"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



dinsdag 12 juli 2016

De Digitale Stad gaat weer herleven

De kennis van de geschiedenis van digitalisering is oppervlakking. In gastcolleges vraag ik studenten wel eens naar hun eerste computer, hun eerste bankrekening, hun eerste e-mail, hun eerste mobiele telefoon, hun eerste appie en met wie. De komst van de mobiele telefoon kunnen ze meestal nog wel herinneren, maar de eerste computer (nee, geen my first Sony!). 

Digitale archeologie 
Nu is er ook weinig van de digitale geschiedenis in Nederland te ervaren. Als het al iets dan gaat het voornamelijk over hardware, computers van mainframe, PC’s en draagbare computers. Er zijn weinig historische programma’s te ervaren. Gelukkig is er het Nederlands Instituut voor Games en Computers in Zwolle. M.n. in het Gamesmuseum, ook wel bekend als het Bonami Spel museum, geeft een goede beleving van spellen sinds de digitalisering. Maar een echte belving van bijvoorbeeld de eerste sites van internet was tot nu toe onmogelijk. Maar dat zal niet lang meer duren.   

De Digitale Stad (DDS)
Onlangs werd in het Amsterdam Museum een voorvertoning gegeven van site De Digitale Stad, die op 15 januari 1994 in Amsterdam van start ging en de eerst stimulans  voor consumenten internet in Nederlands was. Het was een project van het politiek-cultureel centrum De Balie en xs4all, naar het voorbeeld van de Free-Nets in Noord-Amerika. Aanleiding waren de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 1994. Behalve via de plaatselijke televisie-, radio- en gedrukte media, zou via De  Digitale Stad een publieksdebat plaatsvinden. De metafoor van een virtuele stad werd gekozen om het karakter van het publieke domein van DDS  te benadrukken. Na eerst tekstuele informatie- en  communicatiediensten aangeboden te hebben, werd op 15 oktober 1994 overgegaan naar een grafi sche interface op het World Wide Web. De organisatie kreeg geld van de gemeente Amsterdam voor het opzetten van een site. Om het debat in forums aan te wakkeren was er natuurlijk publieke belangstelling nodig. En die kreeg DDS op radio en televisie en in de schrijvende pers. Marleen Stikker werd de virtuele burgemeester van dds en stond de media te woord. En aan de poorten stonden duizenden potentiële internetters van buiten Amsterdam te dringen om via een inbelverbinding toegang te krijgen tot dds. Na zes weken telde het project al meer dan tienduizend geregistreerde gebruikers. Niet alleen internet aanbieder xs4all was verrast door de belangstelling, maar ook lijnenboer PTT Telecom (citaat uit: Toen digitale media nog nieuw waren, pg. 250).

Virtuele beleving
Iets van de eerste opwinding uit 1994 zal in het najaar terug te voelen zijn, wanneer DDS versie 4.0 te beleven is. Zoals men nu nog steeds door Pompei kan lopen en een Romeinse stad kan ervaren, zo zal men dan ook de eerste Nederlandse virtuele stad kunnen bezoeken en herbeleven, voorzien van een plattegrond.
De voorvertoning van DDS versie 3.0 was onderdeel van het project ‘DDS herleeft’, een initiatief van het Amsterdam Museum, De Waag Society, UvA and Beeld en Geluid. De originele bestanden zijn teruggevonden in het DDS archief, dat in het bezit is van het Amsterdam Museum. Het bestand is 10Mb en stond op een harde schijf. Deze heeft 20 jaar opgeslagen gelegen. Van het bestand hebben informaticastudenten van de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) twee versies gemaakt: één met alle gegevens en een replica. DDS versie 4.0 zal een emulatie zijn  die helemaal nieuw is geprogrammeerd 'om een hedendaags, stabiel en beveiligd functioneren mogelijk te maken'. In die versie zal men een avatar kunnen kiezen en door de stad kunnen verplaatsen van café naar postkantoor en bibliotheek via de metro. 

20 jaar terug in de tijd 
‘DDS herleeft’ is een eerste webarcheologisch project, waarmee men terug kan naar internet zoals het was tussen 1994 en 1996. Daarmee kunnen we zo'n twee decennia terugkijken. Het zou mooi zijn als we nu ook de eerste online publieksdienst Viditel van 1980 zouden kunnen nabouwen en online beschikbaar stellen, zodat men kan voelen hoe het was om via videotex informatie tot zich te nemen. Misschien heeft het ex PTT museum, het Museum voor Communicatie, of de opvolger van PTT nog een paar tapes liggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen