zondag 29 mei 2022

The algorithmic beauty of plant

 Woensdag 1 juni 2022 van 19 – 21 uur in DDAMA (Dutch Digital Art Museum Almere) opening van twee nieuwe tentoonstellingen die aansluiten op het thema van de Floriade: The algorithmic beauty of plants en Glitched Lovescapes. In de Euro-toren (nu Rabo) aan de naast Almere CS, Landdrostdreef 124, 2e verdieping, 1314 SK Almere.

DDAMA bestaat al meer dan vijf jaar en is als een jonge telkens opnieuw bloeiende plant, die moet overleven zonder verzorging door de gemeentelijke plantsoenendienst. Wellicht komt het door de zeldzaamheid, het exotische, het nieuwe, er zijn er maar een paar in de wereld, dat deze jonge opvallende bloem nog niet de verdiende aandacht krijgt. We hechten aan onze traditionele tulpen en narcissen of halen palmen en cactussen van ver en hebben weinig oog voor een spontaan ontstane lokale nieuwe variant. Onbekend maakt onbemind.
Kom kijken bij de opening en laat je onderdompelen! Neem anderen mee, oud en jong!

In de tentoonstelling met het thema The algorithmic beauty of plants is Jan Coenen vertegenwoordigd met drie werken met het onderwerp “groei” en met het thema van de Floriade, “growing green cities”, in het achterhoofd. Twee van die werken zijn projecties van digitale algoritmes en het derde is een combinatie van een aquarel van 4,5 bij 1,5 meter met een video op basis van een algoritme.

Groei is verandering. Groei is worden, niet zijn
Mensen, bloemen, planten, bossen, steden en musea groeien.
In de getoonde kunstwerken is de wetmatigheid van groeien verbeeld. Er is te zien hoe eenvoudige wiskundige formules ten grondslag liggen aan het groeien van planten, van de natuur, maar ook van steden. Deze wiskundige modellen (fractals) hebben, zoals groei in de natuur, de eigenschap dat ze binnen grenzen eindeloos herhalen zonder hetzelfde te zijn.
Na een eeuwenlange ontwikkeling waarin de mens zich heeft ontworsteld aan de grillen en gevaren van de natuur komt nu meer en meer het besef dat we onderdeel zijn van de natuur, dat we de natuur niet moeten verpesten, dat we niet op afstand moeten blijven toekijken, maar dat we er weer in moeten opgaan. De werken gaan ook over het kijken, over het waarnemen van natuur en kunst, over afstand en betrokkenheid.

© 2022 Jan Coenen
 

dinsdag 17 mei 2022

Een lasercard voor de medische wereld

Recentelijk vond ik in mijn collectie een Drexon Lasercard terug. Het is een kaart ter grootte van een betaalkaart, maar niet met een magnetische strip, maar een optische strip. De kaart werd uitgevonden in 1981 door het Amerikaanse bedrijf Drexler In 2008 waren er 35 miljoen Drexon Laserkaarten verkocht. Hebt u ze ooit gezien en/of gebruikt?

Toen de Drexonkaart ontwikkeld werd, werden de kaarten gezien als dragers voor medische informatie, voor wetenschappelijke e-boeken en tijdschriften en voor geldtransacties. De informatie wordt gelezen door een kaartlezer verbonden met een PC. Op de kaar kan 2 Mb worden opgeslagen, ca. 800 getypte A4 pagina’s.

In de medisch wereld werd de kaart gezien als een transactiekaart. De kaart identificeerde de patiënt, bevatte het patiëntendossier en de bezoekgeschiedenis. De Laserkaart is een optisch product, ontwikkeld in de tijd dat CD-media (de CD-audio, CD-ROM en een decennium later CD-i) ook op de markt kwam. Deze media konden echter een groter volume informatie van tekst, foto’s en geluid opslaan, maar waren niet zo draagbaar en toegankelijk als de Drexon Lasercard.

Ik heb even rondgekeken in mijn collectie van magnetische en optische media. Het levende één beeldplaat, zes CD-ROMs, één gecombineerde CD-ROM met CD-i, één minidisk en één floppy disk op. 


De tabel laat zien dat de Laserkaart in Nederland geen uitgeefproducten heeft opgeleverd. De beeldplaat was een pilot, waarvoor de aanschaf van een beeldplaatspeler plus PC met software noodzakelijk was. De tekst CD-ROM heeft m.n. in de farmaciewereld toepassing gevonden. De CD-i  werd snel voor de CD-ROM ingeruild toen multimedia gestandaardiseerd werd. Elsevier combineerde beide formats op een schijf om een zo groot gebruikersbestand te bereiken.

Optische media hebben een korte gebruikersperiode gekend en werden met de invoering van internet door online ingehaald.  


 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto's: Collectie Jak Boumans

maandag 25 april 2022

Pre-internet Project: Het einde in zicht

 

Het einde in zicht

In 2011 publiceerde ik het boek Toen digitale media nog nieuw waren – Pre-internet in de polder (1967-1997). Daarna benoemde ik mijzelf tot curator Pre-internet. In 2012 ontwikkelde Electronic Media Reporting het project Cybernauten, een project om de geschiedenis van Pre-internet en Internet in gesprekken met mensen die in de periode 1967 - 1997 hebben gewerkt en specifieke projecten hebben uitgevoerd of daarin een functie hebben gehad, op video vast te leggen. De financiering van dit project kwam niet rond; intussen wordt deze kring van nieuwe-mediapioniers kleiner en moet het project misschien nu met podcasts worden uitgevoerd. In 2015 lanceerde Electronic Media Reporting het Pre-internet Project. Nu na de opheffing van het bedrijf is het einde voor dit project in zicht. Het project wordt nu nog beheerd door pre-internet curator Jak Boumans. In dit artikel zullen de doelstellingen en de resultaten, c.q. de inventaris van het project worden beschreven.

Doelstelling

Uitgangspunt van bovenvermeld boek is de beschrijving van de periode tussen 1967 en 1997 van ontwikkeling van nieuw media (online en offline) in Nederland. De periode was een verwarrende tijd, waarbij zich verschillende online media, zoals ASCII, videotex, teletekst, e-mail en Bulletin Board Systems ontwikkelden, maar ook offline media zoals magnetische schijven, optische schijven (Laserdisks, CD-ROM, CD-i, mini-disks, DVD, Blue Ray). In 1975 begon Kluwer Rechtswetenschappen met het ontwikkelen van een online juridische databank. In 1980 werd Viditel gelanceerd als de eerste publieke online dienst en vanaf 1984 werden CD-ROMs en CD-i’s ontwikkeld. Deze technologieën hadden alle hun eigen productgroepen. Bovendien groeide in die tijd multimedia offline producten en online diensten van tekst naar tekst plus beeld, maar ook naar tekst plus beeld plus audio. Uniek kenmerk van deze producten en diensten was de interactiviteit. In het begin van de jaren negentig ontstond internet, maar ook een wormgat, waar uiteindelijk naast internet, e-mail en teletekst als online diensten overleefden en de optische media de eeuwwende niet haalden. 

 © 2011 Collectie Jak Boumans

Met het Pre-internet Project, zoals beschreven in 2015 was het doel om een digitaal archief op te bouwen zoals een tijdlijn, bibliografie, CD media discografie, artikelen, een bestand met pre-internet informatiebestanden, foto’s en een retrowoordenboek. De periode strekt zich uit van de jaren vijftig tot aan de jaren negentig en beperkte zich tot Nederland. De bestanden zijn afkomstig uit de Collectie Jak Boumans, maar er werd ook gestreefd naar opname van materiaal van derden. 

Om de concrete doelstellingen van het project te realiseren is onderhandeld met een aantal erfgoedinstanties voor financiële ondersteuning. Helaas heeft dat geen concrete ondersteuning opgeleverd. Een bibliotheekdirecteur tevens bestuurder van een erfgoedfonds gaf als zijn oordeel over het project, dat de Koninklijke Bibliotheek het merendeel van de boeken, artikelen en CD-ROMS in bezit en gecatalogiseerd had. Hij had zijn huiswerk niet gedaan.

Desondanks zijn in het project onderdelen uitgevoerd, een paar voorgestelde databanken geschrapt en een paar nieuwe databanken toegevoegd. Dit heeft in 2022 geleid tot de volgende resultaten van het Pre-internet Project. In cursief zijn de resultaten anno 2022 weergegeven.

 Databanken gerealiseerd tussen 2015 en 2022

Unieke items

Uniek in deze Pre-internet collectie zijn:

-       ITT Duplex, een apparaat dat in Stockholm in een technisch museum staat (1978)

-       Exo’Vision Eye catcher, de Jaguar onder de real-time videofoons (2003)

-       Zakelijke videotexterminal met televisie, teletekst en videotex faciliteiten (1980)

-       Eerste e-boekspeler van Sony in Nederland (1994)

-       Tien Nederlandstalige titels voor de eerste e-boekspeler van Sony

-       Newton (1995)

-       Collectie van de Nederlandstalige CD-ROMs (1985-2000), m.n. van de eerste Nederlandstalige tekst CD-ROMs

-       Collectie van gescande artikelen vanaf 1980 over de ontwikkelingen in nieuwe media.

De toekomst van het Pre-internet project

Bij de start van het project in 2015 was na voltooiing van het project voorzien om het digitale en fysieke materiaal in een stichting onder te brengen. Deze zou het materiaal  onderhouden en kunnen uitlenen, publiceren, in bruikleen geven en/of beschikbaar stellen voor een tentoonstelling van een erfgoedinstelling. De toekomst van het archief zou ondergebracht worden bij erfgoedinstellingen zoals ISSG, Koninklijke Bibliotheek, Nationaal Archief en Instituut voor Beeld en Geluid.

Na het opheffen van Electronic Media is het archief beheerd door Jak Boumans. Er is gepraat met erfgoedinstellingen. Meestal waren die geïnteresseerd in een paar items. Maar de collectie is niet opgebouwd om uit elkaar getrokken te worden.

Tot het einde van het jaar kan er informatie opgevraagd worden van de databanken en fysieke apparatuur en boeken. Tevens kan er gepraat worden over overname van het archief. Mocht er geen interesse zijn, dan worden de fysieke zaken ter verkoop aangeboden en de databanken niet meer bijgehouden.

Voor meer informatie: jak@cerendipity.nl