Posts tonen met het label Wegener. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wegener. Alle posts tonen

dinsdag 29 december 2015

Dit jaar in digitaalverleden.nl


Eind 1997 

heeft de Wegener dienst City Online 17 lokale digitale steden met 16.000 bewoners en dagelijks zo’n 6.000 bezoekers; City OnLine behoort daarmee tot de top-10 van meest bezochte Nederlandse sites. Toch gaat de stekker er begin 1998 uit.




Voor meer info zie pg.165

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN



zaterdag 14 november 2015

Deze dag in digitaalverleden.nl

In 1995 

neemt Wegener een aandeel van 20 pct. in Planet Internet.











Voor meer info zie pg.255

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN

donderdag 12 november 2015

Deze maand in digitaalverleden.nl

In 1995

levert Beate Crombags de scriptie over Digitale Kranten af. 











Voor meer info zie pg.262-265

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN













woensdag 14 oktober 2015

Deze maand in digitaalverlden.nl

In 1991


gaat de online-winkel ComNet failliet. Aandeelhouders Getronics, PTT Telecom en Wegener Tijl. Comnet was bereikbaar via Videotex Nederland. Vier uitgevers, A.W. Bruna, Kluwer Technische Boeken, Elsevier en WEKA verkochten boeken online via Comnet.






 
Voor meer info zie pg. 137

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN

vrijdag 2 oktober 2015

Deze maand in digitaalverleden.nl

In 1996

werd de proefversie van City Online gelanceerd door Wegener in Utrecht tijdens het Filmfestival.






Meer info op pg. 265

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN 
 

dinsdag 22 september 2015

Deze maand in digitaalverleden.nl

Gisteren, op 21 september 1995

stapte Wegener al na drie maanden uit de joint venture Veronica's Interactive Plaza (VIP).





Voor meer info zie pg.264

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN

woensdag 26 augustus 2015

Dit jaar in digitaalverleden.nl

In 1996

beginnen negen Nederlandse uitgevers ( Telegraaf, PCM, FD, VNU Dagbladen, NDC, Wegener, Bonaventura, Weekbladpers, Sdu,) een project voor een digitale knipselkrant onder de naam Central Station.

Voor meer info zie bit.ly/1N11ins 

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN


 


 




vrijdag 3 juli 2015

Deze maand in digitaalverleden.nl

In 1995

start Wegener samen met omroeporganisatie Veronica de dienst Veronica Interactive Plaza (VIP) in juni 1995. In september 1995 waren de partijen alweer uit elkaar.




 
Meer info op pg. 166

Voor de introductie van internet was er reeds een informatie-industrie in Nederland. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren geeft een overzicht  van die periode vanaf 1968 tot 1997. Bestel het boek a 29,95 euro (zonder verzendkosten) op http://bit.ly/1DYjRSN  

vrijdag 2 mei 2014

Een Minitel in de collectie (2)

De Minitel Alacatel 254 is geschonken door Sacha Tamarinof, een nieuwe-mediaveteraan.  Hij was bij Tijl Data Press in Zwolle in de jaren tachtig degene die met de Minitel bij banken, pensioenfondsen etc. het Fondsdata koersinformatiesysteem  demonstreerde.


 
Tijl Data was eind 1980 uitgever van de Beurskrant en creeerde in 1980 een publieke toegang voor beursinformatie, maar ook een besloten toegang voor betaalde informatie. De toegang tot de besloten groep verliep vanaf 1982 via een koppeling van de Viditel-systemen via Vidipoort.
 

Sacha Tamarinof geeft als reactie op die periode: Dat was een mooie tijd. Ik heb het systeem aan veel banken verkocht, miljoenenhandel. Jammer dat wij door dat succes op dat moment een remmende voorsprong namen en door het te laat innoveren (pc applicaties met snellere modemverbindingen niet meer op basis van Videotex) vervolgens de boot misten. We werden toen links en rechts ingehaald; er werden door Tijl Data elk jaar nieuwe producten beloofd, maar.. men bleef vasthouden aan het videotexplatform.
Tijl Data werd in 1994 als onderdeel van Wegener opgeheven. 
  

zondag 30 september 2012

Google Nieuws 10 jaar

 Google Nieuws bestaat dit weekend precies 10 jaar. De nieuwsdienst van Google heeft inmiddels één miljard unieke gebruikers per week en 72 edities in 30 verschillende talen, die gebruik maken van zo'n 50.000 bronnen.

Google Nieuws werd opgezet na de aanvallen op 11 september, toen veel mensen op internet nieuws zochten. Het was een van de eerste websites die enkel met een algoritme nieuws verzamelde uit verschillende nationale en internationale bronnen.

Het idee van een nieuwsdienst bestaande uit een verzameling van nationale en evt. internationale berichten was niet nieuw. Wel nieuw was het gebruik van een algoritme om het nieuws te verzamelen. Tot dan toe werd steeds gedacht in termen van opslag van artikelen in databases.

Zo werd in 1995 werd in België het project Central Station opgezet. Berichten uit nationale kranten en later ook tijdschriften zouden terechtkomen in een database en op basis van een persoonlijk profiel verspreid worden. Door verzet van journalisten kwam het project stil te liggen. Maar later werd het project alsnog gerealiseerd en werd het bedrijf Mediargus opgericht. Intussen hebben de Belgische uitgevers verschillende juridische gevechten gevoerd met Google.

Het project Central Station kreeg in Nederland ook navolging in 1996. De grote krantenconcerns zoals De Telegraaf, PCM, FD, NDC en Wegener zaten om tafel. Maar in Nederland kwam het niet tot een proef noch tot een proces. De partijen gingen eerder uiteen, o.a. nadat PCM de Nederlandse Persdatabank had overgenomen en geïntegreerd in het latere Factlane, dat op zijn beurt werd overgenomen door de Amerikaanse dienst Nexis. Ook in Nederland heeft weerstand bestaan tegen Google Nieuws. Maar als de Nederlandse uitgevers een gezamenlijke databank hadden opgezet hadden zij weerwerk kunnen leveren aan Google Nieuws.

vrijdag 30 maart 2012

De Nieuwe Pers

In de conclusie van de blogposting Encyclopedia Britannica geheel digitaal, gaf ik aan dat naslagwerken een van de eerste uitgeefsegmenten was die van analoog naar digitaal veranderden en nu na zo’n 40 jaar de verandering voltooid lijken te hebben. Ik vroeg me dan ook af welk segment is het volgende. Ik noemde daarbij het kranten- en tijdschriftensegment. Voor deze blogposting richt ik mij specifiek op het krantensegment, m.n. gezien het aangekondigde einde van de gratis, maar niet goedkoop krant De Pers. Als ik stel dat de naslagwerken nu hun digitale omslag voltooid hebben, zet ik als volgende stelling neer dat de kranten in 2020 hun omslag bereikt zullen hebben van papier naar digitaal.

Huidige dode-bomen landschap
Onlangs zijn de meest recente oplagecijfers over kwartaal vier van 2011 gepubliceerd door HOI, het Instituut voor Media Auditing. De betaalde oplages van NRC Handelsblad en nrc.next stijgen voor het derde kwartaal op rij. Vergeleken met een jaar eerder steeg de betaalde oplage van NRC Handelsblad van 182.794 naar 189.452 en van nrc.next van 71.558 naar 75.344. Alle andere landelijke dagbladen laten juist een dalende lijn zien.
De Telegraaf had eind 2011 een oplage van 529.188, een daling van ruim 6 procent ten opzichte van een jaar eerder. De oplage van AD daalde met bijna 2 procent naar 391.685. Bij de Volkskrant daalde de oplage zo’n 4 procent, naar 231.470. Ook Trouw had een dalende oplage: van 96.651 naar 91.644 exemplaren. Het Parool daalde van 65.301 naar 61.373 en Het Financieele Dagblad van 59.188 naar 52.220. Het Reformatorisch Dagblad ging van 50.988 naar 49.341 en het Nederlands Dagblad van 29.248 naar 26.738.
Bij de regionale dagbladen laat alleen het Fries Dagblad een nieuwe stijging zien: van 13.378 naar 14.523. De overigen zien het lezersaantal alleen maar afnemen.
De digitale publicaties van de kranten laten op twee na allemaal een stijging zien. De ‘dalers’ zijn NRC Handelsblad en de Volkskrant.
De totaal verspreide oplage bij de gratis dagbladen vertoonde ook een daling. Alleen het verdwijnende dagblad De Pers steeg in oplage van 278.038 naar 292.440. Metro ging van 471.929 naar 440.091 en Sp!ts van 393.103 naar 361.893. (Bron: Villamedia)

Korte geschiedenis
De overschakeling van papier naar digitaal voor de kranten begon in Nederland in de jaren tachtig. In plaats van loodzetten werd fotozetten ingevoerd en daar was een computer voor nodig. Maar fotozetten zomaar invoeren bij een krant is onmogelijk. Daar is tijd voor nodig. Een van de eerste kranten, die overging van loodzetten naar een geautomatiseerd systeem was Het Financieel Dagblad. Na een aanloop begon het dagblad met de invoering van een nieuw systeem in 1984. En vanaf 1986 kon het archief automatisch benaderd worden. Ook de Volkskrant ging in de jaren tachtig aan de slag onder leiding van de heer Van Ginkel en introduceerde een systeemredacteur, een redacteur die wist hoe het systeem werkte en de schakel was tussen redactie en techniek. Ook De Gelderlander begon in die tijd over te schakelen en kocht het BRS zoeksysteem, zodat redacteuren in het archief konden gaan zoeken. En dan in 1994 lanceert het Eindhovens Dagblad als eerste dagblad een internetsite met publiek toegankelijk archief, gebruikmakend van Philips’ software Rosetta. En in 1995 toonde Roger Fidler het prototype van het electronisch tablet, de voorloper van de elektronische krant.

Na de digitalisering
Maar de digitalisering was het probleem niet voor de kranten. Want met de introductie van internet moesten de krantenbedrijven de vragen beantwoorden:
- Hoe is de leeftijds- en geografische opbouw van de lezers;
- Wat gebeurt er met de redactionele formule;
- Zijn advertenties voor papieren kranten ook te gebruiken voor de internetversie;
- Kun je geld vragen voor een pdf krant en een krant op internet;
- Hoe faseer je de overgang van papier naar internet.
Er zijn nogal wat vragen op het gebied van redactionele formule en businessmodel die beantwoord moeten worden. En er is niet één recept voor, want er zijn nationale kranten, gespecialiseerde kranten en regionale kranten.
De leeftijdsopbouw was bij het begin van internet nog belangrijk, maar tegenwoordig is internet gemeengoed geworden ook voor de senioren. De geografische opbouw was belangrijk bij het papieren product vanwege de distributie. Nu is voor papier de combinatie essentieel; zo worden regionale kranten meer gelezen door senioren, die wonen in niet stadse omgevingen. Zo mag van senioren verwacht worden dat deze de digitale editie eerder in de stad omarmen dan op het platteland.
De redacties zijn er intussen wel achter dat zij niet zomaar de krant op internet kunnen kopiëren. En er is intussen een soort formulemix ontstaan: de papieren krant, de pdf krant en de uitgebreide teletekstkrant, bestaande uit berichten van persbureaus’s, maar zonder achtergrondsartikelen.
Uiteraard hebben de meeste kranten advertentieafdelingen, maar advertenties op papier zijn anders dan interactieve advertenties. Ook hier moet een omslag gemaakt worden.
Het businessmodel is nog lang niet uitgekristalliseerd. Dat een pdf krant geld kost is duidelijk. Maar blijft de uitgebreide teletekstkrant gratis. Of ga je voor bepaalde langere artikelen geld vragen, zoals het Nederlands Dagblad. Of biedt je als krant een mix aan van pdf/elektronische kranten door de week en de papieren editie op zaterdag, zoals Het Financieele Dagblad.
Intrigerend blijft de vraag hoe je de overgang faseert van papier naar internet en zeker nu met de tablets.

De nieuwe Pers
Al deze vragen komen nu naar boven bij het voortbestaan van De Pers. De krant bestond net een lustrum en had vanaf het begin de advertentiemarkt voor de papieren editie niet mee. Qua distributie heeft de krant zich langzaam uitgebreid van de randstad naar het achterland en van weekdagen tot werkdagen. De interneteditie was een soort drietrapsraket: gedrukte editie, pdf editie en internet editie. Het businessmodel werd er niet gecompliceerder onder, want de hele operatie was afhankelijk van platte advertenties, geschikt voor de papieren krant.
Achteraf geredeneerd kun je concluderen dat de De Pers anders had moeten starten in 2007. De redactie had direct digitaal moeten starten en misschien op zaterdag een gedrukte editie moeten uitbrengen met het beste van de week op internet. Op deze manier was De Pers veel distributiekosten kwijt geweest en had zij bovendien meer aandacht kunnen schenken aan interactieve artikelen en advertenties.
Komt er nog De nieuwe Pers, die een glimp presenteert van de toekomstige kranten? Wat kan er weggelaten worden: de telexjournalistiek van korte berichten van persbureau’s, geen RTV rubriek en de kruiswoordpuzzel; deze zijn elders op internet te vinden. Wat kan er behouden moet blijven: de langere gesigneerde artikelen, die via een profiel gekozen kunnen worden; niet iedereen is geïnteresseerd in sport. Wat moet nieuw worden: een forumpagina voor discussie, maar geen Hyvesachtige rubriek. De nieuwe Pers moet ook werken aan interactieve advertenties, waarvoor meer geld gevraagd kan worden dan voor de platte advertenties. En De nieuwe Pers zal bovendien een financiële bijdrage moeten vragen van de lezer: goedkoop, maar niet vrijblijvend.
Wat zou het effect zijn van De nieuwe Pers: tweedeling tussen telexjournalistiek en serieuze journalistiek met multimedia extra’s zoals video, audio en animatie; het geheel voorzien van een serieus discussieplatform.

Omslag
Wanneer zal er een definitieve omslag zijn. De introductie van de tablets is een belangrijke stap in de omslag naar de digitale kranten. Als we net zoals bij naslagwerken 40 jaar nemen voor de omslag van druk naar digitaal, dan zal in 2020 de definitieve omslag in het krantensegment een feit zijn. Uitgevers hebben dus nog iets meer dan zeven jaar om tot een definitieve redactionele formule, interactieve reclame en businessmodel te komen. De Nieuwe Pers kan het eerste prototype worden.