-i (interactief), bulletin board-systemen en akoestische modems. Het beeld dat het boek oproept, is er een van vallen en opstaan, maar vooral heel veel vallen in een aaneenschakeling van miskleunen - zeer vermakelijk in retrospectief.

Boumans laat zijn pre-internetgeschiedenis van de digitale media eindigen op 1 januari 1997, maar waarom is niet helemaal duidelijk. In 1997 verdwenen de informatiedienst Videotex Nederland en Memocom en gingen ze op in World Access/Planet Internet, maar zo wereldschokkend was die gebeurtenis niet. Het world wide web, de toepassing die internet echt deed inburgeren bij brede lagen van de bevolking, was al uitgevonden in 1991.

De rode draad - voor zover die valt te ontdekken in het chronologisch relaas - is dat allerlei bedrijven commerciële kansen roken en dachten dat de consument op allerlei nieuwe technologie zat te wachten. Dat viel tegen, vooral omdat veel van die technologie allerminst uitblonk door gebruiksgemak.

Een sleutelrol in Boumans' boek is weggelegd voor de markante Piere Vinken, de bestuursvoorzitter van uitgeefconcern VNU. Want al snel probeerden de klassieke uitgevers een voet tussen de deur te krijgen in een wereld die (nog) werd gedomineerd door staatsbemoeienis. De televisiewereld, waarin de Mediawet de overheid een allesoverheersende rol gunt, en de oude telefoniewereld van het staatsbedrijf PTT wisten de anarchistische internet- annex computerwereld een tijdlang buiten de deur te houden: de uitgevers van gedrukte media moesten het doen met ASCII-databanken (die hoekige lettertjes op een monochroom scherm); de Nederlandsche Pers Databank, met alle berichten en artikelen van het ANP en de landelijke dagbladen, was voor professioneel journalistiek gebruik en niet openbaar.

Er was volgens Boumans een tweestromenland: aan de ene kant de bestanden uitwisselende computerwereld met ASCII (American Standard Code for Information Interchange) en aan de andere kant de (Europese) telefonie- en televisiewereld die met Videotex (in Nederland Teletext) aan de slag wilde. Via de druktoetsen van het telefoontoestel moest de gebruiker tekstpagina's kiezen op het televisiescherm - niet echt handig.

De (commerciële) krantenuitgevers zagen Teletekst als een 'grafisch' communicatiemedium voor tekstberichten, maar de toenmalige minister Harry van Doorn van Cultuur, Recreatie en Maarschappelijk Werk besliste dat de publieke omroep Teletekst zou vullen. Hoewel Teletekst, en in Frankrijk Minitel, een succes werd, zijn het toch zeer geïsoleerde toepassingen in een wereld die stormenderhand werd veroverd met behulp van techniek, zoals ASCII, het FTP/IP-protocol, het wereldwijde web, browsers, zoekmachines, platforms als You Tube en Facebook, draadloos internet, smartphones en tablets. Er is kortom nogal wat gebeurd na 1997, 'Toch meen ik dat er sinds de doorbraak van internet als digitaal platform een betrekkelijke rust heerst, de internetbubble van 2000 daargelaten.' Of de digital natives van begin twintig dat met deze oude rot eens zijn, valt te betwijfelen, maar het boek is ook voor hen verplichte historische kost. (EvdB)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten