vrijdag 20 september 2013

Herbouw Philips paviljoen Expo ’58 (voorlopig) gesneuveld

Iedere verkiezing heeft zijn verliezers; zo ook met de verkiezing van de Culturele Hoofdstad 2018. Leeuwarden mag zich met de Maltese stad Valletta Culturele Hoofdstad 2018 noemen. De Friese hoofdstad is uiteraard blij met de verkiezing en steden als Maastricht, Den Haag, Utrecht en Eindhoven likken hun wonden. Al die steden hebben geld gestopt in plannen en een uitgebreid document met plannen (zie bidbook Leeuwarden).  

Herbouw Philips paviljoen
In al die documenten met plannen zijn fascinerende plannen terug te vinden. Zo bevat het Eindhovens document het plan om het Philips paviljoen van de Expo 1958 te herbouwen in de wijk  Strijp-S. De Stichting Reconstructie Philips Paviljoen 1958 wilde het markante gebouw laten herbouwen voor 8,5 miljoen euro en had plannen om er een „levend laboratorium” in te vestigen, waar kunstenaars en ontwerpers zouden kunnen beschikken over de allerlaatste technologieën. Nu Eindhoven geen Culturele Hoofdstad wordt wil de gemeente niet bijdragen aan de herbouw. De Stichting geeft zich zelf echter een jaar de tijd om het benodigde geld bij elkaar te halen.

Waarom een herbouw?
Je kunt je natuurlijk afvragen waarom een gebouw uit 1958 herbouwd zou moet worden. Er zijn een paar redenen tegen en vóór te verzinnen. Je kunt natuurlijk zeggen, dat de Expo ’58 al zijn monument in Brussel heeft met de bollenconstructie van aluminium, het Atomium.  Anderzijds kun je argumenteren, dat het paviljoen een markant gebouw is, waarvan het ontwerp in 1958 zelfs futuristisch was. Leuk om zo’n retro gebouw in de wijk te hebben. Het ontwerp was van de Iannis Xenakis in samenwerking met het bureau van de beroemde Franse architect Le Corbusier. maar Le Corbusier ging akkoord met de sloop van het gebouw na afloop van de Expo, omdat het niet vior de eeuwigheid ontworpen was. Het argument, dat het een nieuwe inspirerende omgeving zou worden voor kunstenaars die de allerlaatste technologieën zouden gebruiken, is leuk, maar ook een kostbare invulling. De echte reden voor de herbouw van het Philips paviljoen is niet zozeer het gebouw, maar ook het project Poème Electronique. Geschiedkundig gezien markeerde dit project het begin van multimedia en de overgang van analoge multiple media naar digitale multimedia.  

Startpunt van multimedia
In dit bouwkundig gewaagde paviljoen presenteerde Philips de eerste grootschalige multimediavoorstelling. Voor de wereldtentoonstelling wilde Philips de vooruitgang en innovatie
symboliseren: licht, geluid, elektronica en automatisering. Het idee was afkomstig van Louis Kalff, de art-director van Philips. Hij schakelde de Franse architect Le Corbusier in, die op zijn beurt de Griekse architect Iannis (Yean) Xenakis en de Frans-Amerikaanse componist Edgar Varèse bij het project betrok. Iannis Xenakis ontwierp het paviljoen, Varèse zorgde voor de muziek en L e Corbusier zou het licht en de beelden verzorgen.

Het grondplan van het paviljoen had de vorm van de menselijke maag, met een oppervlakte van 1.000 m2 en een hoogte van 22 meter. De bouwtechnologie was innovatief, aangezien de geometrische constructie bestond uit pijpen en betonblokken. Het interieur was leeg en donker en bood een staanplaats aan 500 mensen.

De bezoekers zagen een diashow met beelden die rondom werden geprojecteerd, ondersteund door elektronische muziek uit 400 speakers. De multimediashow duurde 480 seconden en verhaalde de geschiedenis van de mensheid in beeld en geluid met afbeeldingen van de natuur, maskers van oude culturen, wapentuig, kinderen, volwassenen, bejaarden, steden, geboorte, leven en dood.
 
De opzet was een show te produceren en te presenteren waarin beeld en geluid zich tot één geheel vermengde en een grootse ruimtelijke ervaring bood (Gesamtkunst). Het spektakel begon met de aankondiging: ‘Philips heeft automatische apparatuur ontworpen die een nieuwe kunst met onbegrensde mogelijkheden inluidt, namelijk het elektronische samenspel van licht, kleur, beeld, woord en muziek in de ruimte. Het ‘elektronisch gedicht’ toont hoe onze steeds sterker gemechaniseerde beschaving streeft naar een toekomstige nieuwe harmonie.’

De samenwerking tussen de kunstenaars was echter minder krachtig dan verwacht mocht worden. Bovendien kwam de 75-jarige Varèse in conflict met de geluidsexperts van Philips. Desondanks kwamen de bezoekers verbijsterd uit het paviljoen, overweldigd door de beelden, geluiden en technologische hoogstandjes.

Het paviljoen, dat zes miljoen gulden (minder dan drie miljoen euro) had gekost, werd na afloop van de wereldexpositie opgeblazen en het creatief project verdween in de vergetelheid. In 2005 kon het Poème Electronique opnieuw ervaren worden op een conferentie in Den Haag. De diaprojectoren waren vervangen door een paar pc’s en de 400 speakers door enkele surround boxen. De 480 seconden tellende show is nu te zien (niet te ervaren) op YouTube en het Engelstalige filmpje.

(Fragment uit het boek Toen digitale media nog nieuw waren – Pre-internet in de polder (1967-1997) door Jak Boumans).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten